Verstandelijk gehandicapten in de buitensport?
door Evelyne van Mierlo
| Ja zeker! Je zou
misschien niet verwachten dat mensen met een verstandelijke beperking
buitensport beoefenen, maar ze kunnen meer dan we op het eerste gezicht
denken. De activiteiten klimmen, abseilen, raften, kajakken, mountainbiken, bergwandelen, canyonning, grottentocht, boogschieten, touwbruggen, tokkelbaan, klimnetten, vlotoversteek, kaart en kompastocht, challenge parcours behoren voor velen tot de mogelijkheden. Wanneer je rekening houdt met lichamelijke beperkingen en de activiteiten aanpast, kunnen ook mensen met een verstandelijke beperking veel plezier beleven in de buitensport! Sportieve inspanning zorgt voor extra levensvreugde, een toename in het zelfvertrouwen en een toename in de zelfstandigheid. Ook kan het vermindering van angst, remmingen en minderwaardigheidsgevoelens als gevolg hebben. ![]() Eigenlijk bestaat ‘de verstandelijk gehandicapte’ niet. Er zijn vele soorten handicaps en net zoveel manieren van aanpak. Het is een groep mensen met uiteenlopende syndromen, symptomen en beperkingen, maar ook met uiteenlopende mogelijkheden. De niveaus zijn heel verschillend. Voor elke deelnemer moet bekeken worden op welk niveau de activiteit mogelijk is. Professionele begeleiding Er is een branchevereniging voor Aangepaste Vakanties; het NBAV. Deze vereniging wil emancipatie en integratie van mensen met een functiebeperking bevorderen, en het aanbod aan vakanties en aangepaste vakantieaccommodaties inzichtelijk maken en de garanties voor de reiziger waarborgen. Organisaties die het NBAV-keurmerk hebben, moeten voldoen aan allerlei kwaliteitscriteria, als goede verzekeringen, adequate begeleiding, goede bereikbaarheid, een afdoende calamiteitenplan, noodprocedures. Flow Outdoor is één van de bedrijven die speciale vakanties en outdoor trips organiseert voor verstandelijk gehandicapten. De instructeurs die hen begeleiden hebben allemaal een interne opleiding gehad, waarbij aandacht besteed wordt aan methodieken, hoe ga je om met verschillende ziektebeelden en karakters; hoe ontdek je wat de deelnemer denkt of wil als deze zich niet goed kan uiten en hoe communiceer je. Verder gaan ze in op verschillende medicaties, en ze organiseren een 2 daagse bedrijfshulpverleningtraining, gericht op ongevallen die tijdens reizen kunnen voorkomen. Ook leren ze wat te doen bij agressie, seksualiteit, ongewenste intimiteiten en noodprocedures. Van de deelnemers wordt verwacht dat ze over het algemeen zelfstandig, mobiel en zelfredzaam zijn en een redelijk tot goede conditie hebben . Leeftijd tussen de 18 en 45 jaar. Op iedere 4-6 deelnemers gaat 1 begeleider mee. De deelnemer geeft zelf aan hoe er met geld, medicatie, gedrag, verzorging, alcohol en zelfredzaamheid omgegaan moet worden d.m.v. inschrijfformulieren die de deelnemer zelf invult. Deze inschrijfformulieren zijn in de loop der jaren steeds uitgebreider geworden, zodat je precies weet wat een deelnemer wel of niet kan, en wat voor ziektebeelden er kunnen voorkomen. Dat betekent dat een aantal activiteiten af kunnen vallen, of aangepast moeten worden. Doelstelling Voor verstandelijk gehandicapten is het minder belangrijk wat er gedaan wordt, maar gaat het meer om de entourage van het buitensportgebeuren: samen naar de activiteit gaan, sportkleding dragen, juichen als er iets is gelukt. Het doel is: plezier, integratie, het gevoel krijgen dat ze iets kunnen, het leggen van sociale contacten, het bevorderen van de gezondheid en al sportend de motoriek ontwikkelen. Uiteindelijk kan de verstandelijk gehandicapte meer zelfvertrouwen krijgen. Als instructeur moet je kijken naar wat er mogelijk is en dat proberen te ontwikkelen. Onmogelijkheden doe je niet. Dus als iets niet lukt, niet doorgaan, maar proberen iets gelijksoortigs op een simpelere manier te doen. Het gaat erom dat ze plezier hebben. Het gaat alleen om de voldoening van het actief bezig zijn en daar plezier aan beleven. De deelnemer krijgt het gevoel iets gepresteerd te hebben. Methodieken voor de instructeur/trice: - hoe ga je met de doelgroep om - waar liggen de grenzen - wat wil je bereiken - hoe ga je om met gedragsmatige aspecten - welke sociale vaardigheden, waarden en normen worden er van je verwacht - hoe stimuleer je de deelnemer - hoe werk je optimaal in teamverband - hoe kun je er voor zorgen dat de deelnemers een optimale vakantie beleven Eigenschappen instructeur Als instructeur is het belangrijk om gemotiveerd te zijn om met deze doelgroep te willen werken. Sommigen kunnen er niet tegen, wat heel begrijpelijk is, maar dan wordt het niks. Daarnaast moet je heel geduldig zijn. Lukt iets niet, dan kun je proberen hun vertrouwen te winnen. Daarnaast is het belangrijk om vrolijk zijn. Het gaat erom dat ze plezier hebben en een humeurige begeleider is niet bevorderlijk voor de sfeer. Ook moet je heel creatief zijn. Als blijkt dat je iemand iets wil aanleren, en het lukt niet op de manier die je in gedachten had, moet je een andere manier bedenken die wel werkt. Of het tempo aanpassen als blijkt dat het te snel gaat. Je moet de activiteit kunnen aanpassen, inspelen op de beleving van de deelnemer. In het algemeen kan je verwachten dat de deelnemers – zeker in het begin van de instructie – terughoudend en gespannen zullen zijn. Het is belangrijk dat de instructeur dit accepteert door begrip te tonen voor de terughoudendheid en de gevoelens van spanning van de deelnemers. Je laat de deelnemers in hun waarde, je kan de mogelijke terughoudendheid benoemen (spannend hé, zo’n eerste keer bij elkaar) en rustig beginnen met kleine en eenvoudige opdrachten. Ook confronteer je de deelnemers zo min mogelijk met geconstateerde tekorten of persoonlijk eigenaardigheden. Je kan als instructeur een positieve sfeer creëren door het benoemen van wat de deelnemer goed doet. Veiligheid - zorg voor goede schoenen in verband met vaak zwakke enkels - voorkom snelle afkoeling; verstandelijk gehandicapten zijn vatbaar voor verkoudheid - medische informatie van de deelnemers (hartafwijking, epilepsie, gestoorde coördinatie) - schat de belasting en de belastbaarheid goed in. Verstandelijk gehandicapten kunnen steeds maar doorgaan en zien het gevaar van oververmoeid raken niet. - Voldoende instructeurs (voor persoonlijke aandacht en voor de veiligheid). Stel dat er iets gebeurt tijdens een activiteit dan moet je met voldoende instructeurs zijn om de situatie op te vangen - heb je gegevens van de deelnemers bij je en telefoonnummers om een dokter te bellen Instructie, uitleg en begeleiding - Het aanleren van vaardigheden moet niet te lang duren, omdat het voor verstandelijk gehandicapten moeilijk is lang geconcentreerd te luisteren. Wel kan je eenmaal geleerde vaardigheden vaak herhalen, omdat ze genieten van het herhalen. De uitleg is dus kort en duidelijk, dan doe je het voor en doen zij het na, of je herhaalt de beweging samen met ze (praatje, plaatje, daadje). Er wordt heel veel geleerd door middel van nadoen. Je sluit zoveel mogelijk aan bij het taalgebruik en de belevingswereld van de groep en vermijdt ingewikkelde woorden, moeilijke begrippen of moeilijke zinnen. - Veel individuele aandacht, zowel bij de uitleg als de begeleiding is belangrijk - Ze moeten veel worden gestimuleerd en aangemoedigd. - De activiteiten moeten niet te lang duren in verband met de belastbaarheid - De activiteiten moeten duidelijk en gestructureerd zijn. Te veel prikkels tegelijk kunnen moeilijk verwerkt worden. - Er moet veel aandacht worden besteed aan een duidelijke afronding van de activiteit - Het moet vooral een plezierige dag zijn! |
Waar moet een instructeur extra
op letten? |