Lawines
door Roman Segers

|
-Wat is een lawine, -Hoe ontstaat deze, -Wat voor soorten lawines bestaan er -Waar moet je op letten als je in lawinegevaarlijk gebied bent! Heb jij wel eens te maken gehad met skiën, snowboarden of wandeltochten in de sneeuw? Als je gaat skiën of snowboarden denk je waarschijnlijk alleen aan hoe je het makkelijkste en veiligste de piste afkomt. Nou zal je weinig kans hebben op lawinegevaar als je op de geprepareerde piste blijft maar stel nou dat je off piste raakt! (express of per ongeluk) waar moet je dan op letten; Lawine: Is de zwaartekracht die de sneeuw van een helling naar benenden (het dal) trekt groter dan de kracht die de sneeuw op de helling houdt,dan ontstaat een lawine;een grote sneeuwmassa die een heuvel af stormt! Wist je dat 1 kubieke meter sneeuw wel 100 kilo of meer weegt!!! die wil je echt niet op je hebben. ![]() Ontstaan van een lawine De sneeuw op een berghelling bestaat altijd uit verschillende lagen sneeuw en elke laag is ontstaan onder andere omstandigheden. De samenstelling en sterkte van de laag is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden op het moment dat de sneeuw viel. Als een lawine ontstaat komt dit dus altijd door meerdere factoren,namelijk; Temperatuur, wind, zon , helling/terrein, sneeuwhistorie van het sneeuwdek, onderhoud (lawinepreventie) Temperatuur: Terwijl sneeuw valt,passeren de vlokken verschillende luchtlagen. Door de temperatuursverschillen in deze luchtlagen groeit en smelt elke sneeuwvlok een aantal keren. Dit geeft de vlok zijn uiteindelijke vorm en grootte. Sommige soorten sneeuw zijn geschikt om sneeuwballen van te maken,andere vallen direct weer uit elkaar. Niet alleen tijdens de sneeuwval maar ook als de sneeuw een maal ligt (ook al is t 1 meter onder de bovenste laag sneeuw) blijven de “kristallen”zich vormen. De eerste tekenen voor lawinegevaarlijke sneeuw zijn vallende sneeuw uit de bomen en kleine losse sneeuwlawines die direct na een sneeuwbui naar beneden komen. Dit komt doordat de haakjes van de vlokken smelten en dat is altijd een teken van een groot lawinegevaar. (de haakjes zorgen ervoor dat de sneeuw aan elkaar blijft plakken,als deze smelten plakt de sneeuw niet meer aan elkaar en kan de sneeuw beginnen te schuiven) De temperatuur beïnvloed de sneeuw ook van onderaf. Doordat sneeuw isoleert,raakt de bodem maar heel langzaam warmte kwijt. Deze warmte smelt en verdampt de onderste laag sneeuw,waardoor holle ruimtes onder de sneeuw ontstaan. De vrijgekomen waterdamp stijgt op en vriest vast om de sneeuwkristallen hoger in het sneeuwdek. We krijgen nu “sugarsnow” Deze suikerachtige sneeuw hecht aan niets en vormt daardoor een extreem instabiele laag in de sneeuw. Wind: Ook de wind speelt een belangrijke rol in de opbouw van de sneeuw. Allereerst kan wind de structuur van de sneeuwkristallen veranderen, waardoor deze slechter aan elkaar blijven plakken (door de wind botsen de sneeuwvlokken tegen elkaar waardoor de “haakjes” afbreken) . Daarnaast kan wind zeer grote hoeveelheden sneeuw verplaatsen van de loefzijde, de zijde van de berg die in de wind ligt, naar de lijzijde, de kant die van de wind afgekeerd is. ![]() De lijzijde van een berg is vaak dus erg gevaarlijk ,een lijzijde kan je herkennen aan de windlip > het overhangende stuk sneeuw (zie plaatje) De wind blaast de sneeuw naar de lijzijde van de berg,op die zijde ligt dus veel sneeuw en waar veel sneeuw ligt is veel kans op lawinegevaar! De sneeuw die aan de lijzijde ligt is ook helemaal kapot gewaaid en plakt dus niet aan elkaar, deze sneeuw noemen we”triebschnee“, ”slab” of windplak. zon: Door de temperatuur van de zon gaat verse sneeuw zicht zetten; de losse sneeuw zakt in en wordt een compacte laag. aan de schaduwkant van de berg zal dit proces langer duren en blijft het dus langer gevaarlijk. terrein: Het terrein of wel de ondergrond waar de sneeuw op komt te liggen heeft veel te maken met het ontstaan van lawines. Als de ondergrond erg woest is met veel begroeiing (bosjes) / rotsen etc dan zal sneeuw minder makkelijk gaan glijden dan wanneer de ondergrond alleen maar gras is. Als de ondergrond alleen uit gladde rotsen bestaat is de kans op een verschuiving het grootst. ![]() De steilte van een helling heeft ook invloed op lawinegevaar. Het gevaarlijkst zijn hellingen die tussen de 25º en 45º steil zijn. Op steilere hellingen blijft te weinig sneeuw liggen en op vlakkere hellingen hebben de sneeuwlagen niet de neiging om te gaan glijden. ![]() Als laatst heeft de ligging van de helling ten opzichte van het noorden ook invloed! De meeste ongelukken door lawines vinden plaats op noordwestelijke, noordelijke, oostelijke en zuidoostelijke hellingen.(schaduwhellingen) Omdat daar de zon minder schijnt kan de sneeuw zich niet zo goed zetten (zie zon). hier vallen 60% van de lawineslachtoffers. sneeuwhistorie van het sneeuwdek: Hoe groot het lawinegevaar is, hangt af van de verbinding tussen de verschillende lagen: hoe minder de lagen zijn verbonden, hoe groter het gevaar. Daarnaast is het belangrijk hoe de weersomstandigheden in de loop van de tijd veranderen. Als de sneeuw geen tijd krijgt om zich te zetten, bv. door langdurige kou of nog meer sneeuwval, blijft het lawinegevaar bestaan. Zoals je nu weet is er bij elke gladde laag in of onder het sneeuwdek meer kans op het ontstaan van een lawine! dus B.v ondergrond van gras of gladde rotsen. Maar hoe ontstaat er dan een gladde laag in het sneeuwdek? Een gladde laag in het sneeuwdek kan ook ontstaan door rijp. Rijp is te vergelijken met dauw in de zomer: vocht dat in de lucht zit, condenseert op de koude sneeuwlaag en vormt zo kleine kristallen, een soort ijslaag. Als er bovenop deze dunne laag kristallen verse sneeuw valt, kan dit zich moeilijk hechten aan de onderlaag en zo ontstaat er dus een zeer onstabiele situatie. Dus de kans op lawines wordt groter bij gladheid onder en in het sneeuwdek en door sneeuw die niet aan elkaar plakt. -Sugarsnow > Deze suikerachtige sneeuw hecht aan niets en vormt daardoor een extreem instabiele laag in de sneeuw. - Triebschnee > vindt je aan de lijzijde van een berg! deze sneeuw is kapot gewaaid en hecht ook aan niks. -Zetten van de sneeuw > door de warmte van de zon smelt de sneeuw en plakt zich aan elkaar vast. Op schaduw hellingen (noord-oost) zet de sneeuw zich niet en is de sneeuw dus minder stabiel. ![]() ![]() Poeder of Stuiflawines Dit zijn lawines die bestaan uit poedersneeuw en ze zijn het resultaat van grote sneeuwval. Poederlawine zijn herkenbaar aan het kegelvormige spoor. Door het gewicht van de sneeuw of door een stuk valleen steens of ijs begint de sneeuw te rollen en deze sneeuw neemt steeds meer sneeuw mee, de lawine wordt hierdoor steeds groter. Deze lawines bereiken tot wel 400km/u. Door deze snelheden en door de enorme hoeveelheid sneeuw die naar beneden komt bij dit soort lawines, ontstaat er voor de lawine een allesvernietigende drukgolf. Voor deze lawine heb je hoge bergen nodig, in europa komt deze lawine zelden voor vanwege het zeeklimaat. (Te weinig poeder sneeuw) ![]() Natte sneeuwlawines Dit lawines die uit natte sneeuw bestaan en deze komen dus vooral voor bij warm weer en bij regen. (in het najaar) Natte sneeuw is zwaarder dan bijvoorbeeld poedersneeuw en zal dus door zijn gewicht eerder naar beneden glijden. Deze lawines zijn vaak niet erg snel maar als je eronder komt heb je een probleem. een kubieke meter natte sneeuw kan namelijk tot 700 kg wegen! Het boarden in voorjaarssneeuw kan perfect zijn in de ochtend, maar zeer gevaarlijk in de middag als het begint te dooien. ![]() Windplaklawines Dit zijn lawines ide als een plak afscheuren, en zij veroorzaken 80% van de ongelukken.De meeste slachtoffers van deze lawine hebben die zelf veroorzaakt . Doordat in de opbouw van het sneeuwdek iets niet goed is gegaan,staat het geheel op springen. Het gewicht van een skiër of snowboarder is dan genoeg om een hele helling af te doen breken.. Je kunt ze herkennen aan het punt waar de lawine afbreekt; dit is een duidelijke scherpe lijn (breuklijn) die soms wel over vele tientallen meters langs de berg kan lopen. ![]() |
Waar moet je op letten als je je
in lawinegevaarlijk gebied bevind! |