De soorten bogen en pijlen
door Bart van Kralingen

Geschiedenis.

De boog wordt al meer dan 50.000 jaar door mensen gehanteerd. Zonder de geruisloze pijl zouden onze voorvaderen zich geen jachtbuit hebben kunnen veroveren.
De bereden nomaden uit Azië onderleiding van de leiders Atilla en Djenghis Khan, zouden zonder pijl en boog nooit de gesel van het westen zijn geworden.
En zonder zijn schutters zou Willem de Veroveraar in 1066 de slag bij hastings stellig niet van koning herald hebben gewonnen en zich niet de meester van de Engelse eilandenrijk kunnen maken. Deze schutters waren bewapend met de in Engeland bekende longbow (zie afb….), gedurende honderden jaren een zeer geducht wapen in de handen van Britse soldaten.
Omstreeks 1545 ging Koning Hendrik VIII van Engeland de boog gebruiken voor vermaak en zo ontwikkelde zich eerst bij zijn familieleden en de hofadel dit sportieve samenzijn. In 1583 werd de eerste echte wedstrijd georganiseerd door de society of Finsbury. In 1781 stichte Sir Ashton lever de Royal Toxophilite Society. Deze bestaat tot op heden nog. De Engelse Koningin heeft nu nog een erecompagnie van longbowschutters die elk jaar in vol ornaat een wedstrijd schieten om de hoogste eer.
In vele delen van de wereld zijn bewijsstukken gevonden van het bestaan van verschillende typen bogen. Zo hadden de bewoners van het toenmalige Amerika, de idianen, zeer primitieve bogen, met zeer weinig kracht, waarmee met vele boogschutters op korte afstand werd gejaagd.
Door de emigranten uit Europa werd de boog steeds verder verbeterd.
Wat Nederland betreft, bestonden niet alleen in het zuiden van ons land al in de middeleeuwen boogschuttersgilden, maar bij archeologisch onderzoek in de ST. Olafs-Kapel in Amsterdam bleek dat ook daar tussen 1360 en 1380 al een dergelijke gilde met 75 leden heeft bestaan.

De bogen

Er zijn in de loop der jaren vele verschillende constructies verschenen en gebruikt onder verscheidende stammen/volkeren.
In het begin van de handboogsport werd er voornamelijk met de longbow, die was gemaakt van de taxishout, na de 2de wereld oorlog kwam als eerste de zweeds-stalen boog op de Nederlandse markt. Deze stalen boog werd ontwikkeld in zweden en kwam als nieuwe boog op de markt. Hij bestaat op uit 2 delen, die bij montage van beide delen een complete boog tezien geeft, waar alleen nog maar een pees op aangebracht hoeft te worden. Doordat deze uit 2 delen bestaat is deze gemakkelijk te vervoeren. De stalen boog bleek echter alleen een groot nadeel te hebben, bij het spannen bleek deze namelijk nogal stug te zijn (niet soepel uit te trekken). Doordat de ontwikkelingen verder gingen en glasfiber zijn intrede deed, kwam er de glasfiberboog. Het concept was weer een boog uit 1 stuk, deze echter dezelfde eigenschappen als de stalenboog en de resultaten waren niet zo als men had verwacht had. Echter tijdens de instructies en het leren uitvoeren van de basistechniek was deze boog zeer goed te gebruiken.
De compositieboog is gelijktijdig met de glasfiberboog ontwikkeld en uit 1 stuk is gemaakt, versterkt met glasfiber, de handgreep werd aangepast en het centrum van de boog werd veranderd zodat de schutter niet meer tegen de boog aankeek maar door een uitgespaard gedeelte van de boog, het 2de voordeel was dat de pijl meer in het midden van de boog kwam te liggen.



Dit was iets verbluffend en de resultaten waren verbazingwekkend. De drie-delige boog is weer een verbetering van de compositieboog, dat toen beschikte over een losstaand middenstuk, met twee losse werparmen welke dmv eenvoudige montage bevestigd worden aan het middenstuk. Het middenstuk is van hoogwaardig metaal of speciaal bewerkt hout. Verder zijn er extra voorzieningen op de boog aangebracht voor het plaatsen van de pijldrager en steun, de boog heeft een aangepaste verwisselbare greep, een vizier montageplaats en schroefbussen voor het plaatsen van stabilisatoren. Het voordeel van deze bogen is het eenvoudiger vervoeren omdat ze kleiner gemaakt kunnen worden en bij een breuk van een werparm is het niet nodig om weer een complete boog aan te schaffen. Je kan zwaardere of lichtere werparmen gebruiken. De topscores worden tegenwoordig allemaal geschoten met de driedelige boog. De compoundboog is de laatste ontwikkeling onder de bogen. Via een ingewikkeld verenstelsel of met gebruik van katrollen levert de boog meer werpkracht. Het spannen van de boog is in het begin erg gemakkelijk maar men moet daarna iets meer kracht toepassen. Omdat de boog kort is verdient het de aanbeveling een zogenaamd losapparaat te gebruiken omdat het bij gebruik van de vingers de pijl op de pees afklemt kan worden. In Nederland worden hier nog weinig wedstrijden mee geschoten.

Boogkeuze

De gemiddelde schutter zal de keuze van een boog als moeilijk bevinden. Deze kunnen meestal moeilijk een keuze maken uit de vele soorten en maten en daarom wordt er in het begin ook afgeraden om een boog voor je zelf te kopen omdat er naarmate men beter wordt in de techniek andere maten en krachten vereist worden. En laat je altijd voorlichten over hoe en welke boog het beste bij je zou kunnen passen en waarom! Van belang is vooral de lengte van de persoon. Bent u klein, dan beschikt u over het algemeen over een treklengte van ongeveer 25 inch, de lengte ligt dan rond de 60 en 64 inch. De tabel booglengtekeuze:

60 tot 64 inch voor personen die 24 inch trekken of minder.
65 tot 66 inch voor personen die 25 inch tot 26 inch trekken.
67 tot 68 inch voor personen die 27 inch tot 28 inch trekken.
69 tot 70 inch voor personen die 29 inch tot 29 inch trekken.



De trekkracht van de boog is door de fabrikant op de boog aangegeven. De trekkracht wordt in pounds (LBS) aangegeven. De fabrikant gaat uit van een spanlengte in inch. Deze afstand is gemeten vanaf een opgespannen boog. Men meet nu de afstand vanaf de pees tot aan de binnenzijde vanaf de greep. De boog is zo samengesteld door de fabrikant dat deze een bepaalde kracht kan leveren als men de boog 26 inch uittrekt. Stel dat op de werparm staat 40 lbs – 26 inch dan levert de boog een trekkracht van 40 engelse ponden aan kracht. De stelregel is dat men bij elke inch die men langer trekt, of korter er 2 lbs bij of af moet trekken. Deze gegevens moet u weten om een pijl keuze te maken.

Pijlen

Om tot een juiste pijllengte te komen, kan men het beste een gemerkte pijl gebruiken. Een glasfiber pijl is daar zeer geschikt voor. Merk deze in inches, te beginnen vanaf de nok tot aan het einde van de schacht. De pijl moet minstens 30 inch lang zijn. Laat nu de schutter met boog en gemerkte pijl voor de schijf gaan staan en deze uittrekken, merk de pijl bij het voorgeschreven merkpunt van de boog. Dit merkpunt zit over het algemeen aan de achterkant van de boog. Laat de schutter dit enkele keren herhalen om zo een zo zuiver mogelijk punt te kunnen bepalen. Reken daar een inch bij, over het algemeen gaat men na enige tijd langer trekken, zo niet, dan kan de nog altijd ingekort worden.
Een vuistregel om ongeveer de pijllengte te bepalen is om de lengte van de van vingertop tot vingertop gespreide armen te meten:

57-59 inch gespreid 22-23 inch pijllengte
60-62 inch gespreid 23-24 inch pijllengte
63-65 inch gespreid 24-25 inch pijllengte
66-63 inch gespreid 25-26 inch pijllengte
69-71 inch gespreid 26-27 inch pijllengte
72-74 inch gespreid 27-28 inch pijllengte
75-77 inch gespreid 28-29 inch pijllengte
75-en meer 30-32 inch pijllengte



De pijl bestaat uit een schacht, een metalen punt, een nok een x aantal veren, meestal 3 stuks.
Als oefenmateriaal voor de beginner wordt aangeraden glasfiber pijlen te gebruiken, deze zijn minder duur en zijn niet zo vlug krom bij een verkeerde behandeling. De grondstoffen voor vervaardigheden van pijlen moeten de volgende eigenschappen bezitten.

- duurzaamheid
- laag soortelijk gewicht
- constante gelijke elasticiteit
- weerstand diverse weersomstandigheden


De schacht van de pijl moet:

- recht zijn
- de juiste stijfheid
- de goede lengte


alle pijlen die men gebruikt moeten volledig aan elkaar gelijk zijn.



De pijlpunt is doorgaans van metaal gemaakt en bestaat uit 2 delen, een zachte huls en de originele punt. De punt heeft als doel, het uit einde te verstevigen en het zwaartepunt van de pijl naar voren te verplaatsen. Dit geeft een betere balans. De nok is van kunststof gemaakt, en zo gemaakt dat de pees precies past in de groep. De nok moet aan de volgende eisen voldoen:

- passen op de gebruikte pees
- aangepast zijn aan de dikte van de pijl
- goed zichtbaar op grote afstand


Op het uiteinde van de schacht bevinden zich veren. We onderscheiden 2 soorten veren. Natuur-veren, dit zijn veren van kalkoenen (staart veren), of van ganzen (vleugelveren), en we hebben kunststofveren. De veren zijn over het algemeen fel gekleurd voor een betere zichtbaarheid. Het stabiliserende effect van de veren is afhankelijk van:

- de grootte van de veren.
- Het model.
- De plaatsing.
- Het aantal veren.


Lage en korte veren worden het meeste aangeraden om te gebruiken. Dit zijn de beste doordat ze minder weerstand bieden en raken het boogvenster niet. Zij hebben echter een nadeel. Wanneer ze nat worden is de stabilisatie verminderd, waarbij het balanspunt van de pijl zich verplaatst. Kunstveren worden vervaardigd van harde of zachte plastics. Het grootste voordeel is wel dat ze geen vocht opnemen en minder luchtweerstand veroorzaken doordat ze zeer dun zijn. De plaatsing van de veren op de schacht is een persoonlijke smaak. Dat kan zijn:

- evenwijdig
- haaks
- schroefvorming


Haaks en schroefvormige geplaatste veren geven een goede stabilisatie, maar remmen wel de snelheid af. In de meeste gevallen worden er drie veren geplaatst onder 120 graden. De indexveer moet haaks op de nokgroef staan. Alle pijlen moeten allemaal voorzien zijn van of de naam of van een ander kenmerk. Zelf samengestelde pijlen zijn over het algemeen goedkoper. Het zelf maken vraagt echter wel enige handigheid en geduld. De pijlen zijn gecodeerd ivm de wanddikte en diameter, en kunnen voorzien worden van een eigen keuze punten. De soorten punten, zie foto boven.
Als beginnend schutter heb je er misschien niet bij stilgestaan dat de pijlreflex bepalend is voor de inslag van de pijl. Nu is het echter zo dat geen enkele pijl bij het begin van het schot recht de boog verlaat. De pijl verlaat de boog namelijk in een S-vormige beweging. Dit noemt men de pijl reflex, de pijl wordt als het waren om de boog heen gebogen. Gebruik je een krachtige boog en een buigzame (slappe) pijl dan zal deze tov de vrij gekomen kracht van de boog enorm gaan doorbuigen. Daarom is het belangrijk dat de pijl dat stugger en een dikkere wanddikte/diameter heeft.

Materiaal, technische aspecten

De schietschijf of terwijl het blazoen, waar de boogschutter opschiet, is bevestigd op samengeperst stro, dit om de pijlen zo min mogelijk te beschadigen. Een “doelpak” in boogschutters jargon. Het doelpak staat op een drie poot, deze moeten met pennen in de grond vastgezet worden gezet om omwaaien te voorkomen. Als er namelijk pijlen in het doelpak staan en deze waait om, dan zijn deze meestal krom en niet meer te gebruiken. De schietschijf is er in verschillende diameters, het gebruik ervan is afhankelijk van de afstand waar op geschoten wordt.
De grootste schijf heeft een diameter van 122 cm, deze wordt gebruikt op grote afstanden 90-70-60 meter. Een schijf met een diameter van 80 cm wordt gebruikt voor de 50 – 30 meter afstand. Deze schijven worden gebruikt bij de grote internationale wedstrijden, EK, WK en Olympische Spelen. De kleueren en cijferwaardering is van buiten naar binnen:

- wit 1e ring 1 punt
- wit 2de ring 2 punten
- zwart 3de ring 3 punten
- zwart 4de ring 4 punten
- blauw 5de ring 5 punten
- blauw 6de ring 6 punten
- rood 7de ring 7 punten
- rood 8ste ring 8 punten
- geel 9de ring 9 punten
- geel 10de ring 10 punten


Net als de boog heeft ook de pees een hele ontwikkeling achter zich. Ze werden o.a. gemaakt van, lianen, haar en kattendarm en zelfs staaldraad pezen zijn gebruikt. Op het ogenblik maakt men gebruik van de vezel kevlar.



Kevlar is een vezel van fiber (phillystran), deze vezel rekt bijna niet, en geeftde pijl nog meer snelheid dan bij het gebruik van dracon. Dracon is een van de eerst meest gebruikte soorten. Er zijn 2 soorten dracon: type B welke het meest gebruikt wordt en de super B43 die voorgerekt is. Een pees heeft aan beide uiteinden een lus welke om de toppen van de werparmen wordt gelegd. Na elke training of wedstrijd moet men de pees controleren op beschadiging, doet men dit niet, dan is het niet onwaarschijnlijk dat tijdens dat tijdens een schot de pees knapt en dit kan leiden tot ernstige gevolgen voor uw boog (breken). In het midden is een versteviging aangebracht, serving genaamd, deze moet zo dik zijn dat de boognok er net omheen klemt. Ook de pezen zijn in alle maten te krijgen, dit is afhankelijk van de lengte van je boog. Probeer altijd te voorkomen dat je de pees moet inkorten door deze in de lengte richting te draaien (geen knoop erin leggen). Moet u de pees teveel inkorten, koop dan gewoon een kortere pees die wel goed past. Een goed passende pees zorgt voor een rustige boog reflex en een goede pijlvlucht.

Fouten

1. het loslaten van de pees, waarbij de hand naar voren gaat, of opzij.
2. vingers schuin op de pees, geeft zwenkingen van de boogarm, ook door zijwaarts te trekken.
3. het loslaten van de pees, door de vingers (gedirigeerd door de handspieren en niet de schouderspieren).
4. ongelijkmatig loslaten van de vingers, deze fout ontstaat meestal door een foute verankering.


De schutter

De schutter kan als basisregel nemen voor een boog dat hij/zij deze in de juiste houding kan opspannen. Als dit het geval is heeft men over het algemeen niet een te zware boog. Een te zware boog leidt tot fouten in de schiettechniek. Over het algemeen geld de regel/norm:

- heren 25 lbs of meer
- dames 22 lbs of meer
- jeugd 18 tot 22 lbs


Voordat je de boog opspant controleer je eerst of de werparmen goed zijn bevestigt, zodat de boog niet kan springen / knappen. Dan als alles achter de rug is om te gaan schieten. Bedenk echter goed wat je gaat doen, je mag geen opgespannen boog in het openbaar vervoeren en schieten mag alleen op officiële daarvoor ingerichte banen. Op de meeste banen sta je over het algemeen 18 of 25 meter van de blazoen verwijderd op de meeste binnen banen. Over het algemeen wordt er geschoten met drie pijlen, als deze geschoten zijn, gaat men van de schietlijn af en legt of hangt de boog op de daarvoor bestemde plaats. Als iedereen geschoten heeft, gaat men gezamenlijk ieder zijn pijlen uit de schijf halen.

Gedragsregels

- hinder geen schutter
- kom niet ongevraagd aan iemand zijn uitrusting
- voorkom onnodig lawaai achter de schietlijn, niet elke schutter is daar van gediend.
- Plaats alleen pijlen op je boog als je op de schietlijn staat, nooit in buurt van personen.
- Blijf niet onnodig aan de schietlijn staan, verwijder jezelf na het laatste schot meteen.
- Ga niet achter pijlen staan die in de schijf geschoten zijn.


Blijf altijd sportief, geef niet meteen het materiaal de schuld.

Basistechniek

Een kleine tip is om in het begin een lichtere boog te nemen. Na enige tijd wanneer de vaardigheid toeneemt, kan er ook een zwaardere boog genomen worden. De basismethode omvat de volgende handelingen:

- de stand
- plaatsen van de booghand
- plaatsen van de trekarm
- het strekken van de boogarm
- het trekken
- het ankeren
- het vasthouden
- het richten
- het lossen
- het narichten


Voor dat je gaat beginnen met boogschieten bepaal je je dominante oog. Dit kan gebeuren op de volgende manier. Ga op enige meters van een vast punt staan en breng beide armen op schouderhoogte voor het lichaam, breng de handen samen en vorm met de duim en wijsvinger een kleine O. Kijk er met beide ogen doorheen naar het vastgestelde punt, buig nu de armen naar je toe, je zult dan merken dat je dan vanzelf naar je dominerende oog toe gaat. In het meeste geval is dat iemand die rechts is dat ook het rechter ook dominerend is, en idem aan de andere kant. Een stalen en/of een glasfiber boog kan aan beide kanten gebruikt worden, met daar in tegen de compositieboog is het wel belangrijk en bepaald de venster kant voor welke arm het gewenst is.



Voor de rechterschutter, ga met beide benen aan weerszijde van de schietlijn staan, waarbij de linkerschouder naar het doel gekeerd is. De benen ongeveer schouderbreedte uit elkaar. Sluit uw ogen en je zult merken dat je lichaamstand iets uit balans is. Corrigeer dit met de ogen gesloten, totdat je je balans gevonden heeft. De houding moet gemakkelijk zijn en ontspannen, de stand alleen veranderen met het achterste, in het voorbeeld, rechter been. Spreid beide armen zijwaarts tot schouderhoogte, breng de rechterarm in gebogen houding naar de kin, terwijl het gezicht naar de schijf toegekeerd is. De duim van de rechterhand (trekarm) is naar binnen gebogen. Zoals je nu staat heb je ongeveer de schiethouding, dwz de linkerarm nagenoeg gestrekt richting schijf, de andere onder de kin.
Afhankelijk van het type boog is de booghandplaatsing als volgt. Bij de stalen of de fiberboog heb je een eenvoudige handgreep. Als de duim niet overdreven naast de boog ligt, is de stand goed. Tijdens het vasthouden van de boog moet men vooral niet knijpen in de greep, dit geeft teveel spanning in de boogarm en de bedoeling is juist om met een zo goed mogelijk ontspannen boogarm te schieten, maw de boog wordt vastgehouden als men een zachtgekookt ei in de hand heeft. Bogen met een voorbewerkte greep moeten zo vastgehouden worden dat de druk van de greep bij een uitgetrokken boog tegen de muis van de duim aanligt.
Trek de pees vlak langs de boogarm, in een rechte lijn naar het ankerpunt. Houd de schouders zo ontspannen mogelijk en rechtop staan.
Het ankeren is het aannemen van een vaste plaats op een bepaald punt. Dit is net zo belangrijk als een constante treklengte. Als de plaats van de trekhand aan het gezicht niet steeds hetzelfde is, geeft dat inconstant schieten (hoge of lage schoten). Om dit makkelijker te maken plaats je altijd je trekhand met je bovenste vinger tegen de onderkant van je kin.
Het makkelijkste om de pees op te spannen is om de pees vast te pakken is 2 vingers te plaatsen onder de nokjes en deze recht naar achter te trekken. Is dit allemaal duidelijk en voor elkaar dan is de beginnend schutter klaar om te schieten.

Bronnen

http://www.tpwd.state.tx.us/edu/homestudy/arch/archtrack.htm
http://www.knhs-concordia.org/over_boogschieten/
http://www.ayersrock.nl/Informatief/Activiteiten/boogschieten.htm
http://www.google.nl/search?hl=nl&q=archery+history&lr=
http://usarchery.myicontrol.com/
http://www.martinarchery.com/
http://www.archery.org/clients/fita/web/website.nsf
http://www.archery.net/
http://www.tpwd.state.tx.us/edu/homestudy/arch/archtrack.htm
Yolanda kofschip, boogschutter, ex lerares van mij, van de basisschool theo thijssenschool. zierikzee
Basis boek boogschieten schietvereniging bruinisse aquadelta
Materiaal boek voor schutters, door M.J. Huisman
http://www.google.nl/search?hl=nl&q=achery+rules&lr=
http://www.arrowstar.be/downloads/ewLDG.doc
http://www.all-creatures.org/discuss/bowhunt-flintarticle.html
http://www.sportsmansguide.com/article/article_read.asp?aid=140543&sid=73