“laat niets anders achter dan je voetstappen, en neem alleen mooie
herinneringen mee naar huis”
Bovenstaande tekst klinkt misschien erg idealistisch en is bijna
onmogelijk te realiseren. Toch is het belangrijk dat we het proberen. Het
volgende stuk staan een aantal goede tips en ideeën om onze invloed op de
omgeving zo klein mogelijk te houden.
Als buitensport instructeur en buitensporter zijn we vaak te gast in bos en
natuurgebied. Helaas realiseren we ons vaak niet wat voor invloed onze
aanwezigheid heeft op de omgeving. Mede door wat ik zag tijdens het landkamp
ben ik opzoek gegaan naar informatie om verantwoord bezig te zijn in de
natuur. Uiteindelijk stuitte ik op het "Leave No Trace" principe wat zo'n
beetje alles met betrekking tot verantwoord verplaatsen en verblijven in de
natuur omvat. Het "Leave No Trace" principe is opgebouwd uit aan aantal
aanbevelingen en gedragsregels om op een leuke en veilige manier door de
natuur te reizen en de invloed van mensen op de natuur ze klein mogelijk te
houden. Het "Leave No Trace" principe is opgebouwd uit 7 speerpunten:
Vooruit plannen en voorberijden.
Reis
en verblijf op duurzaam terrein.
Omgang met
menselijk afval.
Laat
alles achter zoals je het aantrof.
Minimaliseer de invloed van een kampvuur.
Behandel
plant en dier met respect.
Hou rekening met elkaar en andere bezoekers.
1. Vooruit plannen en voorbereiden.
Verantwoord bezig zijn met jezelf, je groep en de natuur begint al voor dat
je je schoenen aan trekt en er op uit gaat. Om op een leuke en veilige
mannier bij je einddoel te komen is een goede voorbereiding onmisbaar. Het
plannen van de juiste route en het voorbereiden van je uitrusting zijn
hierbij van groot belang. Een slechte voorbereiding kan leiden tot
onverwachte en soms gevaarlijke situaties voor jou en je groep en kan schade
toebrengen aan de omgeving.
Planning:
Maak duidelijk
wat het doel is van de activiteit en wat je kan verwachten tijdens het
uitvoeren van de activiteit.
Kijk naar de lichamelijke gesteldheid en vaardigheden van de deelnemers in
de groep.
Stel het reisdoel aan de hand van de vaardigheden van de groep en het doel
van de activiteit.
Laat je goed informeren over het gebied waar de activiteit plaats vind.
Informeer bij de landeigenaar, maak gebruik van een goede kaart en andere
literatuur.
Kies passende kleding voor de te verwachten omstandigheden.
Kies activiteiten tijdens de reis aan de hand van de vaardigheden van de
groep en het doel van de activiteit.
Evalueer aan het eind van de activiteit en noteer de punten die je de
volgende keer anders wil doen.
andere punten
waar rekening mee moet worden gehouden bij het plannen van de activiteit
zijn de volgende:
het weer
het terrein
lokale regels
landschapsgrenzen
gemiddelde loopsnelheid van de groep
te verwachten voedselconsumptie (te veel voedsel veroorzaakt extra afval en
laat sporen na)
grootte van de groep (voldoet deze aan de regels en het doel van de reis)
alle andere "Leave No Trace" richtlijnen
Maaltijdplanning:
Het
goed plannen van de maaltijden heeft veel effect op de invloed die wij
hebben als groep op onze omgeving. Zo zal een juiste maaltijdplanning leiden
tot minder afval en een lager pakgewicht wat de loopsnelheid bevorderd en
blessures voorkomt. Ook is het mindervaak nodig om een kampvuur te maken.
Eenpansgerechten en lichtgewicht snacks nemen weinig ruimte in en zijn snel
te bereiden. Hierdoor wordt brandstof bespaard en is het mindervaak nodig om
een kampvuur te maken. Met twee brandertjes en twee pannen kan een maaltijd
voor de hele groep in één keer worden bereid. Hierdoor wordt brandstof en
verpakkingsmateriaal bespaard wat het pakgewicht omlaag brengt. Branders
laten geen sporen na.
De meeste etenswaar zou voor dat het in de rugzak verdwijnt uit de originele
verpakking in hersluitbare zakjes kunnen worden gedaan. Hierdoor hoef je
minder mee te sjouwen en de zakjes zijn makkelijk op te bergen om de later
te hergebruiken. Ook helpt het om de hoeveelheid afval te verminderen.
Terug naar boven.
2. Reis en verblijf op duurzaam terrein.
Het doel van een hike is om door de wildernis te trekken zonder dat
er schade ontstaat aan het landschap. Het is daarom van belang dat we ons
bewust zijn van de invloed die wij hebben op het landschap.
Beschadiging van het landschap gebeurt veelal doordat de
oppervlaktevegetatie vertrapt wordt en zich niet meer kan herstellen. Dit
heeft kale plekken aan de oppervlakte tot gevolg waardoor verdere erosie
ontstaat en er ongewenst paden ontstaan.
Reizen over paden:
Landeigenaren leggen vaak speciaal paden aan om het verkeer te
concentreren op één pad om zo de rest van het landschap te sparen. Paden op
zich zijn al een aanslag op de landschap maar zijn nodig omdat we ons nou
eenmaal graag willen verplaatsen door het landschap. Door te reizen over een
pad wordt voorkomen dan er meerdere routes ontstaan en zo het landschap
wordt beschadigen. Één goed aangelegd pad is beter dan meerdere slechte kris
kras door het landschap.

Reis zelf zoveel mogelijk over het pad en spreek ook mede reizigers aan op
het gebruik van het pad en voorkom dat er wordt afgesneden. Hou rekening met
anderen die gebruik van het pad maken en maak ruimte als er wordt gepauzeerd.
Off-trail:
Probeer het gebruik van ongerept terrein zo veel mogelijk te spreiden. Elke
keer dat we van het pad af het terrein in gaan; of het nou is voor een
sanitaire stop, of om de omgeving van de bivakplek te verkennen noemen we
off-trail. Er zijn twee grote
factoren die invloed hebben op de hoeveelheid schade die wij veroorzaken als
we ons off-trail begeven namelijk de duurzaamheid van de
oppervlaktevegetatie en de frequentie waarmee deze betreden wordt.

Duurzaamheid van de oppervlaktevegetatie:
Het is van belang dat we wat de duurzaamheid is van de
aardoppervlak gaan herkennen en er op de juiste manier mee om gaan. Het
aardoppervlak kunnen we onderscheiden in de volgende vormen:
|
Rots, zand en gravel: |
Deze
oppervlaktes zijn zeer duurzaam en kunnen herhaaldelijk bewandeld worden.
|
|
IJs en sneeuw: |
Door de
tijdelijke aard van deze ondergrond is het een goede keuze om hier over
te reizen mits de juiste veiligheidsmaatregelen zijn genomen en de laag
sneeuw dik genoeg is.
|
|
Vegetatie: |
De
duurzaamheid van vegetatie verschild nog al. Onderweg zullen er keuzes
moeten worden gemaakt waar er gelopen zal worden. Droog gras is
behoorlijk bestand tegen vertrappen terwijl een vochtige weide snel
sporen van vertrapping zal laten zien. Vertrapping van de vegetatie zal
er toe leiden dat andere reizigers ook die route zullen volgen waardoor
er al snel een ongewenst pad vormt. Als er met een groep van het af moet
worden geweken kan men zich het beste spreiden over het gebied om zo het
vormen van een pad zo veel mogelijk te voorkomen. Ontzie de vegetatie
zoveel mogelijk, vooral op hellingen waar het effect van vertrapping nog
sterker is.
|
|
Cryptobiotic crust: |
Een
gemeenschap van micro-organismen die op woestijnbodem leven en er vooral
voor zorgen dat erosie tegen gegaan word. Deze micro-organismen vormen
zwarte opstaande korst op het zand welke zorgt er voor dat vocht wat in
de grond zit vastgehouden wordt waardoor erosie wordt voorkomen. Ze zijn
uitermate gevoelig voor vertrapping en kan door één voetstap vernietigt
worden. Wandel hier vooral over paden en ga alleen in uiterste gevallen
van het pad af. Loop in dat geval zoveel mogelijk over rotsen en andere
duurzame oppervlakten. Als er toch over de korst moet worden gewandeld
loop dan in elkaars voetsporen om de korst zoveel mogelijk te ontzien.
Eigelijk het omgekeerde van vegetatie dus.
|
|
Woestijn, bronnen en modder poelen: |
Water is een
schaars bezit voor al het leven in de woestijn. Verstoor deze schaarse
bronnen en poelen in geen enkel geval.
|
Bivakkeren op duurzaam terrein.
Een geschikte bivakplaats selecteren is misschien wel het
belangrijkste aspect van verantwoord gebruik maken van het terrein. De
bivakplaats moet met de grootste zorg worden uitgekozen waarbij er vaak een
compromis moet worden gemaakt tussen ecologische en sociale eigenschappen
van de bivakplaats.
Deze bivakplaats
selecteert men aan de hand van de volgende punten.
Het over het type terrein.
De kwetsbaarheid van de vegetatie en de grond.
De kans dat wild verstoord wordt.
De invloed van vorige bezoekers op het terrein.
|D
e verwachte invloed van de groep op het terrein.
Een bivakplaats op terrein dat daar vaker voor
gebruikt word
Probeer bij het kiezen van een bivakplaats een plek te selecteren
welke niet dicht bij water en bij paden ligt. Probeer uit het zicht van
andere reizigers te blijven. Doordat men op grote afstand van de waterkant
bivakkeert blijft het voor de dieren mogelijk om het water te bereiken Volg
de regelgeving wat betreft bivakkeren in dit gebied. Zorg dat er voldoende
tijd en energie over is aan het eind van de dag om een geschikte bivakplaats
te selecteren.
Over het algemeen kan je het beste je kamp opslaan op plaatsen die vaker
gebruikt worden. Deze plaatsen hebben vaak al de vegetatie verloren waar
door er weinig extra schade kan ontstaan. Ook is het vaak eenvoudig om een
plaats te vinden waar al van nature weinig of geen vegetatie op groeit zoals
blootliggende rotsbodem of zanderig terrein.

Plaatsen waar het terrein veel betreden zal worden zoals bij tenten, routes
door het kamp en keukens dienen op de kaalste plekken worden gepland. De
gedachte achter deze regel is om de plekken waar de meeste schade wordt
veroorzaakt op plaatsen te plannen die het minst gevoelig zijn voor deze
schade. Zorg er voor dat de bivakplaats schoon is als je hem verlaat zodat
andere bezoekers ook een mooie en schone bivakplaats hebben.
Bivakkeren in de ongerepte natuur.
Deze
niet vaak bezochte gebieden zijn vaak afgelegen, er komen maar weinig
bezoekers en hebben nog geen sporen van andere bezoekers. Bezoek deze
gebieden dan ook alleen is je bereid bent om de regels van het "Leave No
Trace" principe na te leven.
In dit ongerepte terrein is het vaak het beste om de tenten ver uit elkaar
te zetten, voorkom dat er meerdere keren de zelfde route gelopen wordt en
verplaats het kamp iedere nacht. Het doel hiervan is om het aantal keren dat
de zelfde plek wordt betreden zo laag mogelijk te houden. Plaats de tenten
en keukens op de meest duurzame ondergrond en probeer je daar zo min
mogelijk te begeven. Een duurzame rotsbodem is een perfecte plek voor een
keuken. Kijk goed waar je loopt en probeer zo min mogelijk te breken of te
kneuzen. Neem verschillende routes naar het water en loop zo min mogelijk op
en neer om water te halen door gebruik te maken van grote watercontainers.
Bivakkeer minimaal 60 meter (70 volwassen passen) van het water.
Maak tijd vrij bij het afbreken van het kamp om deze te ontdoen van alle
sporen van je bezoek. Bedek kapot gelopen terrein met takken en bladeren,
verwijder voetsporen en hark platgetrapt gras weer omhoog om het herstel van
het terrein te bevorderen en om te voorkomen dat anderen bezoekers deze plek
ook zullen gebruiken. Ook in dorre gebieden is het beste om het kamp op een
duurzame ondergrond zoals rotsbodem en gravel te plannen. Plaatsen die al
zover zijn vertrapt dat er geen verdere schade kan ontstaan zijn voor de
hand liggende bivakplaatsen omdat ze al hun vegetatie of andere bedekking al
kwijt zijn. Zorg er voor als je voor deze plek kiest dat de hele groep er op
past.
Bivakkeren op plaatsen in dorre gebieden waar geen sporen zijn van vorige
bezoekers is geen probleem zolang deze niet begroeid is en het een duurzame
ondergrond heeft. Rotsbodem, gravel en zandgronden zijn perfecte plaatsen om
je kamp op te slaan. In dat gebied is het nooit nodig om je kamp op
Cryptobiotische grond, eilanden van begroeiing of groene stroken langs een
beek op te slaan.
Keukens, tenten en rugzakken moeten op rotsgrond, gravel of zand geplaatst
worden. Loop ook hier niet steeds de zelfde route maar spreid je looproutes
over een groot gebied zodat er geen paden geen ontstaan. Verblijf niet
langen dan 2 nachten op het zelfde terrein.
Verwijder op de bivakplaats zo minmogelijk stenen en laat organisch
materiaal zoals bladeren en takken liggen. Deze helpen om de invloed van ons
bezoek op de ondergrond te matigen en voorkomen erosie omdat ze de vocht in
de grond vast houden en de schade van zware regenval beperken.
Terug naar boven.
3. Omgang met menselijk afval.
Menselijk ontlasting:
Verantwoord omgaan met menselijk ontlasting voorkomt de vervuiling
van waterbronnen, verminderd de kans dat er ziektes worden verspreid,
versneld het afbreekproces en voorkomt vervelende situaties als ze per
ongeluk door anderen worden gevonden.
In de meeste situaties is het begraven van de uitwerpselen de beste mannier.
Op sommige plaatsen (o.a. parken in de verenigde staten) zullen de vaste
uitwerpselen mee moeten worden genomen. Informeer bij de landeigenaar over
deze regels.
In tegenstelling tot wat we vaak denken blijkt uit onderzoek dat het
begraven van uitwerpselen de afbraak vertraagd. Zelfs na een jaar zijn er
nog ziekteverwekkers aan te treffen. Des al niet te min is begraven in de
meeste gevallen toch de beste oplossing en wegen de voordelen vaak op tegen
de nadelen. Vanwege de tragere afbraak is het van groot belang om de juiste
locatie te selecteren ver van water, bivakplaats en andere vaak bezochte
plekken. Bedenk dat het water dat we onderweg tegenkomen vaak ook ons eigen
drinkwater is.
Cat-holes:
Deze
ondiepe kuil zijn makkelijk met de punt van je schoen of een klein
tuinschepje te maken. Dit is de meest gebruikte methode waarbij de
ontlasting het snelst verteerd. De kuil moet ongeveer 10 tot 20 cm diep zijn
en 8 tot 15 cm breed. Bedek na gebruik de kuil met grond en bodembedekking
om te voorkomen dan een anderen het zijn. Een aantel voordelen van de
cat-hole zijn:
Ze zijn op de
meeste plaatsen te maken.
Eenvoudig na gebruik te verbergen.
Ze zijn privé
Ze verspreiden het afval in plaats van het te concentreren.
Het is vrij eenvoudig om een plek uit te kiezen die niet per ongeluk door
anderen gevonden word.
De beste plek voor een cat-hole:
Ver verwijderd van het water, pad en bivakplaats. Bij voorkeur meer dan 60
meter (70 volwassen passen).
Een onopvallende plek die waarschijnlijk niet door anderen gevonden zal
worden.
Verspreid de cat-holes als je met een groep meerdere dagen op de zelfde plek
blijf over een groot terrein.
Zoek een plek met een dikke organische bodem. Deze bodem bevat organismen
die het verteren van ontlasting versnellen. Deze grond is vaak donkerder
vankleur.
Zoek een plek waar veel zonlicht komt. Zonlicht versneld het
verteringsproces.
Zoek op een helling een plek waar het water tijdens een regenbui niet langs
stroomt. Dit voorkomt dat ziekteverwekkers alsnog in het drinkwater komen.
Cat-holes in
dorre landschappen: Ook in dorre landschappen is het maken van een cat-hole
de meest geschikte mannier om je behoeften te doen. Maak hier de cat-hole
minder diep zodat het verteringsproces verder versneld wordt door de zon en
ziekteverwekkers eerder dood zijn.
Latrines:
Cat-holes zijn niet in alle situaties toepasbaar. Wanneer er met
kinderen of een grote groep meerdere dagen op één plek wordt gebivakkeerd is
een latrine een betere oplossing. Kies hier de plek op de zelfde mannier als
je bij een cat-hole doet. Hier is de locatie door de hogere concentratie
uitwerpselen van een nog groter belang. Bedek de uitwerpselen na elk bezoek
met een dunne laag aarde om zo het verteringsproces te bevorderen.
Toiletpapier:
Wees spaarzaam met toiletpapier en gebruik alleen ongeparfumeerd
natuurvriendelijk papier. Begraaf het papier zorgvuldig samen met de
uitwerpselen.
In de woestijn kan met het papier beter verbranden in verband met de trage
verteringsproces. Als er in het gebied brandgevaar is wordt aanbevolen
toiletpapier mee het gebied uit te nemen in een plastic zak.
Voor tampons geld dezelfde regel. Hierbij wordt bedraven afgeraden omdat
deze door wilde dieren kunnen worden opgegraven. Voor het volledig
verbranden is een zeer heet vuur nodig.
Urine:
Urine heeft weinig invloed op de grond en planten in de omgeving.
Wel kan het zout in urine wilde dieren aantrekken die de vegetatie kunnen
vertrappen. Door te urineren op rotsgrond, naalden van naaldbomen of gravel
is de kans het kleinst dat er schade ontstaat. Verdunnen met water zal de
schade nog verder beperken.
Terug naar boven.
|
|
4. Laat alles achter zoals je het aantrof.
Gun ook anderen dezelfde ervaring die jij hebt als je een prachtig
ongerept natuurgebied bezoekt. Laat rotsen, planten en archeologische
bezienswaardigheden met rust.
In dit hoofdstuk gaat het in hoofdzaak om culturele voorwerpen en objecten.
Een groot deel hiervan is echter ook van toepassing op de buitensport.
Beperk de aanpassingen op locatie:
Zoals de titel van dit hoofdstuk aan aangeeft is het wenselijk dat
er min mogelijk aanpassingen aan de locatie worden gemaakt. Beperk het
graven van kuilen, het maken van een ‘lean-to’ onderkomen en andere
gelijksoortige aanpassingen op de locatie. Al het materiaal dat je bij het
vrij maken van de locatie hebt verplaatst moet bij het vertrek weer worden
terug gelegd. Ook is het netjes om eventuele sporen van vorige bezoekers
zoals kuilen, geulen en vuurplaatsen op te ruimen. Hou in princiepen het
volgende aan; een goede bivakplaats worden gevonden en niet gemaakt...
Op locaties waar al legale voorzieningen zijn aangelegd zoals een vuurplaats
en dergelijke mogen deze natuurlijk niet worden afgebroken.
Beperk het beschadigen van levende bomen en
planten:
Spijkers in een boom slaan om iets op te hangen, een boom bewerken
met bijl of zaag moeten tot een minimum beperkt worden. Je initialen en een
boom kerfen is natuurlijk uit den boze. Takken afbreken om een slaapmat te
bouwen heeft een grote invloed op de omgeving terwijl het maar weinig
bijdraagt aan het slaapcomfort. Goede slaapmatten zijn in elke buitensport
winkel te koop.

Alhoewel het plukken van bloemen erg onschuldig lijkt kan dit wel degelijk
een grote impact hebben op de omgeving. Als er maar af en toe een bloemetje
werd geplukt was dat natuurlijk geen probleem maar als iedere bezoeker dat
zou denken is er al gouw geen bloemetje meer over. Maak liever een mooie
foto of tekening van de bloem, deze zal veel langen mooi blijven. Ervaren
hikers zullen zich af en toe trakteren op eetbare planten uit de natuur en
gaan hierbij voorzichtig te werk. Voorkom dat je de plant te ver uitdunt en
verstoor geen zeldzame planten.
Laat natuurlijke objecten en culturele voorwerpen
met rust:
Mooie natuurlijke objecten zoals oud gewei, vesteend houd of mooie
gekleurde stenen geven de omgeving zijn specifieke sfeer en zouden met rust
moeten worden gelaten zodat ook andere die sfeer kunnen mee maken. In alle
nationale parken en sommige andere plaatsen is het verboden om natuurlijke
objecten te verwijderen. Het zelfde geld ook voor culturele voorwerpen zoals
voorwerpen met een archeologische waarde.
Terug naar boven.
5. Minimaliseer de invloed van een kampvuur.
Branders vs. Kampvuur:
Het gebruik van een kampvuur was ooit een noodzaak om warm te
blijven en voor het berijden van eten. Velen kunnen zich geen bivak meer
voorstellen zonder kampvuur. Voor de avontuurlijke buitensporter is het
daarom belangrijk dat hij een goed kampvuur kan aanleggen. Door de grote
vraag naar brandhout is er een grote belasting gekomen op de bosrijke
omgeving en is deze hierdoor veranderd. Gelukkig zijn er tegenwoordig goede
alternatieven voor een kampvuur in de vorm van lichtgewicht branders. Deze
zijn dan ook een essentieel onderdeel geworden van de uitrusting van de
avontuurlijke buitensporter. Ze zijn snel, en makkelijk in gebruik en
voorkomen de noodzakelijke aanwezigheid van brandhout op de locatie.

Zou je wel een kampvuur maken?
De meest
belangrijke afweging bij het bepalen of je een kampvuur maakt is de
potentiële schade aan de omgeving.
Hoe groot
is het brandgevaar op de geselecteerde locatie en wat zijn de regels in deze
omgeving betreffende kampvuren.
Is er voldoende brandhout aanwezig zodat de schade aan het terrein beperkt
blijft.
Kan de omgeving zoals bijvoorbeeld alpine gebied of woestijn de schade door
de vraag aan brandhout compenseren?
Kunnen de leden uit de groep het kampvuur op een goede ‘leave no trace’
mannier aanleggen?
De schade van een kampvuur beperken:
Maak alleen een kampvuur op plaatsen voor meer dan genoeg brandhout
voorhanden is. leg geen vuur aan op plaatsen waar houd schaars is zoals
alpine gebied of woestijnen. Een goed ‘leave no trace’ kampvuur laat geen
sporen achter.
Bestaande vuurplaatsen:
De beste plek om een kampvuur te maken is natuurlijk op bestaande
vuurplaatsen binnen een cirkel van stenen. Hou het vuur klein en allen
zolang het nodig is. Laat het houd volledig opbranden tot as. Blus het vuur
met water en niet met grond, de kans bestaat dat de grond het vuur niet
helemaal blust. Zorg er voor dat het vuur niet naast een rots wordt
aangelegd, hierdoor ontstaan zwarte plekken op de rots die er lang op
blijven zitten.
Isolatievuur:
Een
isolatievuur kan op eenvoudige wijze worden gemaakt. Het enige wat je nodig
hebt is een stuk zijl of doek. Verzamel een behoorlijke hoeveelheid zand of
grond van een reeds verstoord stuk grond zoals bijvoorbeeld bij de wortelen
van een omgewaaide boom. Leg het doek op de grond en gooi hier de grond op
tot er een hoop ontstaat van 10 tot 15 cm hoog. De zak heeft enkel als doel
om het opruimen te vergemakkelijken. De oppervlakte van de hoop moet groter
zijn dan die van het vuur. Het voordeel van een dergelijk vuur is dat het
eenvoudig kan worden aangelegd op ongelijke rotsgrond en op een organische
ondergrond zoals gras.
Vuurpan:
Een vuurpan is ook een goed alternatief voor een kampvuur. Een
vuurpan aan aangelegd worden met behulp van bijvoorbeeld een lege oliedrum
of een oude barbecue. Deze kan door middel van rotsen of dikke balken van
het oppervlakte getild worden zodat er geen schade aan de ondergrond
ontstaat.
Brandhout verzamelen en opruimen:
Staande bomen, dood of levend, bieden vaak een onderkomen voor vogels en
insecten, laat ze daarom staan. Ook omgevallen bomen voorzien vele dieren
van een onderkomen, houden vocht vast in de grond en voorzien de omgeving
van voedingsstoffen door rotting. Het verwijderen van deze stammen onttrekt
ook een deel van het natuurlijke voorkomen van het gebied.
Voorkom het
omhakken en zagen van takken van levende bomen. Dood en gevallen hout brand
goed en is makkelijk te verzamelen en heeft een mindergrote invloed op de
omgeving.
Gebruik dunne stukken hout die niet dikker zijn dan de pols van een
volwassene en met de hand gebroken kan worden.
Verzamel hout oven en groot terrein rondom de bivak. Gebruik droog drijfhout
aan de rand van een rivier of op de kust.
Verbrand al het hout tot witte as, verpulver de houtskool en verspreid het
oven een groot terrein.
Breng de grond terug van waar je het vandaan hebt gehaald, het zelfde geld
voor het materiaal van de vuurpan.
Verspreid het hout dat overblijft zodat de omgeving zo natuurlijk mogelijk
lijkt.
Verzamel al het overige kampvuur afval. Verpakkingen met folie en plastic
mogen niet worden verbrand in het kampvoor maar moeten met de rest van het
afval meegenomen worden.
Veiligheid:
Zorg bij een
kampvuur met kinderen voor voldoende toezicht.
Volg de handleiding en veiligheidsvoorschriften van een brander nauwlettend.
Maak gebruik van geschikte brandstofflessen.
Laat een vuur nooit onbewaakt achter.
Hou hout en andere brandstoffen ver van het kampvuur.
Blus het vuur grondig.
Terug naar boven.
6. Behandel plant en dier met respect.
Leer het wild kennen door stil te observeren. Verstoor het wild
niet door het net even wat beter te willen zien. Probeer ze van een afstand
te observeren zodat ze niet bang worden, schrikken en vluchten. Grote
groepen veroorzaken vaak grotere schade aan de omgeving dan meerdere kleine
groepen. Probeer daarom als het mogelijk is je groep zou klein mogelijk te
houden zodat de schade tot een minimum beperkt wordt.
Snelle bewegingen en luide klanken veroorzaken stress bij de dieren.
Verplaats je rustig en voer of achtervolg de dieren niet en laat ze niet
onnodig schikken. Alleen als je een een beerrijke omgeving bent is het
verstandig om wat rumoer te maken om te voorkomen dat je op een niets
vermoedende beer stuit. In erg warme of koude omstandigheden kan het
verstoren van de dieren veel invloed hebben op hun conditie in deze
omstandigheden. Raak wilde dieren niet aan, voor ze niet en pak ze niet op.
Het veroorzaakt stress bij het dier en het kan hondsdolheid of een andere
ziekte overbrengen. Vooral zieke dieren kunnen gaan krabben, pikken of
bijten en je zo regelrecht naar het ziekenhuis sturen. Jongen dieren die
worden aangeraakt door mensen, zelf als die het beste er mee voor hebben,
kunnen verstoten worden door hun ouders. Waarschuw de beheerder van het
gebied als je een gewond dier of een dier in nood tegenkomt.
Bewuste kampeerders observeren het wild van een afstand en geven het wild de
ruimte. Ze bewaren het eten op een veilige plaats en ruimen het afval en de
etensresten op. Onthoud dat jij te gast bent in hun leefomgeving.
Zorg er voor dat wilde dieren bij hun drinkplaats kunnen komen daar een
ruime afstand te houden van het water zodat zij zich niet bedreigt voelen.
Hou hierbij een afstand aan van minimaal 60 meter. Door in de nacht de
waterbronnen in droge gebieden te mijden is de kans minder groot dat je
dieren afschrikt. De meeste dieren in deze droge gebieden zijn vooral ’s
nachts actief. Juist in deze extreme gebieden is het belangrijk dat we onze
invloed tot een minimum beperken omdat het er al moeilijk genoeg hebben om
te overleven.
Het wassen en de omgang met menselijk ontlasting moet zorgvuldig gebeuren
zodat de omgeving niet vervuild word en dieren niet ziek worden. Zwemmen in
prima de meeste meren en revieren behalve in de woestijn. Laat de schaarse
waterbronnen met rust zodat de wilde dieren hier gebruik van kunnen maken.
Terug naar boven.
7. Hou rekening met elkaar en andere bezoekers.
Een heel belangrijk component van outdoor ethiek bestaat uit het
rekening houden met andere bezoekers. Hierdoor kan iedereen een goede
buitensport ervaring opdoen. Veel mensen komen er voor de rust en om te
genieten van de geluiden van de omgeving. Veel rumoer, loslopende huisdieren
en beschadigingen aan de omgeving beschadigen zede ervaring. Dus hou het
geluidsniveau laag en als je een radio of iPod mee wil nemen gebruik dan een
koptelefoon zodat je anderen niet hindert. Bedenk ook het het gevoel van het
op je zelf gesteld zijn word versterkt als je de groep klein houd en het
contact beperkt.Voorkom voor een maximaal gevoel van zelfstandigheid om
tijdens vakanties of drukke weekeindes op pad te gaan.

Kudden vee en dergelijke hebben ‘het recht op de weg’. Hikers en
mountainbikers moeten plaats maken en naar de dalkant verplaatsen. Praat
zachtjes bij het laten passeren van ruiters aangezien paarden zich snel
laten schrikken. Houd rustpauzes op duurzame ondergrond verwijderd van het
pad. Personen die een trektocht ondernemen door een weinig bezocht gebied
zijn extra gemotiveerd om rustig te reizen en het land weinig te belasten.
Kies een plek voor de bivak die door bomen of rotsen wordt verborgen voor
andere bezoekers. Hou het rumoer in het kamp laag zodat andere bezoekers en
passanten hier geen last van hebben en onze aanwezigheid niet opmerken. Het
laten schrikken, bang maken en pesten van bezoekers is ongewenst gedrag en
kan leiden tot fatale ongelukken.
Geef tijdens het mountainbiken tijdig aan dat je anderen wild passeren en
hou rekening met de snelheid.
Hou huisdieren altijd onder controle. Fikkie valt niet onder het wild...
Loslopende honden zijn niet altijd welkom, kunnen anderen afschrikken en
willen ook wel eens een ongewenste verrassing neerleggen op of bij het pad.
Op sommige plaatsen moeten honden ten aller tijde worden aangelijnd en
moeten de uitwerpselen worden meegenomen.
Laat hekken achter zoals je ze aantrof en laad het land onaangetast achter
zodat ook anderen er van kunnen genieten. Onthoud dat onze wildernis moet
worden beschermd voor alle generaties die na ons komen. Het is aan ons zelf
om ze gezond, schoon en vrij toegankelijk te houden voor volgende generaties.
Geniet, respecteer en leer van archeologische locaties en hun schatten.
Velen zijn zeer waardevol voor hun oorspronkelijke bewoners of
afstammelingen en zijn een belangrijke herinnering aan onze voorouders.
Terug naar boven.
bron:
Leave No
Trace; Center For Outdoor Ethics,
Wikipedia; the free
encyclopedia,
|
|