De toggle

Een van de onderdelen die veel in de buitensport wordt toegepast is het togglelen. Togglen is zich glijdend verplaatsen over een touw dat onder een bepaalde hoek is opgespannen. Togglen is echter niet zonder gevaar, dit onderdeel vergt namelijk veel kennis van zaken. De meeste ongelukken in de buitensportrecreatie gebeuren dan ook vaak bij het togglelen. Daarom is het van belang dat de elementen van het togglelen uitvoerig worden besproken.



Het creëren van een togglebaan en het systeem hiervan is vaak sterk afhankelijk van het terrein. De hoek waaronder het touw wordt opgespannen en de lengte spelen een belangrijke rol m.b.t. de togglesnelheid. Afhankelijk van deze factoren kan een specifiek togglesysteem (katrol, harp of carabiner) worden toegepast. De diameter van het tokkeltouw speelt daarbij ook een rol, een kleinere diameter geeft immers minder wrijving waardoor de togglesnelheid zal toenemen. Een origineel toggletouw heeft een diameter van ongeveer 20mm, toggletouwen met een diameter van 11mm mogen niet langer zijn dan 50m. De weersinvloeden spelen ook een belangrijke rol. Wanneer het namelijk regent zal het toggletouw nat worden waardoor er een soort waterlaagje op het touw komt. Dit vermindert de wrijving waardoor de togglesnelheid aanzienlijk zal toenemen.
De verankeringspunten van het toggletouw moeten altijd d.m.v. een zogenaamde backup verbonden worden. Het liefst met een krachtendriehoek waarbij de krachten goed worden verdeeld op de verankeringspunten. U mag slechts gebruik maken van “Levende” bomen met een diameter van minimaal 30cm (afhankelijk van de lengte van de togglebaan en de opspankracht). Wanneer u geen krachtendriehoek kunt creëren, maak dan een back-up welke zich bevindt in de opspanrichting.
Het eindpunt of opspanpunt van de togglebaan moet ook voldoen aan enkele veiligheidseisen. Gebruik bandschlings i.p.v. reepsnoertjes, omdat deze veel meer kracht kunnen verwerken. Plaats achter de noodrem ook een bandschling (bandschlingklemknoop) met daaraan een carabiner. Hierop zal het togglesysteem klem raken, waardoor de togglelaar het opspanpunt niet kan bereiken. Het remsysteem is natuurlijk van groot belang. Afhankelijk van de togglesnelheid kan een remsysteem aangelegd worden. Standaard wordt er met een dynamisch remtouw gewerkt, welke is bevestigd met een carabiner aan het tokkeltouw. Het togglesysteem klapt dan tegen de carabiner, waar vervolgens door een aantal remmers de togglelaar tot stilstand wordt gebracht. Er zijn verschillende remsystemen zoals:

• Remelastiek. M.b.v. een lang stuk elastiek (bungikoord, fietsbanden of in elkaar geweven trampoline-elastieken) wordt de togglelaar dynamisch tot stilstand gebracht. Pas op bij het ontkoppelen van het elastiek. Het elastiek kan losschieten en de togglelaar raken.
• Togglelaarrem. M.b.v. een lang dynamisch touw, wat precies op lengte is gemaakt wordt de togglelaar tot stilstand gebracht. Dit dynamische touw zit aan de togglelaar en het startpunt verankert. Een nadeel is wel dat dit remtouw telkens terug getrokken moet worden naar het startpunt.
• Touwrem. M.b.v. een achtknoop wordt het dynamische remtouw links en rechts door enkele remmers onder spanning gehouden. Het is voor de remmers verstanding om handschoenen aan te trekken.
• Dubbel toggletouw. Dit systeem bestaat uit een vast toggletouw met daaronder het remtouw, beide touwen lopen door het tokkelapparaat. Dit remtouw kan van het vaste toggletouw worden weggetrokken waardoor een remwerking ontstaat. Hierdoor kan de togglelaar geleidijk worden geremd.
• Touwverloop van de togllebaan. De togglelaar gaat aan het einde van de togglebaan via het touw een stukje omhoog waardoor deze wordt afgeremd. De togglelaar komt uiteindelijk op het laagste punt van de togglebaan stil te hangen. Hier wordt deze via een trap van het touw gehaald.




Vergeet nooit een noodrem op uw togglebaan aan te brengen. Deze rem heeft een belangrijke functie. Verbind de noodrem nooit direct aan het remsysteem, maar onafhankelijk.

noodrem

Op het bovenstaande voorbeeld wordt een noodrem aangelegd met een franse prussik met daaraan een carabiner. Trek de prussik stevig aan, anders gaat deze glijden. Een nadeel van dit systeem is dat de prussik waarschijnlijk kapot zal gaan. Een ander nadeel is dat dit tevens het eindstation is van de togglelaar, dit kan nadelig zijn voor het afstappen/uitbinden.
De noodrem kan b.v. ook verankerd zijn aan een stevige boom met b.v. een HMS met een halve mastworp, welke wordt begeleid door een ervaren persoon (remmer). Mocht deze rem dan nog falen dan komt de togglelaar tot stilstand bij het opspanpunt (niet het verankeringspunt!), echter kunt u bij deze rem niet meer spreken over een dynamische stilstand. Ligt het opspanpunt te dicht bij het verankeringspunt, dan kunt u met een tweede touw het opspanpunt uit de richting van het verankeringspunt wegspannen (hierdoor komt het tokkeltouw ook strakker te staan).


Geleidde abseil

De zelfzekering van de togglelaar moet precies op maat zijn. Wanneer de zelfzekering te lang is, is de kans groot dat de togglelaar alsnog de grond of andere objecten zal raken. Als de zelfzekering te kort is, zal deze zekering wrijving veroorzaken, zodat de togglelaar schokkend en stotend zijn weg zal vervolgen. De bevestiging van de zelfzekering t.o.v. de gordel moet altijd van de togglerichting af zijn. Dit betekent als iemand frontaal togglet, dat de zelf zekering op de rug bevestigd moet zijn. Gebeurt dit niet dan kan de zelfzekering door de togglesnelheid tegen het gezicht aan slaan.
 
 

Olaf v B aan een toggle in Schotland

Men kan ook gebruik maken van de scoobydoo-knoop, dit is een knoop met vier lussen (1 voor de katrol, 2 voor de armen en 1 voor de gordel (ankersteek)).
Een helm is ook aanbevolen i.v.m. verzekeringstechnische zaken en veiligheid. Controleer altijd of de gordels wel zijn teruggestoken/ of juist geknoopt en de carabiners zijn dichtgedraaid. Bedenk ook een goed systeem zodat de togglelaar nooit kan togglelen als het remsysteem nog niet gereed is.

Tips,

• Wanneer er geen verbale communicatie mogelijk is maak dan gebruik van b.v. een seinvlag (groen = o.k. (togglen) en rood = stop (gevaar)). Of maak gebruik van handsignalen (armen gekruisd is “niet togglen!”).
• Voordat u een togglebaan in gebruik neemt, test deze dan altijd met een zwaar voorwerp (b.v. een goed gevulde rugzak). Deze test geeft een duidelijke indicatie van de togglesnelheid en in hoeverre het tokkeltouw doorzakt.
• Tijdens het togglelen zal er minder spanning op het touw komen te staan. Gebruik daarom een opspansysteem dat eenvoudig en snel gebruikt kan worden om het touw strakker op te kunnen spannen. Houdt altijd rekening met de grote spankracht die op het touw staat waardoor voorwerpen plotseling met een grote klap kunnen wegklappen.
• Zorg altijd dat er EHBO aanwezig is (vooral bij het togglen….)


Onderschat nooit het gevaar wat achter het hele toggle gebeuren schuilt. Daarom is het van groot belang dat het bovenstaande altijd wordt nageleefd.
Dodemansrit “mariniers kazerne Rotterdam”



Mariniers maken het nog spannender en togglen met hun lichaam. Hiervoor gebruiken zij wel een flinke ingevette leren band, welke als wrijvingsvlak functioneert. Leren handschoenen en een zelfzekering worden hieraan toegevoegd. De togglelaar remt met zijn handen, d.m.v. hard in het touw te knijpen. Mocht deze remwerking geen effect hebben, dan wordt de togglelaar met een noodrem (zie vorige togglebanen) tot stilstand gebracht. Men kan in drie houdingen togglen,

1. In buikligging. Handen zijn links en rechts gestrekt en omvatten het touw.
2. In catcrawlhouding (headfirst). Handen zijn beide voor en omvatten het touw (deadmans-ride).
3. Idem 2, nu achterwaarts.