Overleven in de jungle
door Maurice Schennink

De jungle is een heel ander klimaat dan het klimaat dat wij gewend zijn. Het zal duidelijk zijn dat je daar een andere leefwijze toepast. Het is er een stuk vochtiger en erg benauwd. Je moet dan ook de juiste kleding en uitrusting bij je hebben om te kunnen overleven. Dit verslag gaat over overleven met uitrusting in de jungle, wat je met de uitrusting kan doen en de routine die je draait. Er wordt ook behandeld hoe je overleeft zonder de nodige uitrusting. Hoe je aan voedsel komt als je zonder zit en hoe je het moet bereiden.



Welke materialen te gebruiken als je de jungle in gaat?

Berghaus Bergain (Grote rugzak) met daarin:

- Waterdichte zak (om de spullen droog te houden)
- Reserve kleding (stevige broek, t-shirt, t-shirt met lange mouwen, jungleboots,
ondergoed, sokken).
- Kleding voor de avond (lange broek van luchtige stof met een longsleev shirt)
- Hangmat met muskietennet (om in te slapen)
- Poncho of afdekzeil (om over je hangmat te spannen)
- Voldoende touw (opspannen hangmat en poncho of waslijntje te maken)
- Liner (om in te liggen mocht het te koud zijn)
- Rantsoenen (er moet wel goed gegeten worden)
- Brandertje met extra naftacan (opwarmen voeding)
- Kaarsen of breaklights (voor extra licht in de avonduren)
- Spinnen of ander elastiek
- Klimset (voor klimmen en afdalen)
- 100 meter blackmarlow (klimmen, afdalen en rivercrossen).
- Kaart en kompas (voor de navigatie)
- Hadex (voor het neutraliseren van water voordat het drinkbaar is)
- Medische hulpmiddelen


Het tenue dat in de jungle het best gehanteerd kan worden is als volgt:

- Als schoeisel jungle boots; ze zijn luchtig en hebben vier gaatjes met gaas zodat ze zullen leeglopen als je in contact bent geweest met water.
- Stevige lange broek die snel droog is en goed ademt.
- Een shirt gemaakt van dri-fit materiaal; snel droog en ademt goed.
- Een jasje met lange mouwen die eveneens goed ademt
- Een jungle hat voor op het hoofd. Dit is een hoofddeksel die een volledige rand heeft zodat alles wat uit de bomen valt, denk aan insecten, takjes, bladeren en dergelijke niet in je kraag belanden.
- Een hoofdband zodat het zweet niet in de ogen drupt.
- Parang (kapmes).


Bewegen door de jungle

Zorg dat je gedurende activiteiten en verplaatsingen voldoende water drinkt, want je verliest ontzettend veel vocht. Maak ook een snackpack met crackers en snoepgoed, zodat je daar gedurende de dag van kan eten.

Er zijn twee soorten begroeiing in de jungle; Primair en Secundair. Door het primaire gedeelte is nog goed te lopen, hier vind je de hogere bomen en struiken. Dit gedeelte is ook het hoger liggende gedeelte. Het secundaire gedeelte ligt lager en is veel dichter begroeid. Hier zul je af en toe ook doorheen moeten kappen met behulp van je parang. Je zal begrijpen dat je zo niet snel vooruit komt. Maak tijdens het lopen van routes een inkeping in een willekeurige boom om een aantal meters dat je zelf bepaalt. Dit is om de weg terug te kunnen vinden als je de koers kwijt bent. Mocht je verdwalen dan weet je dat je daar bent geweest.

Wat te doen bij het vinden van een geschikte bivaklocatie?

Als je van een jungle trail afkomt (route die je hebt gevolgd, zijnde bestaand of zelf gecreëerd) zal het al tegen de schemering aanlopen. De duister in tropische gebieden valt snel dus moet er vlug en gestructureerd gewerkt worden. Zorg eerst dat je genoeg hout hebt om een kampvuur te maken. Zorg ook dat je voldoende hebt om de nacht door te komen. Het is belangrijk dat je het vuur gedurende de nacht aanhoudt, want dit houdt de wilde dieren weg. Een bijkomend pluspunt is dat je warmte en licht hebt.
Zodra het vuur goed brandt, begin je aan je onderkomen. Je zoekt twee geschikte bomen om daartussen je hangmat op te spannen. Zorg ervoor dat de hangmat strak genoeg hangt, zodat je zeker weet dat je boven de grond blijft hangen. Dit doe je door hem strak horizontaal te hangen en vervolgens te testen door er met je volledige lichaamsgewicht op te hangen. Boven de hangmat hang je een stuk elastiek of touw om daar later je afdekzeil overheen te spannen. Op deze manier ontstaat er een soort schuin afdak. Dit is om te voorkomen dat er ongedierte, bladeren of takken op je vallen. Mocht het gaan regenen dan lig je in ieder geval droog.
Je pakt een stok en maakt daar een inkeping in om daar een kaars in te zetten. Die prik je in de grond zodat je voldoende licht hebt. Daarnaast prik je twee stokken in de grond om je jungle boots andersom op te zetten. Check ze altijd goed voordat je ze weer aantrekt. Laat nooit uitrusting of kleding op de grond liggen, want daar krioelt het van het leven. Je kan een lijn opspannen tussen twee bomen om daar je kleding aan te hangen, zo kan het ook drogen. Als je de kleding weer aantrekt, eerst goed uitschudden want er kunnen dieren in gaan nestelen zoals schorpioenen, spinnen en slangen.
Eet en drink goed voordat je de nacht ingaat, want je hebt al veel energie, zouten, vocht en calorieën verloren tijdens het verplaatsen. Spreek af met je lotgenoten dat het vuur aan blijft gedurende de nacht.
Snurkse.


Onderkomen bestaande uit hangmat en afdekzeil – Alle uitrusting is van de grond!

Het bouwen van noodonderkomens

Mocht je geen uitrusting bij je hebben om een onderkomen te maken, maak dan een noodonderkomen. Er is voldoende begroeiing om iets van te maken.
Hak met je parang een aantal dunne bomen om zodat je een stellage en een geraamte kan maken. Je maakt eerst een plateau van de stammen, ongeveer een halve meter boven de grond. Deze stammen bind je aan elkaar vast met lianen. De dikkere lianen sla je eerst goed plat op een boomstam zodat ze wat soepeler worden. Op het plateau zet je het geraamte dat je hebt gemaakt, in een hoek van ongeveer 45 graden. Het geraamte bestaat uit ongeveer 8 lange en stevige takken. De buitenste twee takken hebben boven aan het uiteinde een vork. Plaats de vorken tegen twee stevige overhangende takken, hierdoor blijft het allemaal goed stabiel. Vlecht grote palmtakken tussen het geraamte door, dit doe je zodat geen last hebt van regen of wind en het isoleert goed.




Het geraamte dat boven de grond hoort te staan. Schuin dak met palmbladeren.

De jungle; een rijke bron aan voedsel

Als je door de rantsoenen heen bent zul je een andere manier moeten vinden om je lichaam te voeden. Gelukkig is er in de jungle voldoende voeding aanwezig. Je hoeft het minst moeite te doen voor het vinden van eetbare planten en vruchten. Maar hoe weet je dat het eetbaar is? Daar kan je de volgende test op loslaten:

1. Verpulver een stukje en ruik eraan. Indien de geur erg bitter is gooi je het weg.
2. Wrijf of knijp wat vocht op je arm en wacht op het resultaat. Als je huid gaat irriteren, vlekkerig wordt of iets opzwelt, gooi je het weg.
3. Indien geen irritatie dan wrijf je of leg je een stukje op je lippen of op de tong. Je kan ook op een klein stukje kauwen. Zodra je irritatie bemerkt, eet het dan niet.
4. Gaan de voorgaande stappen allemaal goed dan slik je eerst een klein stukje door en
wacht een aantal uur. Als je in deze tussentijd nergens last van hebt kan je het eten.



Allemaal eetbare planten en vruchten waaronder palmhart, limoenen, baccaba, wilde vijgen e.a.


 
  Voedsel uit de rivier

Als je denkt aan water in de jungle dan denk je vooral aan wat er allemaal in rond zwemt. Je denkt al gauw aan krokodillen, slangen en vissen. Als je aan het overleven bent, heb je niet de luxe van visnetten en visdraad. Je zal een andere manier moeten vinden om de vis te vangen. Eén manier is het maken van een fuik. Een fuik wordt gemaakt van dunne buigzame takken. De ingang begint erg breed maar wordt smaller naarmate die aan het einde komt. Het is dus een trechtervorm, dit om te voorkomen dat de vis weer naar buiten kan zwemmen. Als aas gebruik je wormen, mieren of termieten.
Een andere manier is speervissen. Neem een stevige stok en slijp er een scherpe punt aan zodat de vis hiermee doorboord word. Nog beter is om er een soort drietand op te maken, of zelfs meerdere tanden. Hiermee bestrijk je een groter gebied, waarmee je dus meer kans maakt.
Het vangen van krokodil daarentegen is veel moeilijker. Neem hiervoor geen volwassen exemplaar maar een jonge krokodil. Maak aan een stevige tak een strop (van liaan) die je om de kop van de krokodil kan brengen. Zodra de strop er om heen is, trek je hem aan. Geef het reptiel een harde klap tussen de ogen.
Het vangen van slangen doe je met een gevorkte stok. Als de slang het land opkruipt plaats je de vork precies achter de kop en drukt deze hard tegen de grond.
Al deze methodes lijken simpel, maar vereisen veel geduld en moeite. Bovendien kunnen ze het nodige gevaar opleveren als het verkeerd loopt.


Een aantal verschillende soorten vis, klaar om ze te bereiden voor op het vuur.

Bereiden van voeding uit de rivier

Je moet natuurlijk ook weten hoe het voedsel bereid wordt. Een vis laat je leegbloeden door de keel door te snijden waarna je de kieuwen eruit snijdt. Om de ingewanden te verwijderen maak je een inkeping van de keel tot de anus. Nu kun je alle organen verwijderen, bewaar deze wel, ze kunnen dienen als lokaas. De schubben schraap je eraf met een mes van staart naar de kop toe.
Wat de krokodil betreft, die moet niet groter zijn dan 1,5 meter, omdat ze anders al te dik gepantserd zijn. Het beste vlees van de krokodil komt van de staart. Hak de kop af en laat het bloed eruit lopen. Verwijder de organen en ingewanden.
Let goed op bij slangen dat je ze laag achter de kop afsnijdt als je niet weet of het een giftig exemplaar is. Snijd de slang open en steek er een stok of pen doorheen om de huid af te stropen richting de staart. De slang en krokodil smaken naar kip en smaken erg goed.
Je kan deze dieren allen koken of klaarmaken op een zelfgemaakte barbecue. Als je voor de barbecue kiest neem dan wel hele groene takken, deze branden minder snel of niet door. Je kan ze ook braden op het spit.


Grote hompen vlees afkomstig van een tapir, ernaast ligt een jonge krokodil.

Zoogdieren uit de jungle

Je kan jagen op dieren, of de valstrikken het werk laten doen. Als je gaat jagen maak dan een speer van ongeveer een meter. Het beste tijdstip in een onbekend gebied is met het eerste licht. Beweeg je langzaam en geruisloos, geluiden schrikken de prooi af. Mocht je gezien worden, blijf dan stil staan. Het kan zijn dat de prooi nieuwsgierig is en naar jou toe komt. Het beste moment om aan te vallen is als de prooi aan het eten of drinken is. Het dier zal dan afgeleid zijn en jij als jager hebt meer tijd om de aanval in te zetten. Maak geen jacht op roofdieren, het zou averechts kunnen werken en dan ben je zelf ineens de prooi.
Als je te werk gaat met valstrikken scheelt dit een hoop tijd en energie. Aangezien je geen touw hebt in de survivalsituatie, gebruik je lianen. Deze zijn wat stugger maar wel natuurlijker. Dus is het wijzer om geen stroppen te maken, maar een ander soort val omdat touw de strop veel strakker kan trekken dan liaan.
Een andere mogelijkheid is het maken van een val met een zwaar opgehesen voorwerp. Zoek een boom op die het pad doorkruist van een route waar dieren gebruik van maken. Bind om een boomstam een liaan, en laat de liaan over een willekeurige tak lopen. Laat die langs de stam lopen achter een stokje langs, het stokje moet geklemd zijn achter twee uitsteeksels. De liaan laat je verder lopen over het pad, die wordt verbonden met een stok in de grond. Als een dier de lijn doorkruist zal de boomstam op de prooi terecht komen.
Een brutere wijze is om een val op te zetten, waar gebruik wordt gemaakt van speerpunten. De opstelling is hetzelfde als de val met een zwaar voorwerp, er wordt nu alleen gebruik gemaakt van een tak met geslepen speerpunten.


Een valkuil met of zonder speerpunten behoort natuurlijk ook tot de opties.


De constructie van een val met een opgehesen zwaar voorwerp, met en zonder speren..

Bereiden van het wild

Laat als eerst de prooi leeg bloeden, dit om de smaak van het vlees minder sterk te maken. Vang het bloed op (zie noot 2). Vil de prooi na het leegbloeden, dit gaat het best als de prooi nog warm is. Verwijder de geurklieren en de geslachtsdelen, want zij kunnen het vlees bederven. Bij hertachtigen zitten deze geurklieren op de achterpoten net achter de knie. Bij hond- en katachtigen bevinden deze klieren zich aan weerszijden van de anus. Snijd dan de huid los, begin bij de poten van de prooi en vervolgens van anus tot nek. De huid kan gestroopt worden. Als je niks met de organen en ingewanden wil doen, kan je een niet al te diepe snede maken zodat ze niet beschadigd worden. Deze zullen er dan uitvallen en je kunt beginnen met het versnijden van het karkas.
Aangezien de temperatuur van de jungle hoog is, is het niet verstandig om vlees te bewaren. Consumeer de prooi dan ook direct. Dit kan je doen door middel van koken of braden. Eetse.

Nawoord

Dit verslag is gebaseerd op eigen ervaringen die zijn opgedaan tijdens een jungletraining/Frans Commando-opleiding door het Franse Vreemdelingenlegioen (Frans Guyana in Zuid-Amerika). Er is toen veel geleerd over het leven in de jungle (en nog veel meer gestompt) ongeveer alle punten die zijn behandeld in deze opdracht. Er valt nog veel meer te vertellen over hoe je kunt overleven in de jungle. Er kan nog veel dieper op de onderwerpen worden in gegaan. En er kunnen nog meer onderwerpen behandeld worden. Maar dan wordt het een te groot verslag, vandaar dat ik het hierbij wil laten.

Bronvermelding

Survival het SAS handboek geschreven door John Wiseman
Eigen ervaringen door deelname aan een jungletraining.