Eetbare planten

Plantaardige voeding uit de natuur

Deze alternatieve vorm van voedsel is vaak in overvloed te vinden tijdens het voorjaar en de zomer. Het gematigd klimaat telt ongeveer 10.000 eetbare (wilde) planten.
Tal van plantedelen zoals bessen, wortels, wortelsokken, bladeren, stengels, zaden en bloemkoppen zijn eetbaar.
De bladeren van een plant zijn vaak rijk aan mineralen, vitaminen, proteïne, vetten en koolhydraten. Ook bevatten zij grote hoeveelheden vitamine A en vitamine B,C,E en K. Dit zijn noodzakelijke elementen voor een gezonde voeding.
De meeste planten kunt u rauw eten, maar smaken beter wanneer u deze kookt. Een groot nadeel bij te lang koken is dat er veel belangrijke vitaminen verloren gaan. De jonge scheuten (bladeren) van een plant zijn vaak rauw eetbaar. Maak hiervan gebruik. Was altijd eerst alles in schoon water, zodat er eventuele haartjes of ander vuil er afgewreven kan worden. Wanneer u deze scheuten niet rauw kunt eten moet u deze in een kleine hoeveelheid water laten koken. Op deze manier zullen de scheuten voornamelijk in de stoom gaar worden. Niet alleen de bladeren zijn eetbaar, maar ook de wortels kunnen dit ook zijn. Wortels zetten zetmeel om in suiker, zodat er nieuwe groei voor de plant mogelijk wordt gemaakt. Eetbare wortels kunnen soms enkele centimeters dik worden en tientallen centimeters lang. Deze zijn zeer rijk aan zetmeel en dus een goede voedselbron voor de survivor.
Gekookte of geroosterde wortels zijn erg lekker. Het beste is om alle wortels eerst te koken, zodat eventuele schadelijke stoffen verwijderd kunnen worden. Wanneer u de wortels in kleine stukjes snijdt zullen deze eerder gaar koken. Als u bepaalde wortels rauw gaat eten, maak deze dan eerst schoon met water.
Let wel op dat de meeste vitaminen en mineralen vlak onder de schil van de wortel zitten. U kunt de vitaminen van de wortel behouden door de wortels niet te schillen maar te schrapen.
De balvormige wortels (knollen) zijn ook vaak eetbaar. Let wel op dat sommige exemplaren giftig kunnen zijn.

Identificatie van planten

Eetbare planten kunt u gemakkelijk verwarren met giftige planten. Giftige planten kunnen zelfs in kleine hoeveelheden dodelijk zijn. Neem dus geen enkel risico.

FASE 1
Wrijf een klein stukje van de plant op de binnenkant van de elleboog. Als er na vier minuten geen huidirritatie is opgetreden (rode verkleuring of jeuk) kunt u de volgende test uitvoeren.
FASE 2
Leg een stukje van de plant tussen de onderlip en de tanden. Doe dit gedurende vier minuten. De plant is niet eetbaar wanneer u een bittere, zeepachtige, sterk zure of brandende smaak proeft. Wanneer dit niet het geval is, kunt u de volgende test uitvoeren.
FASE 3 (4/5)
Eet nu een handje vol van deze plant. Krijgt u de volgende dag geen maagkrampen of braakneigingen dan moet u deze test herhalen met een hand vol. Als dit goed gaat is de plant waarschijnlijk eetbaar en kunt u op de derde dag een complete maaltijd van dit exemplaar nuttigen.

De bestudering van de eetbare plantensoorten is dus van uitermate belang. Dit boek geeft dan ook een duidelijke omschrijving van de meest voorkomende eetbare soorten.
U kunt natuurlijk ook andere soorten in de natuur aantreffen waarvan u niet zeker weet of deze eetbaar zijn. In zo'n situatie zult u een giftest uit moeten voeren. Deze bestaat uit een paar afzonderlijke testen met verschillende delen van de plant. De test bestaat uit drie fases. Pas nadat u de derde fase van de test positief heeft bevonden, is de plant waarschijnlijk eetbaar.
De meeste planten met een melkachtig sap (wolfsmelk) zijn giftig. Echter de paardebloem voldoet aan deze omschrijving, maar is niet giftig. Andere soorten vaak wel.
Rode plantensoorten kunt u het beste uit de weg gaan. Eet nooit zwarte korrels die zich tussen graankorrels en zaden bevinden. Deze zwarte korrels zijn ook wel bekend als het giftige "moederkoorn". Dit is een ziekte bij planten die het graan omzet in een zwarte boonachtige vorm. Moederkoorn kan hallucinaties veroorzaken en is behoorlijk giftig.
Veel voorkomende giftige stoffen bij planten zijn oxaalzuur en blauwzuur. Oxaalzuur smaakt en ruikt als bittere perziken. Het blauwzuur is herkenbaar aan het stekende, scherpe of droge gevoel, wanneer deze in contact komt met de huid of de tong. Sommige bladeren van planten ontwikkelen een dodelijk blauwzuur wanneer zij verwelken. Vermijd deze bladeren en pluk alleen de jonge scheuten. Alle planten die voldoen aan deze omschrijvingen moet u absoluut niet consumeren.
De bladeren van een plant geven vaak een duidelijke legitimatie. U zou dit kunnen zien als een vingerafdruk. Bestudeer de bladeren goed, zodat u de verschillende soorten goed kunt onderscheiden.

Bereiden van planten

Nadat een plant is geindentificeerd kunt u deze bereiden voor consumptie. Er zijn verschillende manieren om een plant te bereiden. U kunt bijvoorbeeld een aftreksel of een extract maken van de bladeren of de bloemen. Aftreksels en extracten van planten moeten vers bereid worden. Geplukte delen van planten hebben een beperkte houdbaarheidsdatum.

Aftreksels
Snijd en verpulver de plant zodat het sap of de olie eruit kan komen. Giet hierop kokend heet water (ongeveer 500 ml. water op een flinke hand vol). Het kruid van de plant zal zich dan verzamelen op de bodem.
Wanneer u niet kunt beschikken over kokend water zult u 750 ml. koud water moeten toevoegen. Laat dit dan een tijdje weken in de zon.

Extracten
Dit is de manier om wortels te bereiden. U zult de wortel moeten snijden of schrapen en daarna verpulveren. Deze overblijfselen moet u minstens 40 minuten in water laten weken (3x zoveel water gebruiken). Dit mengsel moet u enige minuten laten koken totdat het mengsel tot een derde is verminderd.


Eetbare planten

Er volgt een uiteenzetting van een groot aantal eetbare planten. De meest voorkomende soorten zullen uitvoerig besproken worden. U zult zelf naslagwerk moeten verrichten om deze planten uitvoeriger te kunnen bestuderen. De Latijnse benaming van de plant wordt telkens genoemd. Er staan verschillende benamingen afgebeeld waarin steeds een specifiek deel van de plant wordt behandeld. Dankzij de bijgevoegde Latijnse naam kunt u eventueel zelf nog extra research doen.

Eetbare zaden

Zaden zijn voedzaam, maar moeten wel op de juiste manier bereid worden. De meeste zaden smaken het beste wanneer u ze roostert. Na het roosteren kunt u de zaden eten of vermalen tot meel. Wanneer u de aren van de plant op een doek legt en met een tak de zaadjes los slaat, kunt u makkelijker de zaadjes verzamelen.
Gierst (graan) vormt ook een belangrijke voedselbron. Gierstkorrels kunnen na het dorsen als rijst worden gestoomd. Ook kunt u een papje van het gierst koken.

< Amerant(Amaranthus hybridus)esdoorn
< Esdoorn(Acer)
< Doerian(Durio zibethinus)
< Getand vlotgras(Glyceria declinata)
< Gelooid vlotgras(Glyceria plicata)
< Guldenroede(Silodago virgaaurea)
< Herderstasje(Capsella bursa pastoris)
< Kanariezaad(Phalaris canariensis)
< Reuzenzwenkgras(Festuca gigantea)
< Rood zwenkgras(Festuca rubra)
< Standzoutgras(Triglochin maritima)
< Struisgras(Agrostis tenuis)
< Strandmelde(Atriplex littorale canescens)
< Mannagras(Glyceria fluitans)
< Mais(Zea mays)
< Melganzevoet(Chenopodium album)
< Waterbies(Eleocharis palustris)
< Afferkoren(Andropogon sorghum)
< Parelgierst(Pennisetum)
< Pluimgierst(Panicum)
< Trosgierst(Setaria)

Eetbare bladeren

Zoals u weet bevatten bladeren veel belangrijke vitaminen en mineralen. De jonge scheuten van de plant zijn vaak rauw eetbaar. Pluk deze bladeren altijd dicht bij de stengel af zodat deze moeilijk kunnen beschadigen. De oudere exemplaren zult u als spinazie moeten koken. Kook deze bladeren niet te lang, zodat mineralen en vitaminen behouden kunnen blijven.

< Hop(Humulus lupulus)madeliefje
< Bereklauw(Heraculum sphondylium)
< Blaassilene(Silene vulgaris)
< Lepelkruid(Cochlearia perfoliata)
< Smeerwortel(Sumphutum officinale)
< Madeliefje(Bellis perennis)
< Herderstasje(Capsella bursa pastoris)
< Speenkruid(Ranunculus ficaria)
< Pinksterbloem(Cardamine pratensis)
< Duizendblad(Achilla millefolium)
< Wilgeroosje(Epilobium angusttifolium)
< Beekpunga(Veronica beccabunga)
< Melkdistel(Sonchus oleraceus)
< Vogelmuur(Stellaria media)
< Veldmoes(Valerianella)
< Herik(Sinapis arvensis)
< Lamsoor(Statice limonium)
< Kleefkruid(Galium aparine)
< Streepzaad(Crepis biennis)
< Hanepoot(Aegopodium podagraria)
< Melde(Atriplex littoralis)
< Suikerhoed(Cichorium intybus)
< Nagelkruid(Geum urbanum)
< Akkerkool(Lapsana communis)
< Zilverschoon(Potentilla anserina)
< Witte krode(Thlaspi arvense)
< Kl. wintergroen(Pyrola minor)
< Rode klaver(Trifolium pratense)
< Beekpunga(Veronica beccabunga)
< Kaasjeskruid(Malva silvestris)
< Papagaaikruid(Amaranthus retroflexus)
< Komkommerkruid(Borago officinalis)
< Rabarber(Rheum rharbarborum)
< Reigersbek(Erodium cicutarium)
< Mierikswortel(Armoracia)
< Perzikkruid(Polygonum persicaria)
< Viooltjes(Viola)
< Engelwortel(Angelica)
< Braam(Rubus fruticosus)
< Framboos(Rubus idaeus)
< Gele waterkers(Nasturtium amphibium)
< Sorrel(Oxalis violacea)
< Rapunzel(Phyteuma)
< Bosaarbei(Fragaria vesca)
< Goudsbloem(Calendula officinalis)
< Brave hendrik(Chenopodium bonus henricus)
< Biggekruid(Hypochoeris radicata)
< Zevenblad(Aegopodium podagraria)
< Akkerhonigklaver(Melilotus officinalis)
< Schorseneer(Scorzonera hispanica)
< Morgenster(Tragopogon pratensis)

Eetbare wortels van planten

Wanneer u wortels heeft verzameld kunt u het beste deze eerst koken voordat u ze consumeert. De meeste wortels zijn in de herfst en de lente het rijkst aan zetmeel en daarom van onschatbare waarde als survivalvoedsel.
Tijdens de hongerwinter van de tweede wereldoorlog waren bloembollen en andere wortelsoorten voor Nederlanders een belangrijke vorm van voedsel om te overleven. In de onderstaande tabel moet de Latijnse naam met een "*" altijd gekookt worden, anders is deze schadelijk voor de gezondheid.

distel

< Kruisdistel(Eryngium campestre)
< Distel(Cirsium)
< Heemst(Athea officinalis)
< Stokroos(Athaea rosa)
< Witte peen(Pastinaca sativa)
< Babaat(Ipomoea batatas)*
< Zilverschoon(Potentilla anserina)
< Herfstraap(Brassica rapa)
< Wortel, Peen(Daucus carota)
< Alant(Inula helenium)
< Koolraap(Brassica napus napobrassica)
< Kropaar(Dactylis glomerata)*
< Pijlwortel(Maranta indica)*
< Caladium(Colocasia esculenta)*
< Grote klis(Arctium lappa)*
< Sorrel(Oxalis violacea)*
< Salomonszegel(Polygonatum commutatum)*
< Schorseneer(Scorzonera hispanica)
< Lisdodde(Typha angustifolia)*
< Egelskop(Sparganium)
< Paardebloem(Taraxacum officinale)*
< Pastinaak (Pastinaca sativa)
< Lavas(Levisticum officinale)
< Moerasspirea(Filipendula ulmaria)
< Margriet(Chrysanthemum leucanthemum)*
< Maniok(Manihot utillissima)*
< Mierikswortel(Armoracia rusticana)
< Lotus(Nelum bonoideae nucifera)
< Raapzaad (Brassica rapa)
< Peterselie(Petroselinum crispum)
< Gele morgenster(Tragopon pratensis)
< Aardappel(Solanum tuberosum)

Eetbare knollen en wortelsokken

< Hondsgras(Agropyron repens)
< Riet(Phragmitis communis)
< Bies(Scirpus)
< Knoflook(Allium sativum)
< Aardpeer(Helianthus cucumerifolius)
< Olluco(Ullucus caldas)
< Waterlelie(Nymphaea alba)
< Rapunzel(Campanula rapunculus)
< Knolbasella(Ullucus tuberosus)
< Eikvaren(Polypodium vulgare)
< Fonteinkruid(Potamogeton)
< Witlof(Chichorium intybus)*
< Ui(Allium cepa)
< Sjalot(Allium ascalonicum)
< Helianthi(Helianthus cumumerifolius)

paardebloemPaardebloemen (Taraxacum) bloeit van februari tot november en komen bijna overal voor. U kunt ze herkennen aan hun gele bloemkoppen. De bladeren kunt u goed herkenen aan hun langwerpige ruw getande vorm. De jongere bladeren kunt u rauw eten, maar de oudere bladeren zult u moeten koken als spinazie. Het water waarmee u kookt zult u enkele malen moeten verversen om zodoende de bittere smaak te verwijderen. Het sap van de paardebloem is rijk aan vitaminen en mineralen en noemt men ook wel wolfsmelk. De meeste planten die dit sap bevatten zijn in het algemeen niet eetbaar. De paardebloem is daarentegen wel eetbaar. De lange witte wortels kunt u het beste in de herfst opgraven (dan zijn ze het dikst en zeer rijp). Schrob deze wortels goed schoon, maar ze niet. Laat ze daarna grondig drogen in de zon of rooster ze in de oven. Verpulver de wortel en gebruik ze dan als gewone koffie (echter zonder cafeïne). De bladeren zullen minstens 7 minuten gekookt moeten worden om het mierenzuur uit de haartjes te verwijderen. De bladeren kunnen tevens goed worden bewaard als deze gedroogd worden. Brandnetelsoep kan verkregen worden door de bladeren (zonder de stengels, die kunnen uitstekend als touw gebruikt worden) 15 minuten zachtjes te koken en pureer de bladeren hierna. De dovennetel (lamium) is het lieve broertje van de brandnetel. Deze brand niet en is kleiner dan de brandnetel. De dovennetel is herkenbaar aan de roze of witte bloemetjes. De vezels van de stengel kunt u gebruiken voor touw.
De stengels van het boekweit (Fagopyrum esculentum) zijn meestal 50 tot 60 centimeter lang en vaak rood van kleur. De bloemkop bestaat uit kleine bosjes roze of witte bloemetjes. Deze plantsoort komt voor op grasrijke plaatsen. De zaadjes van dit exemplaar zijn een goed eetbaar graan. De mierikswortel (Armoracia rusticana) bloeit van mei tot september voornamelijk op braakliggend land en op vochtige ondergrond. De mierikswortel is herkenbaar aan zijn grote tros met witte bloempjes met daaraan een lange steel met een lengte van ongeveer 1 meter. De langgerekte bladeren zijn grof getand waarvan de onderste bladeren diep zijn ingesneden en de bovenste bijna gaaf zijn.
brandnetel
De wortels van deze plant zijn uitstekend eetbaar en hebben een uitgebreid wortelstelsel. Dit betekent dat de wortels in een grote omtrek, t.o.v. de plant, zich ondergronds heeft verspreid. De wortel is erg knobbelig waardoor het moeilijk is om de wortel te reinigen. Wanneer u de wortel heeft gereinigd kunt u deze consumeren. De wortel is echter wel pittig van smaak en wordt vaak gebruikt om een hete saus te maken of als garnering.
De brave hendrik (Chenopodium bonus-henricus) heeft dofgroene bladeren en aren van kleine licht groene bloemetjes. U zult deze plant vaak vinden op braakliggende grond (bijv. bosranden). De bladeren en de jonge scheuten zijn ook rauw eetbaar. Voeg deze fijngehakt toe aan aardappelgerechten en soepen. De bladeren van deze plant zijn erg rijk aan vitamine C.
Raapzaad (Brassica rapa) wordt al sinds de prehistorie gebruikt als bron van voedsel. De bovenste bladeren van deze plant zijn blauwachtig van kleur en de onderste groen. Tijdens het voorjaar kunt u de jonge blaadjes en stelen als groente eten. De bloempjes hebben de vorm van een kruis en steken boven de knoppen uit. de plant heeft grote en gezwollen knollen waarvan u zelfs brood kunt maken. Schil de knollen en kook deze in water totdat ze zacht en gaar zijn. Pers daarna al het vocht eruit en laat ze dan goed drogen. Verpulver daarna deknollen en vermeng deze met b.v. wat tarwebloem (kneden). Laat dit deeg enkele uren gisten en bak deze dan als gewoon brood (zie zuurdesembrood).Riet (Pharagmites communis) komt in overvloed voor aan de rand van rivieren en ondiepe wateren. De brede puntige bladeren zijn voorzien van ruwe randen en hebben meestal een lengte van ongeveer 4 meter. De wortels van het riet verspreiden zich over een groot gebied. Wanneer de groene stengels breken of worden doorboord dan loopt er langzaam een suikerachtige substantie uit welke verhard wordt tot gom. Dit zijn een soort suikerklontjes. Een andere manier is om de groene stengels te plukken, daarna drogen en vervolgens te verpulveren. Zeef daarna het verkregen meel eruit. Dit rietmeel bevat erg veel suiker en kan als een marshmallow worden geroosterd bij het kampvuur. De pastinaak (Pastinaca sativa) is een gedrongen, houtachtige plant die vooral langs dijken, op braakliggende grond en op grasvlaktes voorkomt. De pastinaak bloeit van juli tot oktober en heeft brede enkel gevinde blaadjes, waarvan de onderkant is voorzien van kleine haartjes. De stengel van deze plant is gegroefd en wordt vaak niet hoger dan ongeveer 50cm. De dunne en draderige wortel van deze plant is eetbaar en heeft een sterke smaak De pastinaak werd vroeger veel gebruikt in vele recepten vanwege zijn zoete smaak. Voordat u deze wortel consumeert moet hij gereinigd worden, geschild en ongeveer 45 minuten zachtjes in water worden gekookt.
Pastinaak
De chichorei (Cichorium intybus) kunt u bijna overal vinden (vooral op grasrijke en braakliggende plaatsen). Deze plant kan ongeveer 1 meter lang worden en heeft diep ingesneden bladeren. De fel blauwe bloemetjes maken de cichorei goed herkenbaar. U kunt de jonge bladeren rauw eten en de oudere koken. Hierbij moet u telkens het water waarmee u kookt verversen om de bittere smaak te verwijderen. De wortels kunnen gekookt of geroosterd worden voor koffie.
De wilde zurig (Rumex acetosa) kan ongeveer 1 meter lang worden. Deze plant komt vaak voor op grasrijke en braakliggende plaatsen. Door de lange, pijlvormige bladeren en de rode bloemetjes kunt u deze plant duidelijk onderscheiden van de Krulzurig. De jongere exemplaren zijn het meest geschikt voor consumptie. De bladeren van de wilde zurig zijn mineraalrijk en rauw eetbaar (scherpe smaak). Wanneer de bladeren gekookt worden zal de smaak minder scherp worden. De krulzurig (Rumex crispus) komt voornamelijk voor om nabij grasvlaktes. De krullige bladeren, met een lengte van vaak 30cm, smaken erg bitter maar kunnen als groente gegeten worden.
Onder de weegbree onderscheiden wij drie verschillende eetbare soorten. De grote weegbree (Plantago major) heeft brede bladeren Deze plant heeft kleine geelgroene bloemetjes. De jonge bladeren van deze plant kunt u bereiden als spinazie. Het uitgeperste sap kunt u gebruiken voor wonden. De grote weegbree vindt u op braakliggende en grasrijke plaatsen en is het meest voorkomende onkruid.
De hertshoornweegbree (Plantago coronopus) vindt u op droge plaatsen. De meeste exemplaren zult u bij de kust aantreffen. De bladeren lijken wat op die van de eik en hebben een roodachtige stengel. Deze plant is kleiner dan de andere exemplaren.
De weegbree (Plantago) komt bijna overal voor. Deze plant is herkenbaar aan de rondvormige bloemkop en de lange groene stengel. De bladeren zijn langwerpig en hebben op de punt vaak bruine vlekken. De bereiding van de hertshoornweegbree en de weegbree zijn het zelfde als bij de grote weegbree.
Adelaarsvarens (Pteridum aquilinum) is slechts een enkele soort uit de tientallen verschillende soorten varens over de gehele wereld. Varens vindt u vaak in grote groepen. Alleen de jonge scheuten van de varen zijn eetbaar. De oudere bladeren zijn schadelijk voor de gezondheid. Ook kunt u de wortels eten van de varen. Deze moet u minstens 30 minuten koken of roosteren voordat deze geschikt zijn voor consumptie. U moet niet teveel eten van deze plant, dit kan maag en darmklachten veroorzaken. Enkele zogenaamde wormvarens kunnen diarree veroorzaken. Een volgroeide adelaarsvaren breekt vitamine B in het lichaam af, daarom raden wij varens als noodvoedsel af.
De margriet (Chrysanthenum leucanthemum) komt in grote mate voor op braakliggende plaatsen. Deze plant heeft smalle en donkergroene bladeren. De jongere bladeren (zijn lichtgroen) zijn rauw eetbaar. De bloemkop van de margriet is fel geel en de blaadjes zijn wit van kleur. Deze plant kan ongeveer 80 tot 90 centimeter lang worden.
De klaver (Trifolium) zult u vaak in grote mate aantreffen in weilanden (grasrijke plaatsen). U kunt deze plant herkennen aan de rondvormige blaadjes op de bloemkop (van geel tot groen van kleur). U kunt de bladeren van deze plant rauw eten. Als u de bladeren kookt smaakt de Klaver een stuk beter.
De melganzevoet (Chenopodium album) lijkt op de Brave Hendrik en heeft roodachtige stengels. De bladeren van deze plant zijn lancetvormig. De melganzevoet komt veel voor op braakliggende plaatsen en kan 90 centimeter lang worden. De jongere bladeren (lichtgroen van kleur) zijn goed eetbaar (Deze bladeren wel koken). Tijdens de laatste hongerjaren werden de bladeren veel gegeten.

Klaver (klavertje vier)

De pimpernel (Sanquisorba afficinalis) komt voor op grasrijke plaatsen. De pimpernel heeft rode bloemetjes met langwerpige kronen. De bladeren van deze plant zijn getand en lancetvormig. De jonge bladeren van de pimpernel zijn goed eetbaar (zowel rauw of gekookt). Een aftreksel van de bladeren helpt tegen maagklachten. De plant bereikt vaak een lengte van 60 centimeter.
De distel (Cirsium) komt veel voor op grasrijke plaatsen. De bladeren en de stengel van deze plant zijn stekelig. Verwijder de stekels en kook de jongere bladeren. Ook kunt u deze bladeren rauw eten, maar gekookt zijn deze beter te consumeren. De wortels van de jongere exemplaren (zonder stengel) zijn ook eetbaar als deze gekookt worden. De basis van de bloemenkruin bevat een soort noot. Deze noot kunt u rauw eten.

Eetbare algen en zeewieren

suikerwierZeewier is rijk aan vitaminen en mineralen en dus goede voedselbron. Er bestaan geen giftige soorten. Enkele soorten kunnen zuren bevatten die het spijsverteringskanaal irriteren of een sterke laxerende werking hebben (o.a. blaaswier). Deze soorten zijn herkenbaar wanneer u ze tussen uw vingers fijn drukt. Laat dit fijn gedrukte zeewier enkele minuten liggen. Daarna kunt u een onprettige geur waarnemen. Dit zeewier en andere stukken wier die aanspoelen op het strand moet u niet nuttigen. Verzamel alleen groeiend wier (dit is stevig en glad). De meeste soorten zult u in ondiep water aantreffen.
Zeewier kunt u wassen in zoet water, zodat een deel van het zout te verwijderd kan worden. Het lichaam heeft veel water nodig om zeewier te verteren. Eet ziewier daarom nooit als u niet genoeg drinkwater tot uw beschikking hebt.
Algen zijn minder populair als voedsel. U moet bijvoorbeeld alle blauwgroene algen uit de weg gaan (giftig). Deze vindt u vaak aan de oppervlakte van poelen met stilstaand water is de enige eetbare soort (Blauwwier,Nostoc).
Bruinwier (Lamaria) komt veelvoudig voor op rotsachtige kusten van de Grote en Atlantische Oceaan. Deze wiersoort is rauw eetbaar maar smaakt gekookt beter. De bladeren zijn vrij lang en golvend van vorm (olijfgroen tot bruin van kleur). Zeesla (Ulva lactuca) is lichtgroen en wordt ook aangetroffen op rotsachtige kusten van de
Grote en Atlantische Oceaan. Deze soort zult u grondig moeten wassen en koken. Bonenwier (Enteromorpha intestinalis) is bleekgroen en ongeveer 50 centimeter lang. De gehele plant is het beste eetbaar (ook rauw) in het voorjaar en lijken op boontjes.

Deze soort is vaak in overvloed aanwezig in koelere wateren. Roodwier (Porphyria) is een dunne en onregelmatig gevormde wiersoort. De kleur van deze plant kan variNren van rood tot bruin. Deze zeeplant is goed eetbaar en in combinatie met graan geschikt om cake te baken. Suikerwier (Laminaria saccarina) komt veel voor langs de kusten van de Atlantische Oceaan en smaakt zoet. Deze plant bestaat uit geelbruine delen met een golvende rand (de jonge delen van deze plant zijn rauw eetbaar). Niet afgebeeld zijn de soorten Rhodymenia palmata en Chondrus crispus, zij zijn ook eetbaar (eerst koken).

Eetbare korstmossen

rendiermosKorstmossen kunnen een belangrijke rol spelen in koudere streken omdat ze veel koolhydraten bevatten. Korstmossen hebben een hogere voedingswaarde dan andere arctische en noordelijke planten. U zult de korstmossen in kleine stukjes moeten verkruimelen en vervolgens een paar uur in water laten weken. Kook de mossen, hierdoor ontstaat een bittere massa. Korstmossen kunnen een pijnlijke irritatie veroorzaken wanneer u ze niet kookt (vanwege een bitter zuur). Het korstmos kunt u na het koken eventueel drogen, zodat u dit langer kunt bewaren. In dit boek worden drie belangrijke eetbare korstmossen genoemd.

< Rendiermos(Cladonia rangiferina)
< Ijslands mos(Cetaria islandica)
< Rock tripe(Umbilicaria)

 

  Natuurlijke geneesmiddelen

Planten en bomen zijn niet alleen voedzaam, maar kunnen ook gebruikt worden als homeopathisch geneesmiddel. De mens heeft duizenden jaren ervaring met de helende werking van de homeopathie. Moderne medicijnen zijn vaak ontleend van planten en bomen. Wilgenbladeren en cambium leveren bijvoorbeeld een extract op dat salicine bevat. Salicine is een belangrijk bestanddeel van aspirine. "Enkele" helers uit het gematigd klimaat staan hieronder weergegeven,

Tegen maagkrampen
Nederlandse naam Bereiding (omschrijving)
Adelaarsvaren Aftreksel van de bladeren
Duizendblad Aftreksel van de bloemen en de bladeren
Braam Aftreksel van de bladeren
Mierik Aftreksel van de wortel
Paardebloem Extract van de gehele plant
Bosbes Extract van de vrucht

Tegen verstopping van het darmkanaal
Nederlandse naam Bereiding (omschrijving)
Kleefkruid Aftreksel van de gehele plant, zonder de wortels
Paardebloem Extract van de gehele plant
Walnoot Aftreksel van het cambium (schors)
Moederkruid Aftreksel van de bloemen en de bladeren
Lijsterbes Vruchtesap van de bes
Roos Extract van de rozebottels
Zandhaver Extract van de wortel

Tegen verkoudheid en keelpijn
Nederlandse naam Bereiding (omschrijving)
Berk Aftreksel van de bladeren
Populier Aftreksel van de jonge scheuten
Eik Extract van het cambium (schors)
Bosbes Aftreksel van het blad en de vrucht
Brandnetel Aftreksel van de bladeren
Klis Extract van de wortel
Smeerwortel Aftreksel van de gehele plant

Tegen verkoudheid en keelpijn
Nederlandse naam Bereiding (omschrijving)
Weegbree Aftreksel van de bladeren
Roos Extract van de rozebottels
Klein hoefblad Aftreksel van bladeren en bloemen
Tijm Aftreksel van de bladeren en de bloemen
Heemst Extract van de wortels
Aftreksel van de bladeren en de bloemen
Kamille Aftreksel van de bloem

Tegen koorts
Nederlandse naam Bereiding (omschrijving)
Iep Extract van het cambium (schors)
Vlier Aftreksel van de bladeren en de vruchten
Moederkruid Aftreksel van de bladeren en de bloemen
Kamille Aftreksel van de bladeren en de bloemen

Tegen pijn
Nederlandse naam Bereiding (omschrijving)
Wilg Extract van het cambium (schors)
Iep Aftreksel van het cambium (schors)
Berk Aftreksel van de bladeren
Klis Extract van de wortel
Muur Aftreksel van de bladeren en de stengels
Populier Aftreksel van de jonge scheuten
Vossebes Aftreksel van de bladeren en de bloemen

De volgende soorten alleen uitwendig gebruiken
Helmkruid Aftreksel van de bladeren, de bloemen en de stengels
Zuring Bladeren verpulveren
Ooiervaarsbek Aftreksel van de bladeren, de bloemen en de stengels
Salomonszegel Extract van de wortel
Smeerwortel Extract van de wortel

Schoonmaken van verwondingen
Nederlandse naam Bereiding (omschrijving)
Eik Extract van het cambium (schors)
Vlier Sap van de bladeren (uitpersen)
Muur Sap van de bladeren (uitpersen)
Zuring Verpulver de bladeren
Wormkruid Verpulver de bladeren
Lepelblad Verpulver de bladeren
Dovenetel Aftreksel van de bloemen en de scheuten

Kompressen
Kompressen worden vaak aangebracht op verstuikingen, zweren en stijve gewrichten. Verpulver de wortel of het gehele kruid en maak hiervan een papje. Dit mengsel moet u aanbrengen op de betreffende wond. Dek deze af met een blad of een ander geïmproviseerd dekverband (goed vastbinden).

De volgende soorten dienen als kompres gebruikt te worden
Smeerwortel Extract van de wortels
Salomonszegel Extract van de wortels
Herderstasje Aftreksel van de gehele plant, behalve de wortels
Kamille Aftreksel van de bloemen
Heemst Extract van de wortel
Aftreksel van de bladeren en de bloemen

BoerenwormkruidBoerenwormkruid (Tanacetum vulgar) komt voor op grasrijk en braakliggende plaatsen. De plant kenmerkt zich door de sterke geur en de bittere smaak. De werking van de sterke geur houdt vliegen en ander ongedierte op een afstand.
Het boerenwormkruid kan 90 tot 100 centimeter lang worden en de bloemetjes zijn geel. De bladeren van deze plant zijn donker groen en lijken op die van de varen.
De plant kunt u gebruiken als tuinkruid. De bladeren en de bloemen zijn geschikt voor het maken van thee. De thee verwijderd wormen, maar bij inname van grote hoeveelheden kan de plant giftig zijn.
Daslook (Allium ursinum) kunt u vinden op bosrijke plaatsen. Het daslook heeft een sterke knoflookgeur en komt niet veel meer voor. De bladeren zijn lichtgroen en hebben een brede vorm. De bloemetjes zijn stervormig en wit. Alle andere delen van deze plant zijn bruikbaar als knoflookkruid. De marjolein (Origanum vulgare) bloeit alleen op warmere, droge en grasrijke gebieden.
Deze plant kan ongeveer 65 centimeter lang worden en heeft kleine schubvormige bladeren. De bloemetjes zijn purperroze van kleur. Maak van de marjolein een aftreksel. Gebruik de deze tegen maag en darmklachten. Ook kan deze gebruikt worden tegen verkoudheid. Wanneer u op de bladeren kauwt vermindert dit eventuele kiespijn.
De kamille (Chamaemelum nobile) is een kruipende plant met margrietachtige bloemen. De blaadjes van de bloemkop wijzen triest naar beneden. Deze plant komt veelzijdig voor op grasrijke plaatsen.
U kunt van deze plant een aftreksel maken, welke tegen hoofdpijn, verkoudheid en migraine helpt. Het uitgeperste sap van de bloemen helpt tegen pijn en verstuikingen. De kamille heeft een rustgevende werking.
De heemst (Athaea officinalis) heeft lichtroze bloemen met donzige, grijsachtige bladeren. Deze plant zult u voornamelijk vinden op grasrijke plaatsen. Een aftreksel van deze plant helpt tegen borstklachten. De bladeren (aftreksel) verzachten irritatie van het spijsverteringskanaal. Wanneer u de bladeren van de plant fijndrukt kunt u deze gebruiken bij insektebeten (door te wrijven). De gekookte bladeren van deze plant kunnen dienen als een goed kompres bij huiduitslag. Met de wortels (aftreksel) kunt u wonden of zweren schoonmaken.
De malrove (Marrubium vulgare) komt vaak voor op droge plaatsen. Deze plant ruikt naar tijmen heeft lancetvormige bladeren met lichte vlekken. De bloemen van de malrove lijken op kleine klokjes die opzij en omhoog wijzen. Zij hebben een roze of paarse kleur.Wanneer u een aftreksel maakt van deze plant, kunt u dit gebruiken tegen diarree of bij borstklachten

Paddestoelen

In de natuur kunt u eetbare en smakelijke, oneetbare, vies of bitter smakende en helaas ook zeer giftige paddestoelen vinden. Daarom is het nodig om echt iets van paddestoelen af te weten. De grote paddestoelen zijn slechts gering in aantal vergeleken bij de microscopisch kleine soorten, die leven van de levende of dode organismen om ons heen, of die ondergronds een onzichtbaar leven leiden. Paddestoelen voeden zich met organisch materiaal, met stoffen die ontstaan bij het vergaan van levende wezens. Andere soorten leven in gemeenschap met andere planten. Paddestoelen van een andere orde, de schimmels, kunnen voedingsproducten en andere producten vernielen, of zelfs ziekten veroorzaken (neem de moederkorenzwam). Andere soorten verlenen bepaalde soorten kaas juist hun geur en smaak. Eetbare paddestoelen zijn erg voedzaam en dus een uitstekende voedselbron. Bestudeer de eetbare soorten goed en leer ze onderscheiden met de niet-eetbare soorten. De jonge vruchtenlichamen van de zadelzwam (Polyporellus squamosus) zijn eetbaar.zadelzwam
Deze jonge, zachte en nog niet leerachtige vruchtenlichaampjes smaken melig en komkommerachtig. De jonge delen zijn gewelfd, oudere breed. De niervormige, witte tot bruingele hoed is bezaaid met bruine grote schubben. De zadelzwam is onderaan kort en zwartbruin. De paddestoel groeit in groepen op knoesten, wortels, stammen en stompen van loofbomen, het liefst de walnoot.
Eenkhoorntjesbrood (Boletus Edulis) groeit in het laagland tot in het gebergte van juli tot oktober, voornamelijk in dennenbossen. De lichte dikke steel heeft bovenaan een netpatroon. Deze paddestoel heeft een karakteristieke roodbruine hoed in de vorm van een grove aardappel. Het vlees is stevig en smaakt heerlijk. U kunt deze paddestoel goed drogen. Soorten met roze of rode poriën zijn soms giftig.
De bruine ringboleet (Suillus luteus) is een van de heerlijkste eetbare paddestoelen. U kunt ze vinden aan de rand van sparrenbossen, meestal de gehele herfst- en zomerperiode. De hoed is chocoladebruin van kleur en een gemakkelijk te verwijderen vlies, dat bij vochtigheid slijmachtig en bij droogte glad is. Boven de ring is de steel witgeel en heeft meestal donkere vlekken.
Rinboleet
De weidechampignon (Agaricus campestris) is rauw of gekookt eetbaar. Hij groeit voornamelijk op bemeste, grazige plaatsen, vooral buiten het bos. Het vlees is wittig en de plaatjes zijn roze tot vleeskeurig. Bij de oudere exemplaren zijn de vruchtenlichamen chocoladebruin. De bolle hoed wordt zelden groter dan 20 centimeter.
De hanekam (Chantharellus cibarius) komt veelvuldig voor in naald- en sparrebossen en ruikt naar abrikozen. Jonge vruchtenlichamen hebben een bolle hoed, oudere exemplaren een trechtervormige. De paddestoel is bijna helemaal dottergeel en zeer smakelijk als u hem 10 minuten laat stoven.
De zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) wordt vaak gevonden op stammen van loofbomen, vooral eiken. De jonge exemplaren zijn eetbaar, maar smaken zuur en naar hout. De paddestoel heeft een fel oranje-gele tot geelbruine kleur en sponzig, gelig vlees.
De grote parasolzwam (Lepiota procera) is een van de grootste plaatjeszwammen, want hij kan 40 centimeter hoog worden en 30 centimeter breed. De taaie houtachtige steel wordt niet gegeten, maar de gegrilde hoed van jonge vruchtenlichamen smaakt heerlijk. De hoed bestaat uit bruine schubben, behalve de knobbel en verder licht grijsbruin van kleur. De oesterzwam (Pleurotus ostreatus) heeft een blauwgrijze schelpvormige hoed en is smakelijk. Het beste kunt u hem in plakjes snijden en stoven. Oesterzwammen groeien altijd op dood hout in dichte, boven elkaar staande groepjes. U treft deze paddestoel aan het eind van de herfst en in de winter als het niet te hard vriest aan. De plaatjes die net als de sporen wit tot rozig zijn, lopen ver langs de steel af.
De hoorn van overvloed (Craterellus cornucopioides) is trechtervormig, met een ruwe, frommelige, donkerbruine hoed. Deze soort kunt u gemakkelijk drogen of stoven. Hij verschijnt het meest in beukenbossen in grote hoeveelheden.
De vuurzwammen (Phellinus igniarius) komen voornamelijk voor in bergachtig gebied, waar zij zeer groot kunnen worden. Hij is herkenbaar aan een hoefvormig vruchtenlichaam en groeit voornamelijk op beuken. De hoed groeit zijwaarts zonder steel en is lichtbruin en bovenaan grijs.
De vuurzwam is niet eetbaar, maar leent zich voor andere nuttige zaken, zoals het maken van vuur. De vruchtenlichamen kunt u plat slaan tot leerachtige vellen waarvan u mutsen en vesten van kunt naaien (net zoals de tondelzwam, Fomes fomentarium).

Bomen

Zelfs bomen kunnen van onschatbare waarde zijn in een survivalsituatie. Bomen kunnen o.a. eetbare vruchten en noten produceren die veel proteïne en vetten bevatten. Zelfs de dunne binnenbarst (cambium) van bepaalde boomsoorten is zowel eetbaar als voedzaam (het beste in het voorjaar). Kies cambium dicht bij de onderkant van de boom of van blootliggende wortels.De dunne binnenbarst (cambium) is zoet van smaak en kan rauw gegeten worden. Deze is beter verteerbaar wanneer u hem langere tijd laat koken. Snijdt deze in repen en kook die als spaghetti. Hierdoor ontstaat een gelatineachtige massa. De schors (kurkhuid) is onbruikbaar, evenals de boombarst (kurkcambium). Deze bevatten teveel looizuur. Wanneer u de binnenbarst niet meteen opeet kunt u deze drogen en er eventueel meel van malen (ook kunt u deze roosteren).
De binnenbarst van enkele bomen is niet alleen eetbaar, maar kan ook erg stevig en buigzaam zijn (geschikt voor spanbogen). De buitenbarst van de boom (o.a. de berk) kunt u in grote stukken verwijderen en als dakpannen of ruwe planken gebruiken. Wanneer u in de bars van enkele bomen snijdt zult u hars en gom aantreffen (U kunt dit opvangen onder een gesneden V-vorm m.b.v. een blad of een ander oppervlak). Hars en gom zijn twee dikke sappen (stroop) die vrij snel hard worden. Gom is oplosbaar in water, hars niet. Beide zijn rijk aan suiker. Enkele soorten kunt u gebruiken voor het op gang brengen van een vuur, omdat deze goed ontvlambaar zijn. Bomen met goed eetbare binnenschors (cambium) :

Berk(Betula)
spar
Populier(Populus)

Den(Pinus)

Spar(Picea)

Esdoorn(Acer)

Iep(Ulmus)

Esp(Populus tremula)

Hemlockspar(Tsuga)

Amerikaanse linde(Tilia americana)

Wilg(Salix)

Vooral het stroop van de esdoorn en de berk hebben een hoge voedingswaarde (wel eerst koken). Als u een boom niet goed kunt identificeren is het beter als u deze uit de weg gaat. Sommige soorten bevatten giftige of irriterende bestanddelen (o.a. de gouden regen (Laburnum)).
De Hazelaar (Cotylus avellana l.) groeit meestal als struik met meerdere stammen. Hij komt in het grootste gedeelte van Europa voor. De Hazelaar vindt u hoofdzakelijk langs de bosrand en in heuvelachtige gebieden. Hij heeft eetbare noten en heeft een oliegehalte van ongeveer 60 procent. Deze noten zijn zeer voedzaam en hebben een eivormige schaal (stekelig of harig). De bladeren van de Hazelaar zijn ovaal tot hartvormig (niet eetbaar).
De grove den (Pinus Sylvestris L) heeft een groot natuurlijk verspreidingsgebied. De boom wordt nooit hoger dan 40 meter en de diameter bedraagt nooit meer dan 1 meter. De Den komt vaak voor op arme, schrale en zandige grond. Het hout van deze boom is van uitstekende kwaliteit. De naalden en het cambium zijn eetbaar als u deze kookt. De binnenbast (cambium) is rijk aan vitamine C. De denneappels kunnen verhit worden om zodoende de zaadjes eruit te laten komen. Deze smaken rauw al goed, maar nog beter als ze worden geroosterd. De jongere exemplaren zijn gekookt net eetbaar.
De overige soorten van de Den staan weergegeven. Ten eerste de Alpenden (Pinus cembra L.) en de Weymouthden (Pinus strobus L.). Zij hebben lange dennenaalden die van de takken afwijzen. Deze naalden zijn 6-12 centimeter lang en de denneappels zijn diep ingesneden.
Daarnaast ziet u een afbeelding van de Zwarte den (Pinus nigra Arnold var. nigra). Het hars van deze boom is een goede brandstof om een vuurtje te stoken. De schors van deze den is bijna zwart. De stevige, donkergroene naalden groeien in paren, deze zijn 8-15 centimeter lang.
Als laatste is de Gele den (Pinus ponderosa dougl.). De lichtgroene naalden van deze boom groeien in trosjes van drie bijeen en zijn vrij stevig. De naalden zijn 10-15 centimeter lang. Dennebomen leveren stevig, harshoudend hout.
De gewone beuk (Fagus sylvatica L.) is een van de belangrijkste bosbomen van het gematigd klimaat. De beuk kan een hoogte bereiken van 30-40 meter. Deze boom is herkenbaar aan de zilvergrijze schors en de ovale bladeren van 4-9 centimeter lang. De beukenootjes zijn rijk aan proteïne en kunnen rauw of geroosterd gegeten worden. De nootjes zijn driehoekig en zitten in harige omhulsels.
De eik komt overal in het gematigd klimaat voor en is goed herkenbaar aan zijn opvallende bladeren. De bladeren zijn langwerpig-elipsvormig en 6-16 centimeter lang . In het gematigd klimaat kennen wij 6 verschillende soorten. Ten eerste de moseik (Quercus cerris L.). De eikels van deze boom zitten in mossige napjes. Daarna komen wij bij de zomereik (Quercus robur L.) en de wintereik (Quercus petraea Lieblein). De eikels zitten net zoals bij de moseik in napjes. De steeneik (Quercus Lex L.) heeft glanzend groene bladeren. De Amerikaanse eik (Quercus borealis Michx. F.) kan een hoogte bereiken van 30 meter. De bladeren van deze boom zijn diep ingesneden en puntig. De eikels van deze boom zijn eivormig, roodbruin en 1,5-2,5 centimeter lang. Als laatste is de moeraseik (Quercus palustris Muenchh.). De diep ingesneden bladeren hebben vijf tot zeven lobben die onder een vrijwel rechte hoek van de takken groeien. De onderste takken van deze boom hangen triest naar beneden.
Schil de eikels en kook deze verschillende malen. Hierbij moet u telkens het water verwisselen om de bittere smaak te verwijderen. Te veel rauwe eikels zijn namelijk giftig. Ook kunt u de eikels enkele dagen in water laten weken en ze daarna roosteren. Pas dan zijn de eikels eetbaar.
Een andere manier is om de eikels enkele dagen te laten drogen. Pel daarna de eikels, waarbij u ook het bruine jasje verwijdert. Verpulver de eikels tot meel en spoel dit enkele malen met water schoon. Vermeng daarna het eikelmeel met water en breng dit zachtjes aan de kook (ongeveer 45 minuten). Deze pap is heerlijk in combinatie met gedroogde bessen, vlees, vis, paddestoelen of kruiden. Een extract van het cambium kan gebruikt worden bij verwondingen en tegen keelpijn. De ratelpopulier (Poules tremula L.) groeit in geheel Europa tot aan de arctische boomgrens. Deze boom is opvallend vanwege de voortdurend bewegende bladeren, die aan dunne, platte stelen groeien. De bladeren zijn rond tot ovaal en 3-5 centimeter lang, met een grof gekartelde rand. Het cambium van deze boom is eetbaar (eerst koken).
De wilg kunnen wij onderscheiden in vier verschillende soorten. Ten eerste de schietwilg (Salix alba L.) en de waterwilg (Salix caprea L.). Deze bomen komen overal in het gematigd klimaat voor. De schietwilg is herkenbaar aan zijn lange lancetvormige bladeren. De takken van deze wijzen naar beneden. De waterwilg groeit niet alleen langs het water maar kan ook in bossen voorkomen. De bladeren zijn breed, ovaal, 6-10 centimeter lang en aan de onderkant bedekt met dons. De twijgen worden gebruikt voor het vlechten van voorwerpen (manden, stoelen).
De kraakwilg (Salix fragillis L.) en de katwilg (Salix viminalis L.) zijn de bekendste wilgen. Deze wilgen zijn goed herkenbaar aan hun bezemvormige uiterlijk. De katwilg heeft de stam korter dan de kraakwilg. De bladeren zijn lang en lancetvormig. De bladeren van de kraakwilg hebben een gekartelde rand.
De binnenschors (cambium) van deze boom is eetbaar. Laat deze een lange tijd koken. Een extract van de binnenschors of de bladeren helpt tegen pijn en koorts.
De Ruwe berk (Betula pendula Roth). De Ruwe berk groeit vaak in gemengde bossen en weidelandschappen door geheel Europa. De bladeren zijn driehoekig-ovaal, 3-6 centimeter lang en hebben een grof gekartelde rand. Berken hebben een glanzende en schilferige schors. Het cambium van deze is eetbaar.
De Zachte berk (Betula pubescens Ehrh.) is nauw verwant met de Ruwe berk. De bladeren zijn breed, ovaal en 4-6 centimeter lang.
U kunt siroop van de Berk aftappen. Daarvoor zult u een V-vorm in de bast moeten snijden. Onderaan de V-vorm kunt u het siroop opvangen en bewaren. Wanneer u deze siroop gaat koken, zal het veel stoom produceren. Daarna kunt u deze consumeren.
De vruchtdragende katjes (snottebellen) zijn langwerpig en hangen naar beneden (niet eetbaar).
De Gladde iep (Ulmus carpinifolia Gleditisch), de Ruwe iep (Ulmus glabra Huds.) en de Steeliep (Ulmus laevis Pall.) zijn iepachtigen. De bladeren van deze soort zijn ovaal, 5-10 centimeter lang en hebben een dubbel gekartelde rand. De iep komt overal in Europa voor. Een aftreksel van het cambium (schors) werkt tegen koorts en pijn. Het cambium is net eetbaar.
De Tamme kastanje (Castanea sativa Mill.) werd vanwege de eetbare kastanjes al door de oude Grieken en Romeinen geplant. De bladeren zijn leerachtig, langwerpig-ellipsvormig en 10-20 centimeter lang. Zij hebben een spitse punt en scherp getande rand. De vruchten (kastanjes) bestaan uit een stekelig kapsel van ongeveer 5 centimeter doorsnee, dat in oktober vaak openbarst, waardoor twee of drie donkerbruine kastanjes te voorschijn komen. Laat deze kastanjes 10 minuten in water koken om de bittere smaak te verwijderen. Na het koken smaken deze kastanjes heerlijk, ook kunt u ze poffen bij het kampvuur De kastanjes van de Paardekastanjeboom zijn wel giftig.
De spar hoort bij de denneachtigen. Sommige soorten kunnen een hoogte bereiken van wel 60 meter. De spar komt vrijwel overal in Europa voor. De naalden van deze boom blijven groen, ook in de winter.

Europese zilverspar (Abies alba Mill.)
Reuzenzilverspar (Abies grandis lindl.)

Coloradozilverspar (Abies concolor)

Douglasspar (Pseudotsuga menziesii Franco)

Fijnspar (Picea abies Karst)

Het cambium van deze soort is eetbaar (kook dit goed). Het hars van deze bomen heeft een hoge voedingswaarde, deze zijn rijk aan suikers.
Ook kunt u de naalden van de spar laten trekken in heet water om zodoende thee te maken. Alleen de groene naalden en de jonge scheuten zijn hiervoor geschikt. De naalden bevatten veel vitamine C en de sparreappels zijn eetbaar (bereiden als denneappels).
denneappel
Hazelnoten kunt u rauw eten, maar zijn beter te consumeren wanneer u ze roostert in het hete as van uw kampvuur. Houdt er rekening mee dat de jongere exemplaren in de hete as kunnen gaan springen.
Ook kunt u de zogenaamde hazelaarkoekjes bakken. Hiervoor heeft u 50 gram hazelnoten, 50 gram honing, 50 gram boter/reuzel en 100 gram tarwemeel of een ander meel nodig. Maak de hazelnoten fijn door deze met een steen te kneuzen en vermeng deze met het meel en de honing. Voeg hieraan kleine stukjes boter/reuzel en eventueel een klein beetje zout. Kneed het deeg tot een geheel en maak hiervan 20 kleine deegbolletjes. Laat deze deegbolletjes bakken op een platte hete steen of in een geïmproviseerde oven. Bij het bakken op steen zijn de koekjes met 20 minuten gaar (na 10 minuten omdraaien). In de oven duurt dit ook ongeveer 20 minuten (houdt deze wel erg heet (200 graden celcius)).
De vogelkers (Prunus padus L) komt in vrijwel heel Europa voor. Hij prefereert met water doordrenkte grond. Het hout van deze boom is van uitstekende kwaliteit. De bladeren zijn leerachtig, 6-12 centimeter lang en glanzend groen aan de bovenkant. De vruchtjes van deze struik zijn eetbaar. Deze zijn paarsachtig zwart van kleur en hebben een onregelmatig geribbelde pit. Verder is de vogelkers herkenbaar aan zijn 10 centimeter lange trossen. De trossen bestaan uit witte bloempjes (of vruchten).
De wilde appel (Malus sylvestris Mill.) komt vrijwel overal voor. Hij is de voorvader van een grote verscheidenheid van gecultiveerde appelbomen. Deze boom groeit vaak aan de rand van een loofbos en op met struikgewas begroeide hellingen. De wilde appel is doorgaans een kleine boom van 5-15 meter hoog.
De bladeren zijn 3-5 centimeter lang, ovaal met een spitse punt en een gekartelde rand. De roze getinte bloempjes hebben vijf bloemblaadjes en groeien in kleine tuilen. De ronde, gelige appels zijn 4-5 centimeter in doorsnee en eetbaar. Deze appels worden vaak in september-oktober rijp.
Schil de kleine appeltjes en boor het klokkenhuis eruit, waarna u de appel in ringen moet versnijden. Laat deze ringen enkele weken aan een draad (in de wind en beschermt tegen de zon en neerslag) buiten hangen. De gedroogde ringen kunnen gegeten worden, nadat zij enige uren in het water hebben kunnen weken.
De meidoorn (Crataegus) komt overal in het gematigd klimaat voor. Hij groeit in bossen met kreupelhout, aan de bosrand of in groepjes struikgewas op verlaten weilanden. De bladeren groeien afwisselend en zijn ovaal, 2-5 centimeter lang en drielobbig met een gekartelde rand. De vruchtjes zijn donkerrode, langwerpig-ovale bessen van 8-10 millimeter lang. Het vruchtvlees van deze vruchtjes is romig en kan rauw worden gegeten. Ook de jonge scheuten zijn eetbaar.
De lijsterbes (Sorbus aucuparia L.) komt in heel Europa voor. De voorliefde van vogels voor lijsterbessen werd vroeger gebruikt door vogelvangers, die netten en vallen in de boom plaatsen. De lijsterbes wordt ongeveer 12-20 meter hoog en de gladde schors is grijsbruin. De bladeren zijn 12-17 centimeter lang en bestaan uit negen tot veertien scherp gekartelde bladstippen. De vruchtjes zijn steenrode
bessen van ongeveer 1 centimeter in doorsnee. Deze bessen zijn rauw scherp van smaak. U kunt deze besjes verkoken tot jam.
De bramen en wilde frambozen (Rubus) komen voor in struikgewas, bossen en open grond. De bladeren zijn getand en groeien meestal in paren van drie. De stengels bevatten scherpe dorens.
De bramen zijn rood tot paarszwart van kleur (de frambozen daarentegen rood). Deze kunnen rauw gegeten worden. De wilde aardbei (Fragaria) is een klimmende plant. De vruchten zijn rijk aan vitamine C en kunnen rauw gegeten worden. De bladeren zijn lancetvormig (hieronder zit vaak de roodgekleurde vrucht).

Eetbare vruchten

In de zomertijd zijn vele vruchten een gezonde vorm van voedsel voor mensen en dieren. Sommige vruchten kunnen veelvuldig voorkomen in het gematigd klimaat. Vruchten bevatten veel essentiële voedingsstoffen zoals vitamine A, B en C. Enkele wilde en eetbare vruchten zijn,

bramenAppelbes(Pyrus)
Kersappel(Malus baccata)

Bosaardbei(Fragaria vesca)

Meidoorn(Crataegus oxyacantha)

Sleedoorn(Prunus spinosa)

Vlier(Sambucus nigra)

Hondsroos(Rosa canina)

Vogelkers(Prunus padus)

Wilde druif(Vitis)

Wilde moerbei(Morus)

Wilde roos(Rosa)

Dauwbramen(Rubus caesius)

Zuurbes(Berberis vulgaris)

Jeneverbes(Juniperus communis)

Blauwe bosbes(Gaylussacia)

Vossebes(Vaccinium)

Wilde druif(Vitis)

Wilde appel(Prunus)

Bramen(Rubus)

Wilde frambozen(Rubus)