Opleidingen binnen het korps
Nadat een marinier de Elementaire Vak Opleiding (E.V.O) met goed gevolg heeft afgelegd, zal hij in de regel geplaatst worden bij één van de infanterie compagnieën. Hier zal hij de basis die gelegd is tijdens de E.V.O. in de praktijk verder uitbouwen, door deel te nemen aan een aantal trainingen, zoals de berg- en wintertraining. Na deze periode zal een marinier zich, mits geschikt, kunnen specialiseren. Mariniers die bij een verkenningspeloton willen dienen, kunnen bijvoorbeeld de marinier-verkenners opleiding of de commando opleiding volgen. Het Korps Mariniers kent een grote verscheidenheid aan verschillende opleidingen en specialisaties, varierend van veldkok tot sluipschutter en van monteur tot parachutist. In dit hoofdstuk laat ik verschillende specialisten aan het woord, om te vertellen over hun specialisatie en opleiding.
Militair Ski Instructeur
Om in
aanmerking te kunnen komen voor de opleiding tot militair ski-instructeur, moet
de marinier in het bezit zijn van het kwaliteitsnummer koudweergetraind, wat
betekent dat hij de wintertraining in Noorwegen en de bergtraining in Schotland
met goed gevolg doorlopen heeft. Nadat een marinier d.m.v. een verzoek heeft
aangegeven in aanmerking te willen komen voor deze opleiding, zal hij
uitgenodigd worden om "voor te skiën" in Snow World in Zoetermeer. Hier zal hij
een aantal skitechnieken moeten laten zien, waarop hij vervolgens beoordeeld
wordt. Gekeken wordt naar techniek, aanleg en opleidbaarheid. Hierna zal het
trainingskader de mariniers, die de opleiding mogen volgen, geselecteren.
In november vertrekt de gehele opleiding naar Noorwegen, waar in Ryukan de
opleiding van start gaat. In groepen van ongeveer 8 man zal onder leiding van
een instructeur eerst gewerkt worden aan de individuele skivaardigheden van de
cursisten. Zowel het alpine skiën als het cross-country skiën komt aan bod. Dit
alles gebeurt op zogenaamde "telemark"ski's, die zowel voor alpine als
cross-country geschikt zijn en in gebruik zijn bij het korps mariniers. Enkele
van de behandelde alpine technieken zijn de sneeuwploeg, sneeuwploegstop,
traverse, stem-christie, parallelbocht en de telemark. In het cross-country
skiën wordt o.a. de diagonale gang, dubbelstok, dubbelstok met afzet en het
schaatsen (single-dance, double-dance, russian-dance) behandeld. Meestal oefent
men één dagdeel cross-country technieken, één dagdeel alpine technieken en heeft
men tijdens de avonduren theorielessen of zelfstudie. Op zaterdagen wordt
meestal een skitour of een skirace georganiseerd. Naarmate de individuele
technieken verbeteren, zal het element "instructie techniek" worden
geïntroduceerd. Hier leert de cursist de verschillende instructie technieken,
het herkennen van fouten, oorzaken van fouten en verschillende methodieken om
technieken aan te leren. Cursisten zullen tijdens deze lessen in de praktijk les
geven aan elkaar, en terwijl zij aan hun instructie techniek werken
tegelijkertijd de individuele skivaardigheden verbeteren. Na drie weken
intensief skiën en studeren volgen een aantal theorie testen, die met goed
gevolg moeten worden afgelegd. De cursus wordt afgesloten met een praktijkexamen,
dat onder auspiciën van noorse instructeurs wordt afgenomen. Hier worden de
verschillende individuele skitechnieken en de instructietechniek beoordeeld.
Wordt ook dit examen met goed gevolg afgelegd, mag de marinier zich militair
ski-instructeur (M.S.I.) noemen.
Tijdens de Novice Ski and Survival Course (N.S.S.C), welke een onderdeel is van
wintertraining in Noorwegen, zal de M.S.I. een skiklas toegewezen krijgen. Deze
skiklas van ongeveer 8 tot 10 man zal gedurende 3 tot 4 weken les krijgen in het
skiën en overleven in arctische omstandigheden. De M.S.I. heeft hierin een
belangrijke taak. Behalve het aanleren van skitechnieken leert hij zijn klas de
verschillende "skills and drills", de individuele vaardigheden, om te leven en
overleven in de arctic. Samen met de militair ski trainer (die de leiding heeft
over alle militaire ski instructeurs) en de mountain leader (die
verantwoordelijk is voor de gehele N.S.S.C.) overlegt hij welke technieken
behandeld worden, welke vaardigheden meer aandacht nodig hebben en evalueert hij
de individuele mariniers op hun vooruitgang. Ook zal hij assisteren bij het
geven van theorielessen en het organiseren van ski-wedstrijden.
Sniper
Een sniper is een infanterist die uitstekend kan schieten, en in staat is een
vijand te lokaliseren, ongeacht hoe goed deze zich ook verstopt. Hij kan de
vijand besluipen en observeren, en hem uitschakelen met één patroon. Een sniper
combineert het geduld van de jager met de listen van de stroper. Hij is in staat
om te zien zonder gezien te worden en kan dan nauwkeurig de bewegingen van de
vijand rapporteren aan zijn eigen eenheid. Deze vaardigheden plaatsen hem boven
de normale infanterist. De methode van inzet hangt af van vele factoren, zoals
het team, het weer, de afstand tussen de voorste lijn eigen troepen en de vijand,
vijandelijke initiatief, algemeen verloop van het gevecht, het aantal
beschikbare snipers en of de vijand al dan niet snipers inzet. Het belang van de
sniper kan niet alleen gemeten worden aan het aantal gewonden, welke hij de
vijand toebrengt. Als de tegenstander weet dat er vijandelijke snipers in het
terrein zitten veroorzaakt dit een zekere angst. Deze angst zal zeker van
invloed zijn op beslissingen en acties van deze tegenstander. Een sniper team
vergroot de vuurkracht van de eenheid en vergroot tevens het aantal
mogelijkheden van eigen optreden. De plaatsing van een sniper team bij een
eenheid, betekend dat deze er een ondersteunend wapen en een goede waarneming
bij krijgt.

De sniper is een hoog gespecialiseerd ondersteunend wapen, en zal hierdoor vaak
alleen of hooguit in team verband (twee snipers) ingezet worden teneinde zijn
vaardigheden ten volle te benutten. Het is van belang dat een commandant weet
welke vaardigheden zijn snipers bezitten, zodat hij ze op de juiste tijd en
plaats kan inzetten. De sniper moet op zijn beurt goed op de hoogte zijn van de
intenties van zijn commandant en van het vuurplan van de eenheid. Op deze wijze
kan een optimale inzet bereikt worden en zal blijken dat de sniper een zeer
waardevol middel is in het moderne gevecht.
Effectief sluipen zal bij de tegenstander meer veroorzaken dan alleen een aantal
gewonden en een flinke dosis ontevredenheid. Het zal een aanzienlijk effect
hebben op het gevoel van veiligheid en derhalve ook op het moreel van die
tegenstander. Snipers stellen de infanterie in staat om overal tegelijk te zijn,
ook als het gevechtsveld bezet is door vijandelijke infanterie. De vaardigheden
van een sniper in sluipen, camoufleren en het vervaardigen en gebruiken van
diverse type onderkomen, maken de kans op onderkenning door de tegenstander zeer
klein.
De vaardigheden in het observeren zullen ervoor zorgen dat hij in het terrein
meer detail ziet dan de doorsnee infanterist. Hij is in staat de exacte locatie
van vijandelijke posities te ontdekken, evenals bepaalde activiteiten die,
normaal gesproken, niet opgemerkt zullen worden.

Met zijn uitgebreide kennis van kaart en kompas lezen en het interpreteren van
luchtfoto's, zal hij de commandant kunnen adviseren m.b.t. terrein, hindernissen
en mogelijke naderingsroutes.
De sniper zal het voor de tegenstander moeilijker maken om ongezien te bewegen,
te observeren en te infiltreren. De kans op een vijandelijke verrassingsaanval
zal hierdoor gereduceerd worden.
De sniper is ook in staat om conform de daarvoor geldende procedures mortiervuur
aan te vragen op lonende doelen. Zijn vaardigheid in het afstandschatten en
kaart- en kompas lezen zal ervoor zorgen dat dit mortiervuur accuraat geleid kan
worden. De wijze van inzet van snipers kan van gevecht tot gevecht en
afhankelijk van de geografische en tactische situatie sterk verschillen.
BBE
Behalve
voor taken in NAVO verband is het korps tevens beschikbaar voor het leveren van
verschillende vormen van militaire bijstand. Dat kan zachte bijstand zijn zoals
bijvoorbeeld het verlenen van hulp bij wateroverlast of harde bijstand waarbij
steun verleent kan worden aan het openbaar gezag voor het handhaven van de
openbare orde. Daarnaast is er ook nog de zogeheten bijzondere bijstand waarbij
assistentie verleend kan worden aan de minister van Justitie bij gijzelingen of
kapingen wanneer de capaciteit van de politie niet toereikend is. Hiervoor
beschikt het Korps Mariniers over de Bijzondere Bijstands Eenheid Mariniers. De
Bijzondere Bijstands eenheid (BBE) werd in 1973 opgericht naar aanleiding van
het gijzelingsdrama tijdens de Olympische Spelen in München. De BBE heeft van
meet af aan 'stand-by' gestaan en is een aantal keer daadwerkelijk in actie
gekomen. Pas in laatste instantie, als alle andere middelen gefaald hebben,
mogen geweldsmiddelen, beheerst, worden ingezet. Van dit laatste was sprake in
1977 bij de kaping van de trein bij De Punt en de bezetting van de basisschool
te Bovensmilde. Omdat de onderhandelingen in een impasse waren geraakt kreeg de
BBE opdracht een einde aan de acties te maken. Tijdens een zeer snelle aanval
overmeesterden de mariniers de trein en de school. Ook in 1978 was snel
ingrijpen van de BBE nodig tijdens een gijzeling in het provinciehuis van Assen.
De mariniers die deel uit maken van deze eenheid, worden speciaal geselecteerd
en getraind voor optreden in en rond gebouwen, vliegtuigen, schepen en treinen.
Maar de eenheid kan ook worden ingezet voor het ontzetten van boorplatformen op
het Nederlands deel van Continentaal Plat of het aanhouden van oorlogsmisdaden
beschuldigde personen. In de afgelopen jaren werden eenheden van de BBE ingezet
als boarding teams in de Golf en in de Adriatische zee. Ook werden mariniers van
deze eenheid ingezet voor speciale operaties.

Mountainleader
De ML-opleiding is zeker een van de zwaarste
militaire opleidingen. Binnenkort meer over de ML-sectie. Binnenkort ook:
Koudweertraining, Jungletraining, Commandoopleiding, Kikkeropleiding,
Verbindingen en paraopleiding.