Het korps in vogelvlucht

De marinetaken worden nu uitgevoerd door zo'n 14.500 militairen en 5.000 burgers. Voor de uitvoering van deze taken beschikt de Koninklijke marine over vele dienstonderdelen en middelen zoals schepen, vliegtuigen en voertuigen. Een van de in het oog springende dienstonderdelen is het Korps mariniers.
Het Korps is samengesteld uit vier operationele infanteriebataljons. Daarvan zijn er twee in Nederland gestationeerd en een derde bataljon is mobilisabel, dat wil zeggen op korte termijn oproepbaar.
De wapens en uitrusting van dit derde bataljon staan permanent gereed. Eenheden van het vierde bataljon bevinden zich op de Nederlandse Antillen en Aruba. Verder beschikt het Korps over een gevechtssteunbataljon en een logistiek bataljon. In het gevechtssteunbataljon zijn de ondersteunende eenheden geconcentreerd zoals het amfibisch verkenningspeloton, waarin kikvorsmannen zijn ondergebracht; de bootcompagnie met landingsvaartuigen en de 120 mm mortier compagnieën, die voor de nodige vuursteun zorgen. Het anti-luchtdoel-peloton is met Stingerraketten uitgerust. De Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) kan op verzoek van de minister van Justitie worden ingezet, bijvoorbeeld bij het helpen beëindigen van gijzelingen of kapingen. In het logistieke bataljon zijn de administratieve- en verzorgende elementen bijeengebracht. De infanteriebataljons hebben een sterkte van 520 man. De totale korpssterkte bedraagt ongeveer 3.000 man. Vrouwen maken geen deel uit van het Korps mariniers. De infanteriebataljons zijn organisatorisch weer onderverdeeld in drie compagnieën van 105 man met ieder een compagniesstaf. Een compagnie bestaat uit drie pelotons van 33 man met een staf en een peloton bestaat uit drie geweergroepen van acht mariniers met ieder een commandant. De geweergroep is de kleinste tactische eenheid van het Korps.
De operationele eenheden vormen samen met de staf- en verzorgingsgroepen en de gevechtssteuneenheden de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM), die in de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn is ondergebracht. Het grote voordeel van deze wijze van organiseren is dat nu voor elke operatie in binnen-en buitenland een juiste samenstelling van gevechts- en ondersteuningseenheden kan worden geformeerd.
Alle opleidingen bij het Korps mariniers zijn geconcentreerd bij het Mariniers Opleidings Centrum in de Van Ghentkazerne in Rotterdam, terwijl de amfibische opleidingen en training plaatsvinden bij de Joost Dourleinkazerne op Texel. Een ander bijzonder organisatorisch aspect van het Korps is de logistieke ondersteuning. Alle eenheden, in welke samenstelling dan ook, moeten voortdurend van de nodige uitrusting worden voorzien. Of het nu slaapzakken, mortiermunitie of radio-onderdelen betreft, de hele logistieke ondersteuning is er op gericht de man in het veld optimaal te laten functioneren. Door bevoorrading op maat functioneert het Korps op het hoogst bereikbare niveau van zelfstandigheid. Het kan daarmee in eerste aanleg onafhankelijk ingezet worden zonder aan een vaste logistieke basis vast te zitten.
Bij ontplooiing op langere termijn echter is een regelmatige aanvoer van materieel noodzakelijk. Daarom is het binnenkort aan de vloot toe te voegen Landing Platform Dock (LPD) erg belangrijk. De afhankelijkheid van een logistieke basis of van de vervoerscapaciteit van de Royal Navy is daarmee aanzienlijk teruggedrongen. Het Nederlandse Korps mariniers is daarmee een nog volwaardiger partner van de 'Royal Marines' geworden en zal met de komst van het LPD zijn strategische mobiliteit vergroten.

Een marinier is en blijft een zeesoldaat. Als zeesoldaat draagt hij zijn eigen wapen, springt zonodig in zee en rent door de branding naar het land. Daar tracht hij zich te handhaven en een bruggehoofd te vormen. Hij doet dit samen met zijn collega-zeesoldaten die allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Mariniers worden dus herhaaldelijk nat; nat van het water of nat van het zweet. Meestal van beide. Centraal staan de begrippen improvisatie en aanpassing. Improvisatie komt van de marinier zelf: hij maakt gebruik van de omstandigheden, van de mogelijkheden die hem geboden worden.
Hij voelt zich snel verantwoordelijk. Valt er iemand uit dan neemt de volgende het initiatief over. Mariniers zijn schapen met vijf poten. Voor alle problemen zoeken zij een afdoende oplossing. 'Kan niet' bestaat niet bij het Korps en daardoor is alles mogelijk. De marinier heeft een gevechtstenue, gevechtslaarzen, persoonlijk wapen en een rugzak (burgan), waarin de benodigde uitrusting en voeding is opgeborgen. De eenheid waarin de marinier opereert heeft de beschikking over vuursteun van verschillende soorten mortieren, BV-206 sneeuwvoertuigen, veldhospitalen, landingsvaartuigen en een amfibisch transportschip de Hr. Ms. Rotterdam voorziet in een grote behoefte. Dit schip kan een heel bataljon met de daarbij behorende voorraden en uitrusting vervoeren naar elke gewenste plek ter wereld. Daarnaast kunnen er zes helicopters geaccommodeerd worden, die in staat zijn de mariniers snel over grote afstanden te verplaatsen, waarmee de actieradius van de marinier aanzienlijk wordt vergroot. Bovendien is het schip multifunctioneel inzetbaar voor de gehele krijgsmacht; voor transporttaken, voor commandovoering, bij rampenbestrijding en evacuaties.