Abseilen

Het abseilen is een techniek die veelvuldig wordt toegepast in de buitensport. De abseiler laat zich zelfstandig zakken m.b.v. een 11mm touw. Hierbij maakt hij of zij gebruik van wrijvingsapparaten, die ervoor zorgen dat de abseiler zonder veel kracht zichzelf kan laten zakken. Daarbij wordt het abseiltouw stevig verankerd en uitgegooid (let wel op dat het touw niet te kort is, een knoop aan het uiteinde biedt vaak een goede uitkomst).



Bij het abseilen aan dubbeltouw wordt middelpunt van het touw om een rots of ander object geslagen en de beide uiteinden met een knoop verbonden. De meest toegepaste methode is met de abseilacht. De naam zegt het al, een 8-vormig stuk aluminium voor het abseilen. Abseilen kan aan een enkel- of dubbeltouw. In beide gevallen drukt u het touw door het grote oog, zodat er een lus ontstaat. Deze lus slaat u om het kleine oog, waarna u het geheel goed strak trekt. Als u nu de acht los laat, zal deze in het touw blijven hangen. Bevestig nu een carabiner aan uw touwbroekje of klimgordel. Deze carabiner gaat door het kleine oog van de abseilacht. Draai de carabiner dicht en u bent in principe klaar om te gaan abseilen. Het touw wat naar beneden loopt moet u vasthouden en naast uw heupen houden (abseilhand). Dit touw mag u niet loslaten! Breng nu spanning op het touw, tussen uw abseilacht en het verankeringspunt, m.b.v. uw lichaamsgewicht. U mag met uw andere hand het strak getrokken touw begeleiden (alleen begeleiden niet keihard knijpen of optrekken). Wanneer u langzaam het touw door uw abseilhand laat glijden zult u langzaam zakken. Door het gewicht van het touw (afhankelijk van de abseillengte) zult u het eerste stuk niet zo snel gaan en het touw desnoods met uw abseilhand door de abseilacht moeten begeleiden. Enkele wrijvingsapparaten zijn o.a.:

• Abseilacht
• Gigri
• HMS-carabiner met halve mastworp
• Andere wrijvingsapparaten zoals tube, robotrem en carabinerrem


Uw lichaamshouding is ook van belang, vooral als de wand glad is door regenval. Ga daarom altijd wijdbeens staan en laat uw bovenlichaam achterover zakken. Wandel nu rustig naar beneden met uw benen licht gebogen (of afzetten met twee benen / sprongen maken).


Houdt uw buikspieren goed aangespannen en hang niet te ver achterover anders komt u headfirst te hangen met uw kont en rug tegen de wand.
Het abseilen dient altijd veilig te gebeuren, vandaar een zelfzekering. Onder of boven het rijvingsapparaat wordt een kort prusiktouwtje bevestigd. Dit prusiktouwtje is verankerd aan uw klimgordel. Deze remknoop begeleidt u met uw niet-abseilhand (let op dat de knoop niet verschuift, anders verliest deze zijn werking!). Het is belangrijk dat het prusiktouwtje de juiste lengte heeft. Deze mag namelijk niet in het wrijvingsapparaat worden vast getrokken en moet altijd bereikbaar zijn voor uw niet-abseilhand.
Wrijvingsapparaten kunnen door de wrijving erg heet worden. De abseilsnelheid/lengte speelt hierbij een grote rol. Ga daarom nooit lang stil hangen wanneer u met grote snelheden aan het abseilen bent. De acht kan namelijk zo heet zijn dat deze door het synthetische touw smelt. Ook bij het verwijderen van de acht of carabiner moet u met de opgetreden wrijvingswarmte rekening houden en niet uw vingers branden. Lederen handschoenen bieden vaak een goede uitkomst.
Een andere methode is dat u zich laat zekeren door een partner. Dit kan heel eenvoudig. Uw partner pakt het uiteinde van het touw. Mocht u per ongeluk uw abseilhand loslaten, dan trekt uw partner aan het touw en u hangt alsnog stil.


Voorbereidingsweekend landkamp 2002 “abseilen met nazekeren van boven”

Ook kunt u met een tweede touw vanaf boven gezekerd worden. Dit touw wordt ook aan de abseiler bevestigd (liefst borsthoogte, met een achtknoop). Met een tweede wrijvingsapparaat wordt de abseiler naar beneden begeleid en dus gezekerd. Dit heet het “jo-jo principe”.
 
 

Probleemsituaties kunnen zich voordoen wanneer het touw niet goed is uitgegooid en ergens in de knoop ligt. Voor het abseilen heeft u minstens 1 hand nodig om de acht of de halve mastworp te blokkeren. Mocht u geen zelfzekering hebben aangelegd dan kunt alsnog de acht en de halve mastworp met een knoop blokkeren. Dit gebeurt met de slipsteek, deze knoop wordt uitvoerig besproken bij de touwtechnieken.



Deze techniek wordt ook toegepast bij touwverlenging. Touwverlenging wordt specifiek omschreven bij het hoofdstuk zekeringsmethoden. Als u niet over wrijvingsapparaten beschikt kunt u ook improvisatorisch abseilen. Deze methode is bedacht door een zekere Hans Dufler. Let wel op dat deze techniek slechts een uitkomst biedt bij zeer korte abseils en in noodsituaties. Bij deze techniek wordt uw lichaam als wrijvingselement gebruikt. Ga voor het abseiltouw staan en haal dit tussen uw benen door, waarna het touw via uw rechter heup voor langs over uw linker schouder wordt geslagen. Pak nu met uw rechterhand het touw (linkshandigen doen deze handeling dus andersom). Doe dit niet op uw blote huid of op synthetische kleding (brandwonden en verschroeien). Controleer altijd of het touw op de juiste wijze langs uw lichaam loopt. Het touw kan anders gemakkelijk over uw schouder glijden, wat kan leiden tot ernstige valpartijen.
Voor de uitslovers en voor militaire aanvalsakties kunt u ook head-first abseilen. Daarvoor moet u uw klimgordel achterstevoren aantrekken. Het wrijvingsapparaat bevindt zich nu op uw rug. Deze techniek is moeilijker dan u denkt……..



Voor meer over abseilen kun je vinden op:

Zelfstandige abseil na het voorklimmen
Gebruik van de acht
De toggle