In de prehistorie
leefde de mens van behalve dieren ook van planten. Van de bladeren, wortels,
scheuten, knollen en vruchten.
Planten bevatten basisvoedingsstoffen, zoals eiwitten, suikers en vetten. Er
zitten ook vitaminen, mineralen, vezels, oliën en andere beschermende en
geneeskrachtige stoffen in.
Ze bevatten meestal niet zoveel calorieën, maar zorgen wel voor een
verbeterde spijsvertering, eetlust en stofwisseling.
In vergelijking met het vangen van dieren is het verzamelen van planten
makkelijk. Plantaardig voedsel is overal ter wereld te vinden, behalve in de
meest extreme klimaten.
In langdurige overlevingssituaties kun je met puur planten geen evenwichtig
voedingspakket samenstellen, maar het is wel een waardevolle voedingsbron en
kan er voor zorgen dat je niet van honger omkomt.
Bomen leveren ook voedsel. Je kunt jonge schors van berken en eiken eten,
gemalen katjes en mos.
Verzamelen van wilde planten
Verzamel alleen planten die je goed kent. Mijdt de soorten die met giftige
planten verward kunnen worden.
Verzamel alleen gezonde planten en verwijder de beschadigde delen. Ze kunnen
in de buurt van autowegen, spoorwegen, fabrieksterreinen en veegrond
verontreinigd zijn.
Mijdt planten met een donkere, blauwgroene kleur (hoog stikstofgehalte) en
met een lichtgroene, gele kleur.
Fel gekleurde planten zijn vaak schadelijk voor het lichaam en ook fruit en
vruchten die uit 5 segmenten bestaan kun je beter vermijden.
De soorten met melkachtig sap zijn ook niet geschikt, behalve de
paardenbloem, gele morgenster en kokosnoot.
Behandel de planten voorzichtig, niet te dicht op elkaar leggen, anders
kunnen ze gaan gisten.
Laat de planten bij het wassen niet te lang in het water liggen, want dan
gaan waardevolle stoffen, zoals vitamine C verloren.
Als je de planten niet direct gebruikt, kun je ze drogen of invriezen.
Drogen: op een winderige plaats in de schaduw, vruchten kun je in de zon
drogen.
Bewaren: op een droge, koude (tot 15 C), donkere plaats.
Giftige planten

Meer dan de helft van alle planten is giftig of oneetbaar. De giftige
stoffen die ze bevatten, kunnen op verschillende manieren over de plant
verdeeld zijn. De hele plant kan giftig zijn, of alleen een onderdeel,
meestal de vrucht.
In een overlevingssituatie zul je soms moeten kiezen tussen omkomen van de
honger of het risico nemen van het eten van een onbekende en misschien
giftige plant. Enkele voorbeelden van giftige planten:
Rhodondendron

Variëren van giftig tot sterk giftig. Bladeren en bloemen bevatten een
zenuwgif dat verlammingen veroorzaakt naast maagdarmklachten. De dood kan
enkele uren na opname intreden door verlamming van de ademhalingsspieren
Taxus
Vaak gebruikt als haag. Bijna heel de plant maar in het bijzonder de naalden
van d deze evergreen zijn extreem giftig. Het gif heeft een effect op hart,
bloedsomloop en op het centraal zenuwstelsel (eerst opwekkend dan verlammend).
Meiklokje

Het meiklokje staat bekend als zeer giftig. Het bevat een stof die een
effect heeft op het hart, naast een aantal
irriterende stoffen voor het maag en darm. Symptomen: krampen, braken,
diarree, trage hartslag en
hartritmestoornissen. De dood treedt in door een hartstilstand.
Eetbaarheidstest
Kies je voor het eten van de plant, voer dan de eetbaarheidstest uit. De
test is niet waterdicht, maar geeft een redelijk idee of de plant veilig te
eten is.
De test moet nauwkeurig worden uitgevoerd. Het duurt soms even voordat de
effecten van giftige stoffen in het lichaam voelbaar worden en het gif heeft
niet op iedereen dezelfde uitwerking. Test één plant tegelijk.
Scheidt de wortel, stengel, bladeren en vruchten. Onderzoek ieder deel
apart. Test algemeen voorkomende planten in de streek waar je je bevindt.
Zeldzame soorten onderzoeken is riskanter.
|
Stap 1 |
knijp een blad fijn en wrijf wat van het sap op de huid van de
binnenkant van je pols. Ga door met de volgende stap als je na een
kwartier geen jeuk, blaren of branderig gevoel hebt gekregen |
|
Stap 2 |
stop een kleine hoeveelheid fijngewreven plantendelen in je mond, tussen
je tandvlees en je onderlip. Laat dit vijf minuten zitten en kijk of je
iets onaangenaams voelt. Als je niets voelt, door naar volgende stap |
|
Stap 3 |
kauw op de plantendelen en let op onaangename sensaties, zoals een
branderig gevoel, extreme bitterheid of een zeepachtige smaak. Nog
steeds niks verdachts? volgende stap |
|
Stap 4 |
slik het sap van de plant door, maar spuug de fijngekauwde plantendelen
uit |
|
Stap 5 |
laat acht uur voorbijgaan en controleer of er negatieve effecten zijn op
uw lichamelijke toestand, zoals misselijkheid, duizeligheid,
slaperigheid, maag- en buikpijn of spierkrampen. Geen last ? |
|
Stap 6 |
eet een iets grotere hoeveelheid, ongeveer een theelepel, en wacht weer
acht uur. Geen last ? |
|
Stap 7 |
eet een handvol van de plant en wacht een etmaal |
Als je nu nog niets merkt van negatieve effecten, kun je ervan uitgaan dat
de plant veilig is en er grotere hoeveelheden van eten. Sommige planten
bevatten stoffen die schadelijk worden als zij zich ophopen in het lichaam.
Eet dus niet te veel van eenzelfde plantensoort.
Bestudeer als je naar een gebied gaat de beschrijvingen van planten die daar
voorkomen. Leer ze te herkennen en leer welke eigenschappen ze hebben, zodat
je minder risico loopt de verkeerde planten te eten. Enkele voorbeelden van
eetbare planten:
Paardebloem Weegbree
jonge bladeren zijn rauw eetbaar. Als spinazie of salade te bereiden. De
wortels kan je koken of roosteren

Brandnetel Lisdodde
Jonge bladeren minimaal 6 minuten laten koken. Stengels en wortelstok zijn
rauw en gekookt eetbaar.
Zijn erg lekker als spinazie of soepopvulling Kook de bladeren als spinazie
en de jonge scheuten als
Van de netels kun je thee trekken asperges. Het stuifmeel uit de sigaar kun
je als meel gebruiken. Dit geldt ook voor het binnenste van de ondergrondse
stengels. Dat moet je dan wel eerst malen.

Bron: staf scouting Harderwijk
Rozebottel
Rozebottels bevatten zeer veel vitaminen. Van gedroogde vruchten en de
blaadjes kun je thee maken.
De bottels van alle soorten rozen zijn eetbaar, behalve die van hybride
rozen (hebben veel grote bloemen)

Bron: zoom magazine
Kastanje
: wilderness survival net Kastanjes zijn heel geschikt als
overlevingsvoedsel. De noten kun je het beste in de herfst plukken, dan zijn
ze rijp. Maar ook als de noten nog niet rijp zijn kun je ze gebruiken. Je
kunt ze roosteren of koken. Je kunt er ook meel van malen, of ze zo lang
koken tot je ze kan stampen.

Bron: wildernesssurvival
Onderdelen van planten
Bloem
Verzamelen midden op de dag bij droog weer. Voordat ze in volle bloei zijn,
voordat ze afvallen of de vruchtvorming begint. Van grote bloemen kun je de
bloemblaadjes plukken. Wanneer de bloemen beschadigd of gekneusd zijn,
kunnen de stoffen die ze bevatten waardeloos worden.
Vrucht
Verzamelen wanneer ze rijp zijn of net daarvoor. Bevatten een of meer zaden.
Het omhulsel kan gegeten worden, zoals bij appelen. Soms kan men de zaden
eten, zoals bij hazelnoten. Vruchten zijn rijk aan suikers en vitaminen.
Noten en zaden zijn rijk aan koolhydraten, oliën en proteinen.
Knop
Verzamelen wanneer ze open beginnen te gaan. Zijn bolvormige of puntige
embryo’s van takken waaraan bladeren of bloemen zijn bevestigd. Knoppen
mogen niet te warm worden.
Blad
Verzamelen voordat de plant begint te bloeien. Dan bevat het blad de meeste
effectieve stoffen. Verzamel de jonge, gezonde, sappige bladeren. Rijk aan
vitamines en mineralen. Zijn gevoelig voor warmte, dus niet te dicht op
elkaar leggen.
Stengel
Verzamelen kort voor of aan het begin van de bloei. Na de bloei worden de
stengels vezelachtiger en taaier en verminderd het gehalte aan waardevolle
stoffen. Gebruik bij grotere planten alleen de bovenste 15-20 cm. Lagere
delen zijn meestal te houtig.
Wortel
De wortel voorziet de plant van oplosbare voedingsstoffen en bevat vaak
stoffen die van grote geneeskrachtige waarde zijn. Bevat vaak veel
koolhydraten. Bevat de meeste waardevolle stoffen in de herfst, voor het
einde van de groei, of vroeg in de lente, vlak voor de groei.
Verschillende wortels en knollen

bron: wilderness survival
Bereiding
Was alle bladeren en plantendelen in zoet water. Sommige plantendelen kun je
rauw eten, maar het is veiliger om alles te koken. Bladeren, stengels en
knoppen kan je koken tot ze zacht zijn. Vervang hierbij het water als de
planten bitter smaken.
Wortels en knollen kun je koken, na ze eerst te schrapen, maar ze zijn
lekkerder als je ze bakt of roostert. De meeste granen en zaden kun je rauw
eten, maar zijn lekkerder als je ze roostert. Veel noten zijn in hun
onbewerkte vorm goed te eten. Bittere noten kun je het beste twee uur koken
en daarna drie of vier dagen laten weken in zoet water. Je kunt ze ook malen
tot meel om brood van te bakken.
Bessen en vruchten kun je rauw eten, dan blijven de vitaminen behouden.
Vruchten met een dikkere of taaiere schil kun je koken, bakken of roosteren.

koken op een houtvuur koken in een stuk bamboe

Bron: extra survival Bron: UK Survival
Roosteren
Gaat het best op een metalen plaat of in een metalen bak. Een verhitte,
platte steen op bijvoorbeeld een kachel (vuurtje in blik) werkt ook. Rooster
totdat de delen behoorlijk aangebrand zijn.
Koken
In een metalen container of bij gebrek hieraan in een halve kokosnoot, een
stuk bamboe, of een grote schelp. Een stuk gevouwen berkenbast of
bananenblad zijn andere alternatieven, als je het blad of de bast maar
vochtig houdt en het vuur laag.
Bakken
De hitte is gelijkmatiger verdeeld dan bij roosteren. Pak het voedsel in,
wikkel het in klei of bladeren en leg het in een kuil onder een vuur. In
gloeiende kooltjes bakt het beter dan boven open vlammen.
|
|
Beschermende stoffen in planten
Vitaminen
Vitaminen zijn in kleine en verschillende hoeveelheden in planten aanwezig.
Ze zijn onmisbaar om gezond te blijven.
|
Vitamine |
Eigenschappen |
Te vinden in |
aandachtspunten |
|
c |
-vormen van bindweefsel
-genezen van wonden
-bestrijden van infecties
-opnemen van ijzer
-gezond houden van het zenuwstelsel
-bevorderen van het aanmaken van bloed
|
Verse planten bevatten de grootste
hoeveelheid vitamine C.
-rozebottels (tot 200mg per 100g)
-wegedoorn (350-100mg)
-zwarte bessen (400mg)
-citrusvruchten (50mg)
Ook hoge gehaltes in:
-bieslook
-mierikswortel
-brandnetel
-bosvruchten
-zuurbes |
Het lichaam bouwt zelf geen reserves op,
dus moet je regelmatig de vitamine binnen zien te krijgen.
Vitamine C verliest de eigenschappen onder invloed van licht, hitte,
lucht en bij contact met metalen. Lost op in water, je moet dus de plant
met daarin de vitamine niet te lang in water laten liggen |
|
B1 |
-beschermen van het zenuwstelsel
-stimuleren van de werking van de maag (opname van suikers) |
-hazelnoten
-kastanjes
-rozebottels
-granen |
Oplosbaar in water. Door lang koken
worden de vitamines vernietigd!
|
|
B2 |
-groeien en vernieuwen van cellen
-beinvloeden van oxidatieprocessen |
-rozebottels
-bieslook
-bladgroenten |
Oplosbaar in water |
|
B3 |
-een goed functioneren van de
stofwisseling |
-bieten
-bonen
-verse planten |
Oplosbaar in water |
|
B6 |
-functioneren van het zenuwstelsel
-stimuleren van de stofwisseling
-gezond houden van de huid |
-aardbeien
-kersen
-appelen
-noten |
Oplosbaar in water |
|
A |
-stimuleren van de lichamelijke groei
-stimuleren van de conditie van huid- en slijmvliezen |
-wortels
-bessen van de es
-rozebottels
-rode bessen
-vrucht van de wegedoorn
-brandnetelbladeren
-zuring
-paardebloemen |
Is gevoelig voor zuurstof. Wordt
het beste opgenomen in combinatie met vetten (lost op in vet).
Bij een tekort kan de huid ruw worden, vooral aan de achterzijde van de
armen en bij de kuiten en er kan nachtblindheid ontstaan. |
|
D |
-stimuleren van vorming van calcium in de
beenderen
-beschermen tegen de Engelse ziekte |
-bladeren van groene planten |
|
|
E |
-stimuleren van de vruchtbaarheid
-beschermen van vitamine A en vetten tegen oxidatie |
-plantaardige oliën
-zaden van rozebottels
-bladeren van planten |
|
|
Folium
zuur |
-groei van rode bloedlichaampjes
-spijsverteringsstelsel
-mondslijmvliezen |
-verse groene groente
|
|
Enkele andere bestanddelen van planten
|
Soort |
Eigenschappen |
Te
vinden in... |
|
Suikers |
leveren energie |
o.a
vruchten, knollen, wortels, citroen |
|
Vetten |
leveren energie |
hazelnoten, zaden van de vlier, vruchten
van de wegedoorn |
|
Eiwitten |
essentiele voedingsstof |
noten, brandnetels, erwten, bonen |
|
Tanninen |
voorkomen van bloedingen, tegen
ontstekingen, bacterien en virussen |
o.a. sleedoorn, bosbessen, frambozen,
bessen van de es, salie, thijm |
|
Etherische olie |
genezen van ontstekingen van de
ademhalingswegen en het spijsverteringsstelsel, bevorderen van het
urineren en ontsmetten van de urinewegen, tegen darmparasieten, werkt
kalmerend, desinfecteren van de mond |
bijna alle vruchten en planten, maar de
grootste concentraties in munt, peen en citrusvruchten |
|
Organische zuren |
stimuleren de slokdarm en vorming van
urine. Salicyzuur verlaagd koorts. |
appel, druif, frambozen (salicyzuur),
veenbessen, rode bosbessen |
|
Enzymen |
beinvloeden de spijsvertering, spelen een
rol bij de omzetting van stoffen in het lichaam |
in alle levende cellen |
|
Mineralen |
positieve effecten op het functioneren
van het lichaam
bv calcium voor sterke botten en tanden,
bloedstolling en werking van de spieren |
zeer veel verschillende planten en
vruchten |
Bronnen:
www.extrasurvival.nl
www.wildernesssurvival.net
www.zoommagazine.nl
SAS Survival Handbook
Harper Collins Publishers, 1986
John ‘lofty’ Wiseman
|