Alternatieve rivercrossing
door Koen Verdaas
| Bijvoorbeeld
tijdens een hike kan het zijn dat je ergens water moet oversteken. Dat kan
bijvoorbeeld een rivier, een beek, een meer, een (veen)moeras, drijfzand,
een poel of muskeg (soort moeras) zijn. Zelfs in de woestijn komt wel eens
een flash flood voor, die van stromen een hindernis maakt. Wat voor
oversteek het ook is, je moet een manier vinden om het water veilig over te
steken. RIVIEREN EN BEEKJES Je kan bijna elke beschrijving op rivieren en beekjes toepassen. Ze kunnen ondiep of diep, langzaam of snelstromend, smal of breed zijn. Alvorens je probeert om een rivier of een beek over te steken, moet je een goed plan bedenken. Je eerste stap is om een hogeropgelegen plaats te zoeken waarvandaan je een goed overzicht van de rivier of de beek kunt krijgen. Vanaf deze plaats, kan je een oversteekplaats zoeken. Als er geen hoge plaats is, klim dan in een boom. Goede oversteekplaatsen: - Een plaats waar de rivier zich in verschillende vertakkingen splitst. Twee of drie smalle vertakkingen zijn gewoonlijk gemakkelijker te kruisen dan een brede rivier. - Een ondiepe zandbank. Kies, indien mogelijk, een punt stroomopwaarts ten opzichte van de zandbank zodat de stroom je naar de zandbank zal voeren als je je positie verliest. - Een gedeelte van de rivier die stroomafwaarts leidt zodat je de stromingen met een hoek van ongeveer 45 graden zal oversteken. De volgende punten kunnen gevaarlijk zijn; probeer ze te vermijden: - Hindernissen aan de overkant van de rivier die je reis zouden kunnen belemmeren. Probeer om een plaats te kiezen waarvan de reis het veiligst en het gemakkelijkst zal zijn. - Een (rots)richel die de rivier kruist. Dit wijst vaak op gevaarlijke stroomversnellingen of canyons. - Een diepe of snelle waterval of een diep kanaal. Probeer nooit om een stroom vlak boven of ergens dicht bij dergelijke gevaren te doorwaden. - Rotsachtige plaatsen. Je kan ernstige verwondingen oplopen door het uitglijden of het vallen op rotsen. Gewoonlijk zijn de rotsen onder water zeer glad, dus maken ze je het uiterst moeilijk je evenwicht te bewaren. Een occasionele rots die de stroom breekt, kan je echter helpen. - Een riviermond. Een riviermond is normaal breed, heeft sterke stromen, en is onderworpen aan getijden. Deze getijden kunnen sommige rivieren vele kilometers van hun monden beïnvloeden. Ga stroomopwaarts naar een gemakkelijkere oversteekplaats op zoek. - Wervelingen. Een werveling kan je krachtig naar achteren trekken vanaf het obstakel dat de werveling veroorzaakt en je onder water trekken. De diepte van een doorwaadbare rivier of een beek is geen afschrikmiddel als je je positie kunt houden. In feite stroomt het diepe water soms langzamer en is daarom veiliger dan snelstromend ondiep water. Je kunt je kleren later altijd drogen, of je kan een vlot maken om je kleding en materiaal droog over de rivier te krijgen. Je moet niet proberen om een beek of een rivier over te zwemmen of te doorwaden wanneer het water extreem koud is. Dit zwemmen zou fataal kunnen zijn. Probeer om een vlot van één of ander type te maken. Waad overdwars als je alleen je voeten nat hoeft te maken. Droog je voeten weer goed af wanneer je de overkant hebt bereikt. RAPIDS Indien nodig kan je een diepe, snelstromende rivier (of rapids) veilig oversteken. Om een diepe, snelstromende rivier over te zwemmen, moet je altijd met de stroom mee zwemmen, nooit ertegenin. Probeer om je lichaam zo horizontaal mogelijk in het water te houden. Dit verkleint het gevaar om te worden ondergetrokken. In snelle, ondiepe stroomversnellingen ga je op je rug liggen, met je voeten stroomafwaarts en je handen naast je heupen als vinnen. Hiermee verhoog je je drijfvermogen en zal het je helpen langs hindernissen te sturen. Houd je voeten omhoog om te vermijden dat je ze kneust of ermee tussen rotsen klem komt te zitten. In diepe rapids moet je op je buik gaan liggen, ga zo stroomafwaarts, en zwem richting de overkant wanneer dat lukt. Kijk uit voor obstakels en pas op voor de wervelingen van een keerwater en samenkomende stromingen, aangezien deze vaak gevaarlijke draaikolken bevatten. De stromen komen samen waar de nieuwe stroompjes de rivier ingaan of daar waar het water door grote obstakels zoals kleine eilanden een andere richting heeft gekregen. Om een vlugge, verraderlijke stroom te doorwaden, moet je de volgende stappen toepassen: Doe je broek en overhemd uit om de trekkracht van het water op jezelf te verminderen. Houd je schoenen aan om je voeten en enkels tegen rotsen te beschermen. Het zal je ook van vastere positie voorzien. Bind je broek en andere artikelen op de bovenkant van je rugzak, of in een bundel als je geen bepakking hebt. Op deze manier zullen al je artikelen nog bij elkaar zijn, als je je materiaal moet laten gaan. Het is gemakkelijker om één groot pak te vinden dan verschillende kleine dingen. Draag je bepakking goed hoog op je schouders en zorg dat je je rugzak gemakkelijk kunt afdoen wanneer dat nodig zou zijn. Je bepakking niet snel genoeg af kunnen doen zal zelfs de sterkste zwemmers ondertrekken. ![]() Zoek een sterke tak van ongeveer 7,5 centimeter doorsnee en 2 tot 2,5 meter lang om je te helpen de stroom te doorwaden. Pak de tak stevig vast en plaats hem stevig aan je stroomopwaartse kant om de stroming te breken. Zet je voeten bij elke stap stevig neer, en zet de stok telkens een klein stukje stroomafwaarts ten opzichte van zijn vorige positie, maar nog steeds stroomopwaarts van jezelf. Bij je volgende stap moet je je voet achter de stok neerzetten. Houd de stok goed geheld zodat de kracht van de stroming de stok tegen je schouder houdt. ![]() Steek de beek zo over dat je het stroomafwaartse gedeelte met een hoek van ongeveer 45 graden kruist. Als je deze methode gebruikt kan je veilig stromingen oversteken die gewoonlijk te sterk voor één persoon zijn om overeind te blijven. Maak je niet druk over het gewicht van je bepakking, aangezien het gewicht je eerder zal helpen bij het doorwaden van de beek dan om je erbij te belemmeren. Als er andere mensen bij je zijn, steek dan samen de beek over. Zorg ervoor dat iedereen zijn of haar bepakking en kleding zoals hierboven beschreven heeft klaargemaakt. Plaats de zwaarste persoon op het stroomafwaartse eind van de stok en de lichtste op het stroomopwaartse eind. Bij het gebruiken van deze methode, breekt de stroomopwaartse persoon de stroom, en die kunnen zich hieronder met relatief gemak in de werveling bewegen die door de stroomopwaartse persoon wordt gevormd. Als de stroomopwaartse persoon die tijdelijk van zijn voeten wordt geveegd wordt, kunnen anderen vast houden terwijl hij zijn positie herwint (Figuur 2). ![]() Als je met drie of meer mensen bent en een beschikbaar touw hebt, kan je de techniek gebruiken die in Figuur 17-3 wordt getoond de stroom te kruisen. De lengte van het touw moet minimaal drie keer de breedte van de stroom zijn. VLOTTEN Als je twee poncho's hebt, kan je een vlot van kreupelhout maken of een Australisch ponchovlot bouwen. Met één van deze twee vlotten, kan je je materiaal over een langzaamstromende beek of rivier veilig en droog naar de overkant brengen. Het vlot van kreupelhout Wanneer een vlot van kreupelhout behoorlijk gebouwd is, zal het ongeveer 115 kg kunnen dragen. Om het vlot te maken heb je poncho's, vers groen kreupelhout, twee jonge boompjes, en touw of klimplant nodig (Figuur 4) Je maakt het vlot als volgt: vouw de kap van elke poncho naar binnen en bind de halzen strak dicht met de trekkoordjes. Knoop de touwen of de klimplanten bij de hoek aan de zijdichtingsringen van elke poncho vast. Zorg ervoor dat ze lang genoeg zijn om naar de tegenovergestelde hoek te komen en vast te binden aan de anderen. Leg één poncho uitgespreid op de grond met de binnenkant naar boven. Stapel vers, groen kreupelhout (geen dikke takken) op de poncho tot de stapel ongeveer 45 centimeter hoog is. Trek het trekkoordje omhoog door het midden van de stapel. Maak een X-frame van twee kleine jonge boompjes en leg deze bovenop de stapel kreupelhout. ![]() Knoop het X-frame stevig vast met de trektouwtjes van de poncho. Stapel nog eens 45 centimeter kreupelhout bovenop het X-frame, en trek daarna het pakketje een beetje samen. Til de kanten van de poncho rond de stapel op en knoop met de touwen of de klimplanten die je hebt vastgemaakt aan de hoeken of de zijdichtingsringen. Bind hen diagonaal van hoek naar hoek en van kant naar kant vast. Spreid de tweede poncho uit, binnenkant omhoog, naast de bundel. Rol de bundel op de tweede poncho zodat de dichtgebonden kant naar beneden ligt. Bind de tweede poncho rond de bundel op dezelfde manier als de eerste poncho rond het kreupelhout. Plaats het vlot in het water met de vastgebonden kant van de tweede poncho omhoog. Het Australische Poncho vlot Wanneer je geen tijd hebt om kreupelhout voor een vlot te verzamelen, kan je een Australisch ponchovlot maken. Op dit vlot kan, hoewel het beter waterdicht is dan het vlot van kreupelhout, slechts ongeveer 35 kilogram materiaal drijven. Om dit vlot te bouwen heb je twee poncho's, twee rugzakken, twee stokken of takken van iets meer dan een meter, en touw, klimplanten, schoenveters, of vergelijkbaar materiaal nodig (Figuur 5): Duw de kap van elke poncho naar binnen en knoop de halzen strak dicht met de trekkoordjes. Spreid één poncho uit op de grond met de binnenkant omhoog. Leg de twee stokken in het midden op de poncho ongeveer 45 centimeter uit elkaar. Plaats je rugzakken of ander materiaal tussen de stokken. Leg hier ook alle andere dingen tussen die je droog wilt houden. Buig de zijkanten van de poncho bij elkaar. Gebruik de hulp van een vriend om het vlot af te maken. Houd het gebogen gedeelte van de poncho in de lucht en rol het strak om het materiaal. ![]() Zorg ervoor dat je de volledige breedte van de poncho gebruikt. Draai de uiteinden van de rol om vlechten in tegenovergestelde richtingen te vormen. Vouw de vlechten over de bundel en bind ze stevig op zijn plaats met touw, schoenveters, of klimplanten. Spreid de tweede poncho uit op de grond met de binnenkant omhoog. Als je meer drijfvermogen nodig hebt, plaats dan vers, groen kreupelhout op deze poncho. Plaats de materiaalbundel, met de gebonden kant naar onderen, in het midden van de tweede poncho. Verpak de tweede poncho rond de materiaalbundel op dezelfde manier als het verpakken van het materiaal in de eerste poncho. Bind touw, schoenveters, klimplanten, of ander bindend materiaal rond het vlot ongeveer 30 centimeter van het eind van elke vlecht. Bind één eind van een touw aan een lege jerrycan en het andere eind aan het vlot. Dit zal je helpen om het vlot te slepen. |
Het poncho donut vlot Een ander van de poncho gemaakt vlot is het poncho donut vlot. Het vergt meer tijd te maken dan het vlot van kreupelhout of Australisch ponchovlot, maar het is efficiënt. Om het te bouwen, gebruik je één poncho, kleine jonge boompjes, wilg of klimplanten, en touw, schoenveters, of ander bindend materiaal (Figuur 6) als volgt: Maak een rond frame door verschillende staken in de grond te plaatsen die ruwweg een binnen en buitencirkel aangeven. Gebruik de jonge boompjes om een donutring binnen de cirkels van staken. Te bouwen. Knoop touwen rond de donutring ongeveer 30 tot 60 centimeter uit elkaar en bind ze stevig vast. Duw de kap van de poncho naar binnen en knoop de band van de hals strak dicht met het trekkoordje. Leg de poncho op de grond, binnenkant omhoog. Plaats de donutring in het midden van de poncho. Vouw de omslag van de poncho omhoog en over de de donutring. Knoop elke dichtingsring van de poncho aan de donutring. Bind één eind van een touw aan een lege jerrycan en het andere eind aan het vlot. Dit touw zal je helpen om het vlot te slepen. ![]() Wanneer je een van de bovengenoemde vlotten gaat maken, let er dan op dat je het niet kapot maakt of scheurt door het over de grond te slepen. Voordat je begint om de rivier of de beek over te steken, laat je het vlot een paar minuten op het water liggen om ervoor te zorgen dat het drijft. Als de rivier te diep om is te doorwaden, duw je het vlot voor je uit terwijl je zwemt. De bouw van de bovengenoemde vlotten staat niet toe om het volledige lichaamsgewicht van een persoon te dragen. Gebruik hen als vlotten om jou en je materiaal veilig over de rivier of de beek te krijgen. Zorg ervoor dat je de de watertemperatuur controleert voordat je een rivier over probeert te steken. Als het water uiterst koud is en je een ondiepe doorwaadbare plaats in de rivier niet kunt vinden, probeer dan ook niet om de rivier te doorwaden. Bedenk dan andere dingen om hem over te steken. Je zou bijvoorbeeld een brug kunnen improviseren door een boom over de rivier te leggen. Of je zou een vlot kunnen bouwen dat groot genoeg is om jou en je materiaal te vervoeren. Hiervoor heb je echter een bijl, een mes, een touw of klimplanten, en tijd nodig. Het boomstammenvlot Je kan een vlot maken door willekeurige droge, dode, sterkblijvende bomen als stammen te gebruiken. Maar de sparren die in polaire en subpolaire gebieden worden gevonden maken de beste vlotten. Een eenvoudige en snelle methode om een vlot te maken is staken (pressure bars) met aan ieder uiteinde inkepingen te gebruiken. Door deze aan het eind van het vlot aan elkaar vast te sjorren kun je de boomstammen bij elkaar te houden (Figuur 7). Om de stammen nog minder te laten schuiven kun je ook in de stammen, op de plaats waar de pressure bars op liggen, inkepingen maken. ![]() DRIJFMIDDELEN Als het water warm genoeg is om in te zwemmen en je niet de tijd of de materialen hebt om één van de poncho-type vlotten te bouwen, kan je diverse drijfmiddelen gebruiken om aan de overkant van het water te komen. Sommige dingen die je als drijfmiddel kan gebruiken zijn: - Broeken. Knoop elke broekspijp aan de onderkant dicht en sluit de gulp. Pak met beide handen de broeksband aan de zijkanten vast en zwaai de broek door de lucht zodat er in elk been lucht komt te zitten. Druk snel de zijkanten samen en houd de opening onder water zodat de lucht niet zal ontsnappen. Je hebt nu een heel goed middel om je drijvende te houden wanneer je het water oversteekt. NB: Als je de broek eerst nat maakt kan het de lucht beter opsluiten. Als je een grote rivier moet oversteken moet je verschillende keren lucht in de broek bijblazen. - Lege vaten. Bind lege gasblikken, waterkruiken, munitieblikken, jerrycans, of andere dingen die lucht kunnen opsluiten en vasthouden bij elkaar. Gebruik hen om mee te drijven . Gebruik dit soort drijfmiddel alleen in een langzaamstromende rivier of een beek. - Plastic zakken en poncho's. Vul twee of meer plastic zakken met lucht en bind ze samen bij de openingen. Gebruik je poncho en rol er groene vegetatie strak in, zodat je een rol van minstens 20 centimeter in diameter hebt. Bind de einden van de rol stevig aan elkaar. Nu kun je het rond je taille of over één schouder en onder de tegenovergestelde arm dragen. - Boomstammen. Gebruik een gestrandde boomstam of zoek er een langs het water. Zorg ervoor om de stammen te testen voor je oversteekt. Sommige boomstammen, palm bijvoorbeeld, zinken zelfs wanneer het hout dood is. Een andere methode is twee stammen met ongeveer 60 centimeter ertussen aan elkaar te binden. Ga tussen de stammen zitten met je rug tegen de ene stam en je benen over andere (Figuur 8). - Riet. Verzamel rietstengels en bind ze in een bundel van minimaal 25 centimeter doorsnee. De vele luchtcellen in elke steel zorgen dat het blijft drijven tot het rot. Test in ieder geval de bundel van rietstengels om te kijken of het je gewicht houdt, voordat je de rivier oversteekt. Er zijn veel andere drijfmiddelen die je kunt bedenken door wat verbeelding te gebruiken. Zorg er wel voor om het te testen voor je het probeert te gebruiken. ![]() ![]() ANDERE WATEROBSTAKELS Andere waterhindernissen die je tegen kunt komen zijn moeras, plassen, muskeg, of drijfzand. Probeer niet om hierover te lopen. Waneer je je voeten op probeert te tillen terwijl je staat, zal je dieper wegzakken. Probeer om deze obstakels te mijden. Als dat niet mogelijk is, kan je ze oversteken met stammen, takken, of gebladerte. Een manier om een moeras over te steken is om met je gezicht naar onderen te gaan liggen, met je armen en benen gespreid. Gebruik een van de drijfmiddelen of vorm zakken lucht in je kleding. Zwem of trek je naar de overkant door langzaam te bewegen en probeer om je lichaam horizontaal te houden. In moerassen zijn de gebieden die begroeid zijn gewoonlijk stevig genoeg om je gewicht te houden. Maar is begroeiing niet aanwezig, bijvoorbeeld op grote modder- of watergebieden. Als je een redelijke zwemmer bent, zou het geen probleem moeten zijn om door kilometers moeras te zwemmen. Drijfzand is een mengsel van zand en water dat een schiftende massa vormt. Het bouwt gemakkelijk druk op en zuigt en overspoelt voorwerpen die erop drijven. Het variëert in diepte en is gewoonlijk plaatselijk. Drijfzand komt over het algemeen voor op vlakke kusten, in slib-versperde rivieren met verplaatsende waterlopen en vlakbij grote riviermonden. Als je twijfelt of een zandig gebied drijfzand is, gooi er dan een kleine steen op. De steen zal in drijfzand dalen. Hoewel drijfzand meer zuiging dan modder of slik heeft, kunt je het net als een moeras oversteken. Ga op je buik liggen met je armen en benen wijd, en ga zo langzaam naar de overkant. WATER MET PLANTENGROEI Sommige rivercrosses kunnen waterplanten en andere drijvende planten hebben die het zwemmen moeilijk zullen maken. Je kan echter door vrij dichte plantengroei zwemmen als je rustig blijft en niet onnodig veel beweegt. Blijf zo dicht mogelijk bij de oppervlakte en gebruik de schoolslag met je ondiepe been en de armbeweging. Verwijder de planten rond je zoals je bij kleding zou doen. Wanneer je vermoeid raakt, drijf of zwem dan op je rug tot je genoeg hebt gerust om met een schoolslag verder te gaan. Het mangrovemoeras is een ander type van obstakel dat langs tropische kustlijnen voorkomt. De bomen of de struiken van de mangrove werpen vele steunwortels uit die dichte massa's vormen. Om door een mangrovemoeras te krijgen, moet je op laag tij wachten. Als je aan de landwaartse kant bent, zoek dan een smal bosje van bomen en werk je hierdoor richting zee. Je kunt ook proberen om de bedding van een rivier of een kreek te vinden door de bomen en het te volgen aan het overzees. Als u aan de zeewaartse kant bent, het werk binnenlands langs stromen of kanalen. Kijk goed uit voor krokodillen die je langs kanalen en in ondiep water vindt. Als er krokodillen dichtbij zijn, ga dan uit het water en klim over de mangrovewortels. Terwijl je een mangrovemoeras oversteekt, is het mogelijk om voedsel van getijdepoelen of boomwortels te verzamelen. Als je een groot moerasgebied moet oversteken, bouw dan een vlot. |