Het Britse Resque Counsil
door Roy Veenstra


In heel groot brittanie kosten reddingsacties in berggebieden geen geld. Dit geldt voor de slachtoffers en voor de bedrijven waar zij voor werken. In de berggebieden zijn de bergreddingsteams verantwoordelijk voor de zoek en reddingsacties, in de berggebieden bij zee is de HM kustwacht hiervoor verantwoordelijk. Al deze zoek en reddingsacties, en het feit dat ze altijd gratis zijn, is opgenomen in het wetboek en wordt nageleefd door de politie die verantwoordelijk is voor de verdere zoek en reddingsacties op het eiland.
De bergreddingsteams zijn opgebouwd uit vrijwilligers, die in actie komen als ze nodig zijn. Deze teams zijn ontstaan in de gebieden waar het nodig was en hebben samen al vele mensenlevens kunnen redden. Bij deze teams hebben zich inmiddels door de jaren heen vele andere organisaties aangesloten om samen met het team goed gecoördineerde reddingsacties uit te kunnen voeren. Deze organisaties zijn: national park rangers, RAF bergreddingsteams, RAF of marine zoek en red helikopters. Al deze organisatie verrichten de reddingsacties gratis.
Alle teams zijn zelfstandig. Ze regelen zelf hun werving en selectie en bepalen ook de daarbij horende normen. Over het algemeen zijn ze op zoek naar ervaren bergsporters die onder alle weersomstandigheden goed kunnen functioneren. Hiervoor moet je dus heel erg goed getraind zijn en een hoop kennis hebben. Als je door een team geselecteerd wordt, krijg je een speciale opleiding. Deze opleiding is wel gebonden aan de richtlijnen van de nationale opleidingsstandaard. In deze opleiding krijg je les in het omgaan met een stretcher in allerlei weersomstandigheden waaronder vrieskou. Maar ook hoe je omgaat met een stretcher op verticale vlakken en in de sneeuw of in spleten. Daarnaast leer je hoe je met een radio om moet gaan, dan moet je denken aan hoe je een zender op zet, hoe je contact maakt en hoe je kunt communiceren op alternatieve manieren. En uiteraard krijg je een zeer uitgebreide eerste hulp opleiding.
De laatste paar jaren worden de teams steeds meer ingeschakeld door de lokale overheden. Dit gaat vaak om zoek acties, zo hebben ze al geholpen bij het vinden van: kinderen, geestelijk gehandicapten, oude mensen, mensen die geestelijk onstabiel zijn of verdacht worden van zelfmoord neigingen of ontsnapt zijn uit een gesticht. Maar ook bij verkeersslachtoffers of door noodweer gestrande automobilisten. Naast deze zoekacties zijn er ook reddingsacties in steden. Mensen die vastzitten in een lift, een ongeluk met een hijskraan of glazenwassers bakken. Op al deze verzoeken is net zo gereageerd als op alle reddingsacties in de moeilijk begaanbare gebieden waar de teams normaal hun werk doen. Alle locale reddingsteams zijn aangesloten bij een regionale organisatie, die communiceert tussen alle teams. Deze regionale organisaties zijn ook verantwoordelijk voor de logistiek en planning bij reddingsacties die meerdere teams vergen. Alles wat de teams doen is in overleg en samenwerking met de verantwoordelijke politie instellingen in die regio. Daarom organiseren de politie, de RAF zoek en red teams en de RAF en RN helikopter teams regelmatig oefeningen en trainingen in hun regio.
Het mountain rescue council (MRC) van Wales en Engeland, is een overkoepelende organisatie voor alle regionale organisaties die aangesloten zijn. Samen met het British cave rescue council en de search and rescue dogs associations, is het mountain rescue council verantwoordelijk voor de verzekering van: politie officieren, vrijwilligers van de kustwacht, vrijwilligers van de berg teams, de brandweer en de ambulance. Maar het MRC is wederom op vrijwillige basis en is een geregistreerd goed doel in Groot-Brittannië. Verder is het MRC ook verantwoordelijk voor de communicatie tussen de teams en de regering over de berg en grot reddingsacties. Maar de allerbelangrijkste taak is toch het bevoorraden van de teams, en het verzekeren van de teamleden als ze op oefening zijn of in actie. Ze leveren de stretchers, de radio’s en andere communicatie middelen en de EHBO middelen.
Het MRC levert ook verzekeringen voor buitensporters die lid zijn. En geven regelmatig het mountain rescue handbook uit. Daarin staat ieder detail over de reddingsorganisaties in Groot-Brittannië en ook die van Ierland, Schotland en de kustwacht en marine. Verder staat er allerlei informatie in over: veiligheid in de bergen, hoe reddingsteams werken, hoe je met een radio om moet gaan en hoe je anders moet communiceren, bergsport EHBO, helikopter organisaties en statistieken van bergongevallen.

De geschiedenis:

Voor de 18de eeuw, werden buitensporten als hiken en klimmen als recreatiesport nauwelijks beoefend. Het leven was in die tijd op zichzelf zwaar genoeg en niemand zat te wachten op een zware en koude vrijetijdsbesteding.
Dit veranderde allemaal in de 18de en 19de eeuw toen werd klimmen in Groot-Brittannië razend populair elke normaal tot goed verdienende Engelsman, vond dat het zijn taak was om de alpen te bedwingen. In de eerste jaren was het vooral wetenschappelijk onderzoek dat mensen bergen deed bedwingen. Maar nadat Whymper zijn eerste beklimming van de Matterhorn maakte in juli 1865, werd bergsport een leuke vrijetijdsbesteding om in het binnen en buitenland te beoefenen. Maar ondanks dat er steeds meer mensen de berggebieden introkken was er in die tijd geen reddingsteam dus als je een ongeluk had, was het aan je vrienden die bij je waren om je te redden. In die tijd werden boeren in de gebieden vaak aangesproken om te helpen bij het vervoeren van slachtoffers naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis of naar de lokale dokter. Alles was dan erg primitief een stretcher voor de bergen was er nog niet.
De eerste ontwikkelingen op gebied van veiligheid en redbaarheid in de bergen kwam in het begin van de 20ste eeuw. Toen de Rucksack club en de Fell&rock climbing club samen het Joint stretcher committee oprichtte. Het doel was om een stretcher te ontwikkelen speciaal voor de steile bergwanden en het ruige landschap. Dit comité kwam in 1935 met een rapport waarin, werd verteld welke materialen en uitrusting beschikbaar moesten zijn bij bergongevallen. En een volledige lijst met EHBO uitrusting. Er stonden ook de details in over de stretcher die was ontwikkeld speciaal voor het berglandschap. Deze stretcher is vernoemd naar de uitvinder, en heet de Thomas stretcher. Al het materiaal werd bij vastgelegde reddingsposten opgeslagen voor gebruik door klimmers en leidinggevende van de post. Samen met locale vrijwillige boeren die door de ligging van hun boerderijen al vaker met ongelukken in aanraking waren geweest.



Maar van officiële bergreddingsteams was nog geen sprake in die tijd, maar in september van 1936 besloot het comité dat er een permanentere vorm van redding moest komen. Hun taak zou zijn het bemannen van de posten het uitvoeren van reddingsacties en het administreren van de donatie en andere zaken van de post. Deze nieuwe groep: het eerste hulp comité van bergsportclubs, bestond uit: C. P. Lapage als voorzitter, A. S. Pigott als secretaris, W. H. Hey (Alpine Club), G. G. McPhee (Scottish Mountaineering Club), H. Humphreys (Yorkshire Ramblers), C. H. French (Climbers Club), W. G. Pape (Wayfarers), F. H. Restall (MAM) and G. E. Gallimore (Gritstone Club). En Robert Burns eigenlijk geen lid maar wel de producent van de EHBO rugzakken die de posten gebruikten. Een onderdeel van de EHBO kit is morfine wat al gebruikt werd door de RAF. In het begin werd het geweigerd door het comité omdat het gebruik van de posten niet alleen door mensen was die een medische achtergrond hadden. Maar de persoon die dit middel probeerde aan te dragen bij het comité, mr. Hey. Was vastbesloten en heeft het middel zo’n 15 jaar illegaal naar de posten gestuurd en met het middel zijn in die tijd zo’n 30 levens gered. Na 15 jaar ging Hey nog een keer naar het comité en vertelde zijn verhaal. Hey kreeg bezoek van een inspecteur van het comité en kreeg een boete voor het illegaal leveren van de drug. Maar desondanks werd het middel toch aan de EHBO set toegevoegd in 1949. dit was onder de voorwaarde dat alle posten een nauwkeurige beschrijving erbij kregen hoe ze het middel moesten gebruiken en waar het precies voor diende. De voorraad per post zou worden driekwart gram morfine verdeelt in 3 keer een doses van een vierde gram. En 2 posten kregen 6 keer een doses van een vierde gram omdat in die gebieden veel ongelukken gebeurden.
Maar door de tweede wereld oorlog nam het bezoek van veel mensen in de berggebieden sterk af pas aan het einde van de tweede wereld oorlog werd er weer met grote regelmaat alpine sport beoefend. En werd het weer immens populair. In die tijd besloot het First Aid committee of mountaineering clubs, hun naam te veranderen in het Mountain rescue committee. Daarbij wilde het nieuw gevormde comité ook meerdere andere bergsportorganisaties gaan betrekken bij hun activiteiten. In 1950 werd het MRC een officieel geregistreerd goed doel en waren vele andere organisaties en verenigingen hierbij aangesloten.
In de eerste jaren van het nieuw gevormde comité ontstonden steeds meer echte reddingsteams op de plaatsen waar de posten gevestigd waren. Dit gebeurde niet echt georganiseerd vanuit het MRC, maar de teams werden door de lokale vrijwilligers die al die jaren bij de posten hadden gewerkt en al vele reddingsacties hadden uitgevoerd zelfstandig opgezet. Al deze teams sloten zich aan of waren door de post al aangesloten bij het MRC wat zorgde voor de materialen en uitrusting, de communicatie en het leveren van medicijnen en eerste hulp goederen.

Werving:

Om bij een van de reddingsteams te werken moet je aan een aantal eisen voldoen. Deze eisen gelden in algemene zin want elk team heeft toch zijn eigen speciale verzoeken, omdat ze allemaal hun eigen gebied hebben waar ze in werken.



Ten eerste moet je ouder zijn dan 18 jaar en jonger dan 70. Je moet een grote ervaring hebben met buitensport. Je moet onder alle weersomstandigheden goed kunnen blijven functioneren. Je moet de levens die je red belangrijker vinden dan dat van jou. En vooral in gedachte houden dat het vrijwillig is wat je doet, maar je bent wel verplicht op alle momenten waarop je nodig bent in actie te komen.
Op het moment dat je jezelf aanmeldt moet je in goede lichamelijke conditie verkeren en gezond zijn. Je moet zware bergsporthandelingen kunnen verrichten in allerlei weersomstandigheden en je zult een politie geschiktheids examen moeten afleggen.
De meeste teams zijn op zoek naar ervaren mensen voordat ze überhaupt de training in mogen. En dat ze, wanneer toegelaten tot het trainingsprogramma, zichzelf op regelmatige basis trainen op alle gebieden van bergsport die ze nodig zullen hebben. Dit wordt allemaal gedaan naar de Nationaal vastgelegde richtlijnen. Pas als je het trainingsprogramma hebt afgerond promoveer je van trainee naar lid.
Voordat iemand zich aanmeld bij een rescue team moet die persoon goed onthouden dat je niet alleen technisch hoog opgeleid moet zijn, maar dat je in een team komt te werken met sterk gemotiveerde mensen. En dat teamwork niet alleen een toevoeging is aan het normale werk maar dat het van levensbelang is voor jezelf de slachtoffers en je eigen team.
Werken voor een vrijwillig zoek en reddingsteams is erg dankbaar. Je levert diensten aan de maatschappij. En helpt bij het redden van levens. Daarnaast is het een grote uitbreiding op je levenservaring en ook een grote toevoeging aan je normale alledaagse leven en werk.

Training:

De reddingstechnieken die tegenwoordig worden toegepast vinden hun oorsprong in de touwtechnieken van het alpinisme. In de loop der jaren zijn er alleen specifiek voor reddingsacties steeds meer materialen en uitrusting ontworpen. Dit gaat van speciale brancards tot katrollen en het werken met helikopters. Daarnaast zijn er ook steeds meer materialen specifiek voor het zoeken van slachtoffers en uitgebreide EHBO sets. De mensen die bij reddingsteams werken zijn vooral afhankelijk van hun uitgebreide ervaring in de buitensport en de ervaring van hun teamleden. Daarom bestaan, zoals ik hierboven al beschreven heb alle teams uit ervaren bergsporters die voor de training al vele jaren met buitensport bezig zijn en er het nodige van weten. Dit is essentieel voor een redder.
Maar dit alleen is niet genoeg om als echte reddingswerker aan de slag te kunnen. Daarvoor moet je een hele serie cursussen en trainingen afsluiten. Het grootste gedeelte van de opleiding wordt gedaan bij het lokale team. De trainingen krijg je over het algemeen en of twee keer per maand en die worden gegeven door ervaren leden van het team. Maar de meeste training wordt gegeven tijdens een callout, dus wanneer het team opgeroepen wordt. Dit wordt dan gedaan door een teamlid wat benoemd is door de rest van het team. Meestal is dit het teamlid met de meeste ervaring en ook degene die de acties coördineert. De reden hiervan is dat dit de persoon is met het totaaloverzicht, hij kan dus in 1 keer zien waar de trainee wel kan helpen en waar hij juist in de weg zal lopen door een gebrek aan ervaring.

 


 

 

De belangrijkste vaardigheidsgebieden zijn: Eerste hulp, communicatie, technische vaardigheden (met inbegrip van het materiaalvertrouwd maken), onderzoekstechnieken, inherente controle en helikopterprocedures. Daarnaast bespreken sommige teams onderwerpen zoals: het volgen en het werken met zoek en reddingshonden. Terwijl de meeste opleiding binnen het team wordt verstrekt zijn er ook regelmatige gezamenlijke team opleidingsoefeningen en verscheidene regionale opleidingskansen. Het MRC verstrekt nationale opleiding, Het Beheer van het onderzoek en de cursussen. En er vindt een halfjaarlijkse Conferentie plaats om de uitwisseling van ideeën en technieken te vergemakkelijken. De meeste teams hebben nu hun eigen “Handboeken van de Opleiding van het Team”.
Het MRC is nu bezig om de hele opleiding te nationaliseren. Het zal dan niet alleen aan de nationale richtlijnen voldoen maar ook door heel het land hetzelfde zijn.. De individuele opleidingslogboeken worden gebruikt om een zo efficiënt mogelijke opleiding samen te stellen.

Materiaal:

Veel van het materiaal dat in bergredding wordt gebruikt is precies hetzelfde als het materiaal dat door alpinisten voor bergbeklimming en ijsklimmen wordt gebruikt. Dergelijk materiaal zoals: karabiners, slings (band en perlon), belay punten (nuts, friends, pitons, ijs schroeven, dood gewicht belay platen enz.), de touwen, uitrustingen, de assen en de hamers enz. Al deze materialen zijn voor gebruik tijdens reddingsacties en oefeningen. Hier bovenop komt nog de persoonlijke uitrusting van de teamleden, kleding enz. Gevolg is het enorme geldbedrag dat de vrijwillige teams iedere keer moeten ophoesten als na onderhoud en controle toch blijkt dat er nieuw materiaal aangeschaft moet worden. Hierdoor kwam het vroeger nog wel eens voor dat het ene team langer materiaal in gebruik had dan het andere. In een poging om veiligheidsnorm te verbeteren heeft in 1995 een Persoonlijke Beschermende Richtlijn van de Europese Unie (PPE) het gehele spectrum van alpinismemateriaal in een overzicht gebracht. Alle goedgekeurde materialen kregen een keurmerk en alleen materiaal met een keurmerk mocht nog gebruikt worden door de reddingsteams.



Voor controle van het materiaal werden speciale richtlijnen opgesteld die iedereen moest gebruiken. Fabrikanten waren verplicht die richtlijnen bij hun materiaal te leveren, in die beschrijvingen moest precies staan waar op gelet moest worden wat er mis zou kunnen zijn en hoe dat gezien kon worden. Als het materiaal afgeschreven werd dan werd dat bijgehouden in een speciale administratie. Naast het materiaal wat voor alle buitensporters wel bekend is, zijn er natuurlijk ook materialen die specifiek door de reddingsteams gebruikt worden. Hieronder volgen een aantal van deze materialen met de daarbij horende uitleg.

Brancards:

De bellmark III: Dit is een gespleten brancard, die opgedeeld kan worden in meerdere onderdelen om het vervoeren ervan makkelijker en lichter te maken voor de teams. De brancard kan dan op de plaats van het ongeval snel in elkaar gezet worden. De zakken waarin de onderdelen zich bevinden kunnen daarnaast ook als extra brancard dienen. Dit is dan wel een improvisatie, maar het is een mogelijkheid die al vaker nodig is gebleken. Daarnaast is er een speciale hoofdkap ontwikkeld die op de brancard kan worden geplaatst om het hoofd van het slachtoffer te beschermen tegen steenslag als er ter plaatsen levensreddende handelingen moeten worden uitgevoerd. De brancard heeft 4 ringen om haken van de helikopter aan te bevestigen of om de brancard in een spleet te kunnen laten zakken. De handvatten vouwen uit en er zijn extra banden voor het dragen. Het gewicht van de brancard is 24. 74 kg. Hij wordt gebruikt door teams in heel Engeland en Wales en in een aantal landen over de wereld.



De Superlight MacInnes: De brancard MacInnes wordt uitgebreid gebruikt in Schotland maar ook
over de hele wereld. Hij is een aantal jaren geleden ontwikkeld en heeft zeer efficiënte steunbalken en is daarmee voor ideaal gebruik op sneeuwhellingen. Hij heeft ook het vermogen om een wiel te hebben voor bewegingsgemak over geschikt terrein, om zo tijd te kunnen winnen. De Superlight weegt 11kg en is volledig uit één stuk. De bellmark en de brancards MacInnes zijn de steunpilaren van de teams in Groot-Brittannië.
Ondanks de grote populariteit van de twee genoemde brancards is er 1 brancard die ook een duidelijke plaats heeft veroverd binnen de bergredding. De Alphin, dit is een uit 1 deel bestaande brancard van polycarbonaat en een ruggengraat beschermingsstrook onder het bed. De handvatten zijn verwerkt in de brancard en er is een constructie gemaakt voor het bevestigen van een sleeplijn. Het voordeel van deze brancard ten opzichte van de vorige twee is, dat hij erg klein is. Daarom geven reddingsteams in gebieden met veel diepe spleten en ravijnen de voorkeur aan deze brancard. Hij is ontwikkelt door de Ogwen Mountain rescue.

Een lichaam bewaar en vervoer zak:

De individuele teams gebruiken verschillende lichtgewichtzakken maar het MRC is naar een standaard zwaargewicht zak overgegaan die op speciaal verzoek van het MRC gemaakt is door Aguille Alpine Equipment. Dit is nu M.R.C. standaard zak. De zak kenmerkt zich door de volledige lengterits en is lang genoeg om ook de langere slachtoffers in te vervoeren. De zak heeft een waterdichte voering en vezelstapels binnenin. Het heeft dragende riemen en een speciaal ontworpen rits die toegang biedt aan de hulpverleners om toezicht te kunnen houden en handelingen te kunnen verrichten op het slachtoffer zonder dat de gehele zak van het slachtoffer gehaald moet worden. Deze zak wordt gebruikt om slachtoffers warm te houden tijdens het vervoeren maar ook als er ter plaatsen handelingen verricht moeten worden.

Het Vacuüm Matras

Het vacuüm matras is pas sinds een aantal jaren in gebruik genomen in Engeland, na een lange periode van testen. Daarvoor werd het al wel in veel landen in Europa en in Schotland gebruikt. Uit de tests kwam de Hardwell als beste naar boven. Een vacuüm matras is een matras waar een slachtoffer opgelegd kan worden met rug of halsverwondingen om deze te immobiliseren. Het matras zorgt er dus voor dat tijdens vervoer van de patiënt geen beweging in de wervelkolom en de nek plaats kunnen vinden om ergere verwondingen te voorkomen.

Medisch Materiaal:


Het belangrijkste voor de reddingsteams is natuurlijk het medische materiaal. Gelukkig zijn er op het gebied van medische toepassingen voor de buitensport de laatste jaren een hoop nieuwe ontwikkelingen. En al deze ontwikkelingen zijn beschikbaar voor de teams om ermee te trainen en bij goedkeuring er mee te werken. Maar wat ontwikkelden zich hoofdzakelijk voor het gebruik van de bergredding, wat goedgekeurd werd door ziekenwagen dokterspraktijken ziekenhuizen en vooral door de teams zelf.
De ' warme lucht ademhalingsapparaten ' voor de behandeling van hypothermie. Dit apparaat produceert warme lucht voor de patiënt om te inhaleren. Dit geld voor bewusteloze patiënten en slachtoffers die nog bij bewustzijn zijn en zelfstandig kunnen ademhalen. Dit gebeurt door lucht door de kristallen van sodakalk te laten stromen waarbij periodiek een kleine hoeveelheid kooldioxide wordt toegevoegd die voor een gecontroleerde temperatuurreactie zorgen. ' Reviva ' was als eerste op dit gebied, kort daarna gevolgd door de 'little dragon'.



Ander materiaal op dit gebied is zuurstofmateriaal met zowel automatische toevoer als op vraaglevering. De pijnstillende gassen van Entonox, intraveneuze infuusreeksen (druppelreeksen), en uitvoerige reanimatie uitrustingen.
Voor het spalken van ledematen enz. worden een grote verscheidenheid aan spalken gebruikt, van opblaasbare spalken tot de ouderwetse maar ondertussen wel aanpasbare draadspalken.
Voor ruggengraatsverwondingen begint de vacuümmatras het ruggengraatsbord steeds meer te vervangen. De matras is meer aanpasbaar en zeer nuttig in ongevallen met patiënten die veelvoudige verwond zijn.
Het toezicht op lichamelijke functie zoals impuls, bloeddruk, temperatuur, en de elektrocardiografische opnamen worden uitgevoerd met behulp van elektronisch materiaal.
De kosten van deze materialen zijn erg hoog, maar uit onderzoek is gebleken dat de kosten niet opwegen tegen het belang van het materiaal. Impuls Oximetry wordt gebruikt om zuurstofverzadiging te meten en is een waardevolle aanwijzing van bijvoorbeeld ontoereikende luchtwegen. Het materiaal is zeer duur voor openluchtgebruik en heeft sommige beperkingen maar wordt ook maar in beperkte mate gebruikt. Het MRC voorziet dat deze technieken die nu nog zo duur zijn en nog nauwelijks gebruikt worden in de bergen straks routine worden. Het MRC wil ook defibrillatormachines hebben bij het helpen van mensen met een hartaanval en is ook een onderzoek bezig naar de mogelijkheid om, medische informatie direct tussen reddingsteams
op de heuvel en het ziekenhuis door te kunnen geven en te ontvangen.

Bronnen:
http://mountain.rescue.org.uk/home.html